Liefdes en een moord op Hoogeveldt

06 mrt 2017

Hoogeveldt is beroemd om zijn gangfeesten, vriendschappen voor het leven, wanhopige studenten en een heuse moordpartij. Deze maand is het vijftig jaar geleden dat het startschot voor de bouw werd gegeven. Oud-bewoners aan het woord over hun Hoogeveldt-tijdperk.

Ad van Hout (voormalig docent en beleidsmedewerker van de RU, 65 jaar) woonde van 1970 tot en met 1974 op gang 9:
‘Voor mij staat die tijd synoniem voor de Grote Vrijheid. Hoogeveldt was toen net opgeleverd, we kwamen met zestien jongens op één gang terecht. Nog steeds heb ik met enkelen contact, mijn beste maat – nog altijd – leerde ik daar 47 jaar geleden kennen. Destijds waren die gangen overigens allemaal nog gescheiden, de jongens en meisjes apart. Veel van ons behoorden tot eerste-generatie-studenten, afkomstig uit families waar niemand had gestudeerd. Het was de tijd van experimenteren, met drank en softdrugs. En met meisjes, natuurlijk. Niet voor niets kreeg Hoogeveldt de bijnaam ‘de naaidoos’. Als we op de gang een feestje organiseerden, nodigden we vaak meisjes uit van de verpleegsterflat van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis. Dat lag vlakbij ons complex. Omdat zij ’s nachts niet terug naar hun flat konden, kwam het voor dat ze in één keer van het feestje doormoesten naar hun dienst in het ziekenhuis. Het was toen echt sex, drugs en rock ’n roll. Toch had Hoogeveldt ook zo z’n schaduwkanten. Eenzaamheid lag op de loer. Zeker in de weekenden, als veel studenten naar huis gingen. Dan is het opeens een groot, anoniem complex. Ik zal nooit vergeten hoe een studente eens uit een keukenraam vanuit de hoogste flat op het complex naar beneden sprong. Op slag dood. Enorm tragisch.’

Studentencomplex Hoogeveldt. Foto: Vox
Studentencomplex Hoogeveldt. Foto: Vox

Hans bock (69) woonde van 1969 tot en met 1972 op gang 72:
‘Mijn vrouw – met wie ik inmiddels ruim 44 jaar ben getrouwd – leerde ik kennen op Hoogeveldt. Zij woonde een gang boven mij. Mijn vorige relatie was net uit en ik had haar al vaker voorbij zien lopen. Leuk meisje, dacht ik. Dus belde ik op de gok eens aan bij haar gang, met een smoes natuurlijk. Of ze koffie voor me had. En of ik de muziek niet te hard had aanstaan. Zij studeerde tandheelkunde, nam haar studie erg serieus en was een beetje een nors typetje. Ze moest niet veel van me hebben, binnen de kortste keren stond ik weer buiten. Maar ik ben een doordouwer. Ben niet veel later weer eens gegaan, toen was het wel raak. Voor mij waren de studentenflats een walhalla. Alles was kraaknieuw en voor die tijd verschrikkelijk luxueus. Ga maar na: met de gang een eigen televisie, eigen koelkast en zelfs een eigen telefoon! Het was een onbezorgde, zorgeloze tijd. Onlangs was ik nog eens op Hoogeveldt, alles kwam weer boven. Alsof het slechts een kwestie van een paar dagen geleden was, dat ik er voor het laatst de deur achter me dichttrok. Met mijn ganggenoten van toen heb ik niet veel contact meer. Een enkeling is inmiddels zelfs overleden. Een raar idee is dat.’

Het artikel gaat verder onder het kader.

[kader-xl]DE ZWARTE BLADZIJDE Eenmaal haalde Hoogeveldt het landelijke nieuws, de reden daarvoor was ronduit tragisch. In de nacht van 5 maart 1991 brengt Ton Wolf, destijds uitbater van studentencafé de Mark, de dan 41-jarige Hans Wouters om het leven. In een opwelling trekt de kroeguitbater een paaltje uit de grond en slaat de man daarmee tegen het hoofd.

Het is de climax van een al jaren durende ruzie tussen beiden. Wouters was berucht op Hoogeveldt. Hij gold ooit als een briljant geneeskundestudent, maar vanwege een psychische stoornis kreeg hij medio jaren zeventig van de universiteit te horen dat hij ongeschikt was als arts. Zo vertelde hij tijdens zijn co-schappen aan niet-terminale patiënten dat ze op sterven lagen. Na de afwijzing gleed Wouters, die toen al jaren op Hoogeveldt woonde, steeds verder af. Hij bracht veel van zijn dagen door in de Mark, het café dat op het complexterrein lag. De avonden eindigen regelmatig in ruzie: met andere studenten in de kroeg, maar ook met uitbater Wolf.

