Radboud Universiteit start campagne over neurodiversiteit op de werkvloer: ‘Het wordt nog te vaak gepresenteerd als een soort superkracht’
-
Illustratie: Ivana Smudja
Autisme, ADHD, dyslexie: ongeveer één op de vijf mensen heeft een zogenaamd neurodivergent brein. Op de universiteit is dat aandeel mogelijk nog hoger. Dat brengt bijzondere vaardigheden maar ook strubbelingen met zich mee. Met de campagne 'Omarm alle breinen' wil de Radboud Universiteit neurodivergente medewerkers beter ondersteunen.
‘Sociale praatjes maken vind ik heel leuk, maar tegelijkertijd denk ik: moet ik nu oogcontact maken, kan ik al wegkijken of moet ik juist langer blijven aankijken? En als ik een ruimte binnenkom dan registreer ik meteen: daar staat een deur open, hier is een luchtstroom, daar zit iemand met een sterke parfum op, kan ik hier het licht dimmen?’
Eefje Roodenburg, conservator bijzondere collecties van de Radboud Universiteit, kreeg in 2020 de diagnose autisme. Plots begreep ze beter waarom ze tijdens een werkdag met zoveel gedachten wordt geconfronteerd. ‘We hebben hier op de afdeling nu bijvoorbeeld een nieuwe wc-verfrisser, die is voor mij gewoon niet te doen. Uiteindelijk heb ik niet zozeer last van al die losse dingen, het is de optelsom die op mij drukt.’
Lunchlezing: Neurodiversiteit en Radboudmedewerkers
Cognitiefilosoof Léon de Bruin en orthopedagoog Evelyn Kroesbergen gaan dinsdag 6 oktober tussen 12.30 en 13.15 uur in gesprek over wat het betekent om neurodiversiteit onder medewerkers beter te omarmen. Locatie: Collegezalencomplex
Het verhaal is herkenbaar voor Harriët Reker. Als adviseur en loopbaancoach bij het Expertiseteam Ontwikkeling van de Divisie HR begeleidt ze Radboudmedewerkers die problemen ervaren in hun werk, zoals een neurodivergente promovendus: ‘Die promovendus had ADHD en liep op verschillende werkterreinen vast. De ondersteuning van zijn begeleiders was onvoldoende, die bleken zelf ook allebei ADHD te hebben. “Het is een chaos bij ons op de werkvloer”, vertelde hij me. Maar ik wist niet goed wat ik voor hem kon doen in deze situatie en ik kon ook nergens terecht met mijn vragen’, aldus Reker.
Het was het startpunt voor wat resulteerde in de campagne ‘Omarm alle breinen!’. Dat initiatief van de Radboud Universiteit vraagt aandacht voor neurodiversiteit op de werkvloer, waarvan Reker de initiatiefnemer is. ‘Ongeveer één op de vijf mensen heeft een neurodivergent brein (zie kader). En we vermoeden dat dit aandeel op de universiteit nog een stukje hoger ligt’, vertelt Reker. Neurodivergente mensen bezitten vaak ‘bijzondere kwaliteiten’ die goed van pas komen binnen onderzoek en wetenschap, legt de loopbaancoach uit. ‘Ze zijn bijvoorbeeld super creatief en kunnen goed out of the box denken of ze kunnen juist heel gefocust en precies werken.’
Neurotypisch, neurodivers of neurodivergent?
De term neurodiversiteit verwijst naar de natuurlijke verschillen tussen mensen in hoe zij denken, leren en informatie verwerken. Mensen die anders functioneren dan wat als gemiddeld wordt gezien, bijvoorbeeld door autisme, ADHD of dyslexie, noemen we neurodivergent. Zij kunnen bepaalde uitdagingen ervaren, zoals moeite hebben met concentreren of in het omgaan met onverwachte veranderingen, maar ook bepaalde talenten hebben, zoals creatief denken, oog hebben voor detail of het nauwkeurig uitvoeren van taken. Mensen van wie de manier van denken en informatie verwerken meer overeenkomt met wat in een samenleving als standaard wordt beschouwd, noemen we neurotypisch.
