Evelyn Kroesbergen over herbenoeming en besturen met ADHD: ‘Ik had niet zien aankomen dat ik decaan van de sociale veiligheid zou worden’
-
Evelyn Kroesbergen. Foto: Johannes Fiebig
Bezuinigingen, heel wat casussen van ongewenst gedrag en een frauderende wetenschapper. De eerste vier jaar van Evelyn Kroesbergen als decaan van de Faculteit der Sociale Wetenschappen verliepen niet bepaald rustig. Toch gaat de ‘ADHDean’ nog eens vier jaar door. ‘Over de Argoszaak had iedereen binnen en buiten de faculteit een mening.’
Torenhoge bezuinigingen, een hoogleraar die ongewenste appjes stuurde naar een masterstudente, een medewerker AI die vertrok na meldingen over ongewenst gedrag, een afdeling die in een extern rapport een ‘verwaarloosde organisatie waarin het leiderschap tekortschoot’ werd genoemd en als klap op de vuurpijl een frauderende wetenschapper. Never a dull moment in de eerste vier jaar van Evelyn Kroesbergen als decaan van de Faculteit der Sociale Wetenschappen.
Toch kijkt de decaan in algemene zin positief terug op de afgelopen vier jaar, vertelt ze in haar kamer op de eerste verdieping van het Maria Montessorigebouw. ‘Anders zou ik niet voor een tweede periode gaan.’ Onlangs werd Kroesbergen herbenoemd: ook de komende vier jaar is ze decaan.
Rollercoaster
Haar eerste vier jaren noemt ze ‘een rollercoaster’. ‘Op mijn eerste dag werd ik al geconfronteerd met een zaak over sociale veiligheid. Dat was echt compleet nieuw voor mij. Daarna kwamen er nog een paar. Dat ik zo’n beetje de decaan van de sociale veiligheid zou worden, had ik van tevoren niet zien aankomen. Maar ik ben ergens ook blij dat die zaken naar boven gekomen zijn. Ze hebben onze cultuurverandering echt versneld.’
Is de cultuur in de faculteit nu beter dan toen?
‘Ja, dat heeft als katalysator gewerkt. Casussen rondom sociale veiligheid worden sneller herkend. Tegelijk zijn we ook met de feedbackcultuur aan de slag gegaan.’
Wat houdt die cultuurverandering concreet in? Gaat er minder mis of wordt grensoverschrijdend gedrag sneller gemeld dan vroeger?
‘Allebei. Mensen in de faculteit weten beter waar ze terechtkunnen, mede dankzij het Prevent Care Cure-plan (universiteitsbreed plan voor sociale veiligheid, red.). Dat maakt niet dat het per se makkelijker is om iets aan te kaarten, maar het systeem is beter ingericht. Ook uit de personeelsenquête komt naar voren dat het wat dat betreft beter gaat. Er zijn nog steeds casussen, maar mensen worden veel sneller aangesproken op sociaal onveilig gedrag. En als melders nu iets aankaarten, weten ze dat er iets mee gebeurt. Vroeger vreesden ze vooral de negatieve gevolgen voor henzelf. En niet helemaal ten onrechte.’
Wat doen die casussen van sociale veiligheid met u als bestuurder?
‘Als decaan spreek je ook met melders, die verhalen raken je. Maar een decaan ben je van álle medewerkers, ook van degenen die beschuldigd worden. Als mens heb je daar een mening over, maar als decaan probeer je er ook voor hen te zijn: ook zij gaan meestal door een heel moeilijke periode als ze ergens van beschuldigd worden.’

Wat was voor u persoonlijk de moeilijkste zaak?
‘Wellicht dan toch de Argoszaak (de hoogleraar Psychologie die ongewenste appjes stuurde naar een masterstudente, red.), ook omdat daar veel publiciteit bij kwam kijken. Iedereen binnen en buiten de faculteit had daar een mening over: En zeker als je die persoon niet kent, dan is dat bijna alleen maar een fout persoon. Terwijl het ook gewoon een collega was. En als hij ‘alleen maar fout’ was, had hij hier niet gewerkt.’
Kunt u zich één fout herinneren waarvan u denkt: dat had ik later echt anders aangepakt?
