Striponderzoeker (en nieuwe Vox-cartoonist) Eeva Langeveld tekent haar leven als PhD: ‘Een beetje begrijpen wat er in mijn eigen hoofd omgaat’
-
Eeva Langeveld met in haar handen een van haar favoriete stripboeken. Foto: Johannes Fiebig
Eeva Langeveld doet promotieonderzoek naar strips en tekent zelf ook. Onder andere over wat ze zoal meemaakt in haar leven als beginnend onderzoeker. De komende maanden geeft zij met een serie cartoons voor Vox een inkijkje in de wondere wereld van PhD’s.
Als kind uit een creatief nest in de buurt van Maastricht was Eeva Langeveld (27) al vroeg aan het tekenen en knutselen. ‘Bij ons thuis werd er van alles gemaakt, van meubels en keramiek, tot foto’s en kerstkaarten. Voor mij is tekenen een vorm van zelfexpressie. Een beetje begrijpen wat er in mijn eigen hoofd omgaat en hoe ik in de wereld sta’, aldus Langeveld, die als promovendus werkt aan het onderzoeksproject “Het Koloniale Verleden in Hedendaagse Strips. Duits en Nederlands Kolonialisme in Woord en Beeld”. ‘Als een strip in een stijl is die ik mooi vind, kan me dat heel direct raken en emotioneren.’
Afstand
Stripklassiekers zoals Suske en Wiske las ze dan ook veelvuldig als jong meisje. Lachend: ‘Alhoewel ik die nu wel een beetje anders bekijk. Ze zijn heel koloniaal af en toe.’ Als puber las ze juist serieuzere strips ‘over geschiedenis, maar ook over seksualiteit en intimiteit in het boektijdschrift DUF, want dat was natuurlijk heel spannend op die leeftijd.’
De liefde voor tekenen en strips is gebleven en resulteerde in een promotietraject aan de Radboud Universiteit en in een serie cartoons voor Vox over haar leven als PhD.
‘Tijdens die eerste maanden van mijn proefschrift was ik heel erg bezig met vragen als: ‘wat moet ik allemaal doen, ben ik wel goed genoeg en waar gaat het allemaal heen? Op een gegeven moment ben ik er gewoon een beetje over gaan tekenen en prutsen en toen kwam er van alles uit. Dit creëerde een soort leuke afstand tussen mezelf als getekend poppetje en hoe ik me voelde. Daarna kon ik er meer om lachen, er kwam lucht bij. Ik hoop dat mijn tekeningen datzelfde effect hebben op anderen.’
Was het voor jou al snel duidelijk dat je wilde gaan promoveren na je afstuderen?
‘Ja, ik was daar erg nieuwsgierig