Cognitiefilosoof Léon de Bruin vertelde eerder aan Vox dat de groep neurodivergenten groter is dan we misschien denken.
Strubbelingen
Naast bijzondere talenten kan een neurodivergent brein ook strubbelingen met zich meebrengen, vertelt Reker. ‘Omdat neurodivergenten vaak anders informatie verwerken, anders denken en anders communiceren dan mensen met een zogeheten neurotypisch brein, worden ze soms onterecht bestempeld als lui, chaotisch of moeilijk in de omgang. Dat kan veel persoonlijk leed veroorzaken. Door hier aandacht aan te besteden draag je als werkgever bij aan het welzijn van je medewerkers, waardoor ze met meer plezier werken en minder snel vastlopen of uitvallen.’
Voor een organisatie met een meer dan gemiddelde hoeveelheid neurodivergente medewerkers is er binnen de universiteit volgens Reker nog te weinig kennis en bewustwording over dit onderwerp. Zeer herkenbaar voor teamleider moderne collecties in de universiteitsbibliotheek, Sylvia Hollander. Toen zij werd gevraagd om een uitgevallen collega met een recente ADHD-diagnose te begeleiden naar passender werk, wist Hollander niet goed hoe ze dat moest doen. ‘Ik vroeg haar: wat is helpend voor jou? Maar ik merkte algauw dat ze dat nog helemaal niet wist. Zelf had ik ook behoefte aan een plek waar ik informatie en hulp kon vinden.’
‘Mijn partner zei: “Maar Eefje, je weet toch wel dat je ergens op het spectrum zit?”‘
Als leidinggevende merkt Hollander dat de huidige generatie is opgegroeid in een tijd waarin praten over mentale gezondheid normaal is waardoor ze vaak beter kunnen aangeven wat ze nodig hebben om goed te kunnen functioneren op hun werk. ‘Door meer openheid over neurodiversiteit hoop ik dat meer medewerkers durven te zeggen: goh, ik herken me hierin. Dat bewustzijn helpt om daarover het gesprek te voeren en tot oplossingen te komen.’
Hollander is daarom blij met de brede aandacht voor dit thema en hoopt dat er binnen de universiteit uiteindelijk een soort kennisbank ontstaat met informatie over verschillende breintypes. ‘Verschillende mensen met diagnosen en behoeftes hebben een andere aanpak en begeleiding nodig. Het is fijn wanneer je als leidinggevende daarover goede informatie kan vinden en daar het juiste kunt uitpikken.’
Autisme op de werkvloer
Het is een wens waar Eefje Roodenburg, conservator bijzondere collecties, zich bij aansluit. In de jaren daarvoor kampte ze met terugkerende periodes van burn-out en depressie, waarvoor ze hulp inschakelde, maar de juiste diagnose werd niet gesteld. Passende begeleiding kreeg ze daardoor ook niet.
‘Het waren de stukjes van Erik-Jan Harmens in Trouw over zijn autisme-diagnose op latere leeftijd, waardoor ik op een gegeven moment tegen mijn ex-partner zei: “God, zou ik misschien ook autistisch zijn?” Waarop mijn partner zei: “Maar Eefje, je weet toch wel dat je ergens op het spectrum zit?” Die grap maakten we inderdaad weleens, maar ik had daar nooit zo specifiek over nagedacht.’
Het vermoeden werd bevestigd en de uiteindelijke diagnose betekende veel voor Roodenburg. Eindelijk snapte ze waarom ze in de jaren daarvoor zoveel moeite had met zaken die anderen ogenschijnlijk geen moeite kosten.