De reputatie van Wouters was zodanig slecht, dat niemand meer op zijn gang wilde wonen. Onder studenten werd zijn gang daarom ook wel de spookgang genoemd. Studentenhuisvester SSHN zag zich genoodzaakt de voormalig geneeskundestudent te verplaatsen naar een ander complex, Galgenveld. Hij bleef echter een trouw bezoeker van de Mark, waar zijn gedrag steeds merkwaardiger werd. Hij gooide barkrukken door de ramen, reed in 1987 met een auto de pui uit de kroeg en bedreigde Wolf meerdere malen met de dood.

Nadat hij een caféverbod kreeg, spendeerde Wouters de avonden met wandelingen over het terrein van het studentencomplex. Vaak wachtte hij Wolf op, tot hij klaar was met zijn dienst. Zo ook die nacht van 5 maart 1991. Iets knapte er in Wolf, waarna hij tot zijn daad overging. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot een celstraf van zes maanden. De kwestie kreeg veel aandacht in de landelijke media, misdaadauteur Annejet van der Zijl wijt er zelfs een heel hoofdstuk aan in haar boek ‘Moord in de Bloedstraat’.[/kader-xl]

 

Suzanne Mattheij (47) woonde van 1991 tot en met 1995 op gang 74:
‘Het valt me op dat studenten steeds luxueuzer leven. Wij moesten het doen met oude rotzooi, een verlopen bed en een afgeschreven bureau. Geen hippe Ikea-meubels, in ieder geval. Toch koester ik heel warme herinneringen aan mijn studententijd. Studeren was toen nog wat relaxter, die constante druk van nu was er nog niet. Bij Hoogeveldt denk ik vooral aan het gevoel aan saamhorigheid, met ganggenoten alles delen. De keuken, de douches, de toiletten. Maar ook lief en leed. Overigens leverde dat delen soms ook frustraties op: we moesten toen bijvoorbeeld nog gebruik maken van een gangtelefoon. Na ieder gesprek de tikken opschrijven, met z’n allen de telefoonrekening delen. Dat zorgde nog wel eens voor gedoe. Nu is zoiets niet meer voor te stellen, terwijl het ook weer niet zo lang geleden is. Hoe mooi Hoogeveldt ook is, na een paar jaar was ik er ook wel klaar mee. Als je wat ouder wordt, verlang je toch naar iets meer privacy.’

Marcel Boot (62) woonde van 1975 tot en met 1980 op gang 27:
‘Ik kwam direct na mijn dienstplicht terecht op Hoogeveldt. Het was een enorme turbulente periode. De tijd van bezettingen, opkomend feminisme, het linkse gedachtegoed. De reactie van een grote groep mannelijke studenten op het feminisme is me heel erg bijgebleven. Als vrouwen opeens mannendingen mochten doen, dan konden mannen zich toch zeker ook bezig houden met vrouwenzaken? Opeens hadden we mannelijke praatgroeten op de gang, gesprekken die gingen over gevoelens en emoties. Als ik in de collegezaal om me heen keek, zag ik tientallen mannen in de weer met breinaalden. Een soort van anti-machobeeld. Mijn periode op Hoogeveldt beschouw ik als de hoogtijdagen van mijn studentenleven. Op de gang was een ongelofelijke verbondenheid, we deden bijna alles samen. Ik heb geweldige feestjes meegemaakt, maar ook de meest bizarre dingen gezien. Zo probeerde het vriendje van een meisje op mijn gang ooit eens de Heinzfabriek in Elst af te persen. Hij dreigde de ketchup te vergiftigen, tenzij Heinz hem in één klap een grote som geld zou betalen. Heinz stemde zogenaamd in en zou op een grasveldje naast Hoogeveldt een zak met geld brengen. Natuurlijk hadden ze al lang en breed de politie ingelicht, waarna ze die jongen ter plekke konden inrekenen. Zo’n politie-inval tussen de studentenflats, dat sloeg toen in als een bom.’

Dit artikel van Stephen Friedrichs verscheen zaterdag in De Gelderlander.

 

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

8 reacties

  1. Stijn schreef op 6 maart 2017 om 15:56

    • anoniem schreef op 1 mei 2017 om 13:50

  2. Daafke schreef op 10 oktober 2017 om 03:52

    Wat Annejet van der Zijl niet erbij vertelt is dat Wolf na een jaar werd vrijgelaten, omdat Justitie begon in te zien dat het niet om moord ging. Zoiets kon namelijk iedereen overkomen. Maar ja toen had arme Ton wel effe mooi een jaar inde lik gezeten. Slecht verhaal van Annejet!

  3. P v v schreef op 19 januari 2018 om 16:23

    Ik woonde 2,5 jaar op de gang bij kees de b. op hoogenveldt. We hadden diverse bijzondere tijden meegemaakt totdat hij door sshn werd overgeplaatst naar galgenveldt. Daar raakte hij steeds verder geisoleerd met ups en downs.

    • Joop schreef op 7 maart 2018 om 10:05

      Met Hans Wouters de hoofdpersoon in het verhaal van Annejet vander Zijl wordt inderdaad Cees Breed bedoeld

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!