‘We zijn heel snel gaan kijken hoe we zaken het beste konden oplossen, en daarmee zijn we de aandacht voor de melders te veel uit het oog verloren. Sindsdien nemen we melders, maar ook de afdelingen goed mee in alle stappen die gezet worden. Want processen duren soms erg lang. En als het heel lang stil blijft, wordt het eigenlijk alleen maar erger.’
Wat kan een decaan in dit soort zaken betekenen voor een afdeling?
‘Dat kan variëren van uitleg geven tot excuses aanbieden – wat ik ook heb gedaan – of het aanbieden van coaching voor individuen of voor een hele groep. Achter de schermen ondersteunen we vaak de afdelingsleiding, soms ook vanuit onze eigen HR.’
U noemde zichzelf decaan van de sociale veiligheid.
‘Nou ja, binnen het college van decanen ben ik ondertussen degene die het meeste expertise heeft in dit soort casuïstiek. Maar ik heb me ook echt verdiept in het thema. Buiten de universiteit ben ik overigens ook vertrouwenspersoon.’
Iets anders: als decaan werd u ook met bezuinigingen geconfronteerd.
‘Daar was ik uiteraard niet blij mee, maar het heeft ook een aantal processen in de faculteit versneld. Het is makkelijker om moeilijke beslissingen te nemen als iedereen de noodzaak daarvan ziet.’
‘Het is voor elke afdeling heel zwaar geweest, en het is nog niet voorbij’
‘Dat gezegd zijnde: het is voor elke afdeling heel zwaar geweest. En het is nog niet voorbij. We zijn met minder mensen, dus we willen ook minder werk verrichten. Maar voor het zover is, moet je eerst méér werk verrichten. Het ziekteverzuim is nog steeds hoger dan anders. We zijn nog op zoek naar een nieuw evenwicht.’
Wat was de zwaarste periode?
‘Het hele afgelopen jaar. Op een bepaald moment was het voor een aantal mensen gewoon volhouden. Dan is het al zwaar en gaat er ook nog een collega weg, die door de vacaturestop niet te vervangen is. Dan is de rek er totaal uit. En dat zie je dan in ervaren werkdruk terug, maar ook in hoe we met elkaar omgaan.’
Hoe staat de faculteit er op dit moment financieel voor?
‘Goed, dus we hebben de juiste maatregelen genomen. De verwachting is ook dat we geen grote maatregelen meer hoeven door te voeren. Dus ik hoop van harte dat iedereen nu wat meer lucht gaat voelen, want die is er echt wel weer. We hebben zelfs al wat maatregelen teruggedraaid. Zo hebben we de stop op bevorderingen opgeheven, waardoor mensen weer kunnen doorgroeien.’
Hoe gaat het met het aantal studenten?
‘Over het algemeen goed. We zijn twee nieuwe opleidingen gestart en bij allebei zijn de inschrijvingen twee keer zo hoog als verwacht: de master Intersectional Gender Studies en de bachelor Humane Neurowetenschappen. Daar zijn we hartstikke blij mee.’
Consultants
Een van de collega’s van Kroesbergen in het college van decanen, Paula Fikkert van de letterenfaculteit, dropte eind mei een bommetje. In een mail aan medewerkers van de faculteit kondigde ze aan te stoppen als decaan, omdat ze het werk niet meer kon combineren met haar onderzoek. Maar de taalwetenschapper schreef óók dat ze het niet eens was met de koers van het universiteitsbestuur, omdat die mede bepaald wordt door consultants.
Met de brief raakte Fikkert een gevoelige snaar: ze kreeg veel steunbetuigingen van medewerkers, studenten en oud-bestuurders. Naast Vox schreven ook De Gelderlander en de Volkskrant over de kwestie.
Hoe kijkt u terug op de affaire-Fikkert?
‘In feite heeft Paula aangegeven dat het haar te veel werd. En ze heeft ook haar zorgen geuit over hoe het op dat moment in de universiteit ging. In die volgorde, volgens mij.’
Dat eerste gebeurt wel vaker, het tweede niet. Is het niet opmerkelijk dat een decaan zich op die manier uitspreekt?
‘Ja, en dat zegt ook iets over wie Paula is, dat ze dat op deze manier heeft gedaan. Ik heb veel waardering voor haar eerlijkheid.’