‘We moeten meer beseffen dat iemand met een anders werkend brein anders reageert op dingen’
‘Ik heb altijd erg geworsteld, vooral met mijn energie. Ik dacht lang dat dat kwam doordat ik bijvoorbeeld slechter sliep, maar gaandeweg kwam ik erachter dat ik door de dag heen veel energielekken heb. Zo vind ik oogcontact maken moeilijk en vind ik sociaal doen ingewikkeld. Of neem de ochtendroutine: douchen, brood smeren, make-up opdoen, tandenpoetsen. De meeste mensen doen dat op de automatische piloot, maar ik blijf vaak ergens hangen of ik vergeet wat de volgende stap moet zijn. Het gaat niet vanzelf en ook dat kost energie. Als ik op mijn werk kom, dan heb ik er voor mijn gevoel soms al een hele dag opzitten.’
Vastlopen op je werk
Ook tijdens de werkdag loopt de conservator vaak tegen haar beperkingen aan. ‘Ik vind mijn werk inhoudelijk hartstikke leuk. Ik mag de hele dag over oude boeken nadenken, hoe autistisch wil je het hebben? Het is gewoon heerlijk. Maar alles wat er omheen gebeurt, zoals praatjes maken met oogcontact, geuren en andere observaties, maken dat ik aan het eind van de dag toch helemaal kapot thuiskom van mijn werk.’
Uiteindelijk viel Roodenburg na de diagnose autisme opnieuw uit op haar werk. ‘Ik had vooral in mijn privéleven dingen aangepast na mijn diagnose. Maar op mijn werk liep ik gewoon nog steeds tegen al die dingen aan.’
Het verhaal van Roodenburg is herkenbaar voor loopbaancoach Reker, die regelmatig te maken krijgt met medewerkers die vastlopen. Vaak nadat ze jarenlang hebben geprobeerd om te voldoen aan wat er van hen verwacht wordt. ‘Maar niet iedereen past in dezelfde mal. We moeten meer beseffen dat iemand met een anders werkend brein anders reageert op dingen, dan verwachten we misschien ook niet meer hetzelfde van alle medewerkers. De een heeft bijvoorbeeld heel veel prikkels nodig om bij de les te blijven en fungeert prima in een kantoortuin, terwijl een ander juist heel prikkelgevoelig is en behoefte heeft aan meerdere dagen thuiswerken of een stilteruimte.’
Persoonsgerichte aanpassingen
Mede dankzij gesprekken met een in autisme gespecialiseerde coach, die Roodenburg via de universiteit kreeg aangeboden, kwam ze tot de conclusie dat ze haar werkende leven anders moet inrichten. En dus plant ze nu bijvoorbeeld schakeltijd tussen afspraken en verschillende taken. ’Waar ik mijn collega’s heel makkelijk van het een naar het andere onderwerp zie hoppen, heb ik tijd nodig om van de ene zaak naar de andere te kunnen overstappen. Ik probeer vergaderingen zo te plannen dat er minstens een kwartier tussen zit. En ik cluster taken die bij elkaar horen om mijn werk op die manier meer te structureren.’
En als collega’s in de lunchpauze een rondje gaan wandelen, wandelt Roodenburg vrijwel nooit mee. ‘Ik heb die pauze echt nodig om tot mezelf te komen en wat prikkels te verwerken. Daarvoor mag ik van de gebouwbeheerders de kolfruimte gebruiken. Daar is gedimd licht en het is er lekker rustig.’
‘Die pauze heb ik echt nodig om tot mezelf te komen en wat prikkels te verwerken’
De lange route die Roodenburg moest afleggen om te begrijpen waar zij moeite mee heeft en wat zij nodig heeft om goed te kunnen functioneren, wil ze verkorten voor andere collega’s die ook problemen ervaren door hun neurodivergente brein. ‘Door hier zelf open over te zijn hoop ik dat er meer kennis, begrip en compassie ontstaat bij leidinggevenden en medewerkers. Neurodivergentie wordt nu nog vaak gepresenteerd als een soort superkracht, maar we moeten ook oog hebben voor de lijdensweg die er dikwijls achter schuilgaat.’
Loopbaancoach Reker hoopt dat veel meer medewerkers in de toekomst baat zullen hebben bij persoonsgerichte aanpassingen. ‘Het helpt om meer inclusief te kijken en te luisteren naar wat een medewerker nodig heeft om te kunnen floreren.’
Ondanks dat Roodenburg op haar eigen afdeling veel ondersteuning en begrip ervaart van collega’s en leidinggevenden, hoopt ze dat er in de toekomst een fysieke plek komt op de universiteit waar iedereen laagdrempelig kan binnenlopen met vragen over neurodiversiteit. ‘Ik denk dat er op de universiteit veel neurodiverse en neurodivergente mensen rondlopen, of ze nou wel of geen officiële diagnose hebben. Er is veel behoefte aan een plek waar je terecht kunt met je vragen, waar mensen werken die weten waarover het gaat en waar je niet het gevoel hebt dat je een zeurkous bent.’
Campagne: Omarm alle breinen!
Om erachter te komen wat de universiteit kan doen op het gebied van neurodiversiteit richtte Harriët Reker een denktank op met leidinggevenden, HR-medewerkers en neurodivergente medewerkers, waaraan ook Eefje Roodenburg en Sylvia Hollander deelnamen. Uit die gesprekken is een palet aan initiatieven ontstaan die de komende tijd op de campus zullen plaatsvinden.

Reker: ‘We hebben bijvoorbeeld een praatplaat ontwikkeld om het gesprek tussen leidinggevende en medewerker over neurodivergentie op gang te kunnen brengen. En er is een masterclass ‘Neurodiversiteit in organisaties’ voor onder andere leidinggevenden en HR-medewerkers. Ook werken we aan een buddy-project waarin we medewerkers die begeleiding zoeken op het gebied van neurodivergentie koppelen aan een medewerker die een ander wil begeleiden. Bijvoorbeeld een medewerker met ADHD die daarmee goed heeft leren omgaan koppelen aan iemand die daarin nog zoekende is.
‘Het is uiteindelijk ook de bedoeling dat er een online plek komt met informatie en ervaringsverhalen rondom neurodiversiteit voor verschillende doelgroepen op de universiteit, zodat iedereen straks weet waar die met vragen terecht kan en waar je ook alle initiatieven rondom dit thema kunt terugvinden.’

Hans Unger schreef op 5 oktober 2026 om 18:16
Geweldig idee deze campagne, en goed dat er aandacht aan dit onderwerp wordt besteed specifiek in een hoog-opgeleiden-werkomgeving. Maar bij de zin “kwam ze tot de conclusie dat ze haar werkende leven anders moet inrichten.” moest ik wel denken aan de bekende slogan uit het feminisme “Fix the system, not the women”. Mevrouw Roodenburg ondervond problemen gedurende een werkdag, bemerkte een energielek en heeft haar werkritme aangepast. Maar het systeem waarbinnen zij functioneert: de collega’s, de werkinhoud, de chronologie van een werkdag, haar werkruimtes, enzovoort, zijn nog steeds hetzelfde. Je zou ook kunnen denken: misschien moeten we dáár iets aan doen? Net zoals je een plant die het niet goed doet een ander plekje geeft, of ompot, en niet alleen maar anders bewatert.
Maar dan ga je het systeem bevragen, en dat is natuurlijk bedreigender dan dat een individuele werknemer zijn dagritme aanpast. Waarom moet iemand acht uur per dag werken van 9 tot 5? Waarom duurt de lunchpauze dertig minuten? Waarom moet je om vijf uur naar huis? Waarom moet je gezellig doen met mensen die jou niets zeggen, figuurlijk gesproken? Wat als je merkt, of vindt, dat jouw baas geen leidinggevende vaardigheden heeft? Wat als je merkt dat jouw talenten niet gezien of benut worden, terwijl je dat wel graag zou willen en je er (het werk) ook nú ál voor betaald wordt? Oftewel een free-ride voor je baas.