Hoe kijkt u daarop terug?
‘Tja, decanen komen en gaan. En ja, ze heeft dat op een manier gedaan die niet heel gebruikelijk is. Ik denk dat zij heeft aangegeven wat voor haar belangrijk is en daarbij iets heeft aangeraakt dat speelt in de universitaire gemeenschap.’
Speelde het bij u ook?
‘Nou ja, ik zit hier nog, dus op z’n minst op een andere manier.’
Maar herkent u er iets in?
‘Een van de dingen die ik heb moeten leren als decaan is om je eigen mening soms voor jezelf te houden. Als bestuurder moet je samen beleid maken en keuzes maken. Iedereen snapt dat niet alle decanen en het college van bestuur van tevoren met dezelfde mening een kamer ingaan. Als het goed is, kom je wel met één mening die kamer uit, of op z’n minst met een compromis waar iedereen zich in kan vinden. En ik denk dat het ook heel goed is dat wij vervolgens dan niet in onze faculteit gaan uitdragen wat alle verschillende meningen waren.’
Hoe is de verhouding tussen de decanen en het college van bestuur?
‘Prima. De decanen onderling vormen echt een superleuk team. Er is natuurlijk altijd een beetje een spanning tussen verschillende lagen in de hiërarchie. Soms is dat meer zichtbaar of voelbaar dan op andere momenten.’
U heeft met verschillende CvB’s gewerkt… Merkt u verschillen? Bijvoorbeeld een verzakelijking?
‘Leg me geen woorden in de mond. Een van de positieve dingen die ik zie, waar ik heel blij mee ben, is dat er veel meer het open gesprek gevoerd kan worden. Naar verluidt werden ver voor mijn tijd veel beslissingen in de wandelclub genomen. Dat gebeurt echt niet meer. Als decanen en CvB hebben we volgens mij een hecht team. Je bent het wel eens oneens, maar je probeert ergens te komen waar je je gewoon allemaal in kunt vinden. Het kan wel eens schuren, maar we komen er samen uit. Dat is het kenmerk van een goede relatie.’
En wat vindt u van consultants?
‘We hebben hier hele leuke consultants gehad.’
Herkent u iets in de kritiek van Paula Fikkert op consultants?
‘Ja, natuurlijk. Maar het is te makkelijk om dat alleen op de consultants af te schuiven. In onze faculteit hebben we soms ook een consultant, bijvoorbeeld door tijdgebrek of een tekort aan expertise. Waar nodig vullen we vacatures van leidinggevenden die uitvallen door ziekte wel intern op. Soms lukt dat, soms niet.’
Maar moeten consultants ook de strategie van de universiteit schrijven?
‘Natuurlijk is de vraag vooral welke consultants je waarvoor inzet. En daar kun je verschillende keuzes in maken. Als we uiteindelijk terugkijken, hebben we gewoon een mooie strategie met z’n allen, waar mensen intern achter kunnen staan.’
Tussen al die dossiers binnen en buiten de faculteit moet u ook nog een grote lijn bewaken. Hoe doet u dat?
‘Het is belangrijk om af en toe even de tijd te nemen voor reflectie. Minstens één keer per week schrijf ik in een boekje mijn reflecties over onze strategie, wat we willen bereiken en wat we hebben gerealiseerd. Als faculteitsbestuur nemen we ook af en toe de tijd om daar samen over na te denken. Bijvoorbeeld over de nieuwe strategie of het nieuwe jaarplan.’
Wat voor dingen staan daar in?
‘Een belangrijk thema uit onze strategie afgelopen jaar was bijvoorbeeld: onderwijs en onderzoek gelijk waarderen. In het verleden werd onderzoek bij de meeste groepen meer gewaardeerd. Dat is veranderd. Een hoogleraar die werd aangenomen op basis van zijn onderzoekskwaliteiten, terwijl die nog geen college kon geven, dat gebeurt echt niet meer.’
Dus als Albert Einstein matige colleges gaf…
‘…dan was iemand anders wel tot zijn ontdekkingen gekomen.’
Verlies je als maatschappij dan geen unieke denkers?