Dat soort dingen: òmdenken. Beter voor mevrouw Roodenburg, en alle andere mevrouwen en meneren, en beter voor de universiteit.
Nick schreef op 5 oktober 2026 om 19:04
Ja dit is voor mij als Asperger +Adhd-persoon zeer herkenbaar.
Ik heb de diagnose a vroeg gekregen, maar de strijd tegen het raar gevonden worden is lang en zwaar geweest.
De grootste stap naar een beter leven was het omarmen van mijn raarheid en de leuke mensen die daar op af komen. Veelal andere enigszins rare mensen en ik zou het niet anders meer willen.
Wel wil ik graag meegeven dat (proberen) je hele omgeving aan te passen aan jou averechts werkt. Hoe autistisch je ook bent, het is geven en nemen in het leven. Iedereen is het centrum van zijn eigen wereld en ook neurotypische mensen hebben gewoon hun grenzen, wensen en principes. En die zijn net zo waardevol.
Vergeet nooit dat iedereen zijn best doet om iets voor elkaar te krijgen dat (ze denken dat) goed is voor ze. Hoe erg je het er ook mee oneens kan zijn of het objectief dom is.
Iedereen voert een strijd waarvan je niks weet, dus wees geduldig 🙂
Mark van Vlaanderen schreef op 6 oktober 2026 om 09:05
Zijn dit geen dingen die een (kinder)psycholoog hoort te regelen?
Het is fijn voor ze dat dat op het radboud kan, alleen het reflecteerd niet het echte bedrijfsleven. Waar resultaten verwacht worden, en studenten uiteindelijk naartoe moeten.
Meer-dan-je-brein schreef op 6 oktober 2026 om 11:00
Godzijdank is het bedrijfsleven niet meer ‘echt’ dan andere domeinen waarin we ons begeven. Wat betreft de resultaten en verwachtingen: er is gewoon wet- en regelgeving voor mensen met medische diagnoses waar een werkgever zich aan moeten houden en, eventueel, de werkomgeving op moet aanpassen. Tegen iemand in een rolstoel zeg je ook niet: “leer toch lopen joh.”
Carry Mans schreef op 6 oktober 2026 om 21:05
Ik werk al jaren met deze doelgroepen omdat mijn eigen kind ASS bleek te hebben en 2x van school werd gepest omdat hij een kleine professor was. Gaf geschiedenisles op t schoolplein.
Post hbo behaald, kind werd niet meer gepest en dit bleek mijn talent.
Ben nu 58 en heb heel erg veel mensen met ADHD en ASS voor mn neus gehad. Mijn ex man scoorde op ASS en ik net niet op ADHD, een veel voorkomende relatie binnen de diversiteit. Het is niet waar dat het op universiteiten meer voorkomt.
Hoogbegaafden worden tuinman of banketbakker omdat daar hun grote motivatie of passie ligt. Havo doen met gymnasiumhersens kan voor velen tot enorme stressvermindering leiden en een bron van opluchting zijn.
Het zijn niet zelden onwetende ouders die hun slimme kind op een universiteit willen hebben omdat hun krant die ooit links was al decennia lang schrijft dat je dan meer waard bent . Een van de vele schoenen die wringen in de samenleving.
Door USA series waar good doctors en ASS inspecteurs alles beter weten is er m.i. een soort van modebeeld op ontstaan. Ten koste van het totaalplaatje en de nare kanten ervan. Wellicht ook de oorzaak van de aanname over hoog opgeleiden? Dit is een aaname mijnerzijds hoor!
Ken je 1 autist? Dan ken je 1 autist. De onderlinge verschillen zijn enorm, evenals de noden. Geldt ook voor ADHD ers.
Op mijn werk kon ik doodgewoon zeggen: Ik lach me dood met dit kind maar we maken elkaar druk. Ik word baldadig van hem en ik heb liever dat stille kind wat jullie steeds bijt. Hij bijt mij nooit, ik voel hem goed aan en ben trots op wat ik met hem bereik. Zodoende hadden wij allen de kinderen waar wij goed mee waren. Tijdig ruilen en kritisch op jezelf zijn. Goede leidinggevenden met veel expertise en hoog EQ . Het gaat over mensen, eerlijkheid noodzakelijk in deze sector.
Heden ten dage juist veel wildgroei . Het wemelt van de coaches die de helft niet zien of weten. Gedrag verkeerd interpreteren of analyseren. Daar wringt wederom een enorme schoen. Nederland loopt achter op dit gebied en kinderen kunnen heel erg veel leren wat zichzelf loont. Waardoor socialer gedrag vanzelf toeneemt en onzekerheid afneemt.
Volwassenen ook! Een voorbeeld. Ik heb een ICT-er met ASS moppen aangeleerd door er een heleboel uit te leggen. De structuur van verschillend moppen kon hij generaliseren.
Hij voelde zich opgelaten bij de frimibo. Snapte de moppen niet en kon ook niet neplachen. Wou maar liever weg blijven en raakte steeds meer in een isolement. Maar door de uitleg en extra hulp hierbij belde hij 2 weken later dat ie zo had gelachen bij de frimibo en zich er meer voelde bij horen. Weer een week later had hij er zelf een verteld! Je kunt uiteraard zeggen dat biertjes en moppen tappen domme bezigheden zijn, zit wat in. Maar alleen thuis zitten terwijl de rest een sterkere band krijgt, is ook niet ideaal .
Het maar zo laten en ik ben nou eenmaal zo en ze moeten zich maar aan mij aanpassen of ik blijf wel weg, is mi niet altijd de beste oplossing.
T vraagt wel om expertise ipv beunhazerij van t zoveelste coach bureautje. Anderzijds vraag ik mij vaak af waarom er nog zoveel tl licht is overal. Ook mensen die er geen last van hebben vinden het vaak niet fijn.
Of waarom alleen een stilte coupe ? Ik vind t doodeng als ik pal naast iemand ga zitten wegens drukte en diegene zit met oortjes in op de mobiel. Geen knikje , geen lachje … niks ! Op slechte dagen gaat mijn hart zelfs bonken van de sociale angst die ik ervan krijg. Ik wil een praatzone met samen een lied zingen elk kwartier. Utopia.
Goed dat er openheid ontstaat. Dank!
Julian schreef op 8 oktober 2026 om 13:48
Heel fijn dat er nu toch eindelijk aandacht voor komt. Helaas voor mij te laat, ik heb als autistische student negen jaar (door meerdere autisme-gerelateerde burn outs) met bloed zweet en tranen keihard moeten knokken om op de ouderwetse manier mee te komen, want, zo kreeg ik steeds te horen, de wereld is nou eenmaal niet om jouw wensen heen gebouwd. Maar voor de toekomstige generaties wordt de wereld langzaam, maar zeker, toch wel steeds meer verwelkomend voor mensen die niet in het “normale” straatje passen. Als neurodivergente mensen zijn wij niet zoals de meesten, maar we hebben ook juist daarom weer hele andere perspectieven die zeker niet minder waard zijn. Ik ben blij dat dat ook langzaam steeds meer geaccepteerd, en uiteindelijk zelfs gewaardeerd wordt.
L.J. Lekkerkerk (Hans) schreef op 8 oktober 2026 om 15:55
Volgens mij is het recente boek van Jim van Os: ‘Wat psychisch lijden is. En waarom je niet ziek bent bij mentale moeilijkheden’ zeer lezenswaard voor zowel mensen die vermoeden dat ze ‘iets hebben’ als voor degenen die hen trachten te begeleiden.