‘Ik geloof niet in unieke denkers. Ieder mens werkt in een context. Als je nu kijkt naar topwetenschappers: die hebben allemaal een team van topwetenschappers om zich heen. Neem Spinozawinnares Karin Roelofs, dat is echt een voorbeeld van iemand die het allang voor anderen over “team science” had. Je kunt bij ons niet in je eentje in een hokje geniaal gaan zitten zijn.’
Mist u het onderwijs en onderzoek zelf wel eens?
‘Ja, heel erg.’
Maar waarom gaat u dan voor een tweede termijn als decaan?
‘Als ik alleen maar onderzoek zou doen, dan zou ik het besturen ook weer missen. En ik probeer het er nog wel een beetje naast te doen. Het staat op een laag pitje, maar het is niet uitgedoofd, zeg maar.’
Waar bent u beter in?
‘Moet ik daar echt in kiezen? Op dit moment ben ik een betere decaan, want ik doe niet zo veel onderzoek meer. Als hoogleraar begon het op een dag te kriebelen omdat ik minder uitdaging voelde. Dat zit ook in mijn persoonlijkheid, of in mijn ADHD, of hoe je het wilt noemen. Ik deed wel nog nieuwe kennis op, maar geen nieuwe vaardigheden. En bovendien kwam die roeping, zoals ik het haast wil noemen. Als andere mensen het vertrouwen in me hebben dat ik dat kan doen, dan moet ik daar maar op afgaan, dacht ik.’
U heeft ADHD?
‘Ja. Aan mijn colbertje hangt altijd een speldje met opschrift ADHDean, dat ik ooit van een van mijn collega’s gekregen heb. Ik draag het met veel trots.’
U ziet het ook als een soort superpower?
‘Het speldje helpt mij om begrip te creëren, want als bestuurder ben ik af en toe wat impulsief of overactief of flap ik er snel dingen uit en tóch word ik gewaardeerd om wie ik ben. Juist ook omdat het samengaat met een bepaalde vorm van openheid, authenticiteit en eerlijkheid die ik gewoon ook niet kan tegenhouden. Iemand noemde het eens een ontwapenende impulsiviteit, geloof ik.’
‘Ik hoop dat mijn speldje een effect heeft op andere mensen in de faculteit’
‘Er zit ook een enorme kracht in voor mij. Het klinkt misschien opschepperig, maar mijn snelle, associatieve en creatieve denken, helpt me ook enorm. Wel loop ik er bijvoorbeeld tegen aan dat ik mensen niet laat uitpraten. Dat leg ik ook altijd uit met dit speldje: “Sorry, ik heb ADHD”. En ik hoop dat het ook een effect heeft op andere neurodivergente mensen in de faculteit. Dat ze denken: “Oh, je kunt dus decaan worden als je ADHD hebt”.’
U heeft ook long covid gehad. Na vier maanden was u alweer aan de slag als decaan: dat is best snel.
‘Dat is te kort door de bocht: ik ben er nog steeds niet helemaal van verlost. In 2021 kreeg ik covid, dus in feite heb ik er al vijf jaar last van. Dat is in die loop van de jaren sterk verbeterd, maar het gaat af en aan. Toen ik een stevige terugval had is iemand anders even interim-decaan geweest. Op dat moment kon ik maar halve dagen werken: daarmee kan je geen decanaat vervullen. Nu kan ik wel gewoon weer fulltime werken.’
U bent nog vier jaar decaan. Ligt daarna de weg naar het Berchmanianum – als rector – open?
‘Ik ben voorzichtig met voorspellingen. Als je mij vijf à zes jaar geleden had gevraagd of ik ooit decaan zou worden, had ik echt gezegd: never nooit niet. Nu zeg ik: never nooit niet naar het Berchmanianum.’
Waarom niet?
‘Als decaan zit je heel dicht op onderwijs, onderzoek en op de mensen die hier werken. En ik kan mijn onderzoek en onderwijs er nog deels bij doen, omdat ik ook met de mensen hier samenwerk. In het CvB ben je toch vooral aan het besturen. Dat is niet per se waar mijn ambitie ligt.’
Het is voor de ADHD-gemeenschap wel leuk als u rector wordt. Is nog een veel leuker speldje…
‘Maar daar kun je niet zo makkelijk een woordspeling mee maken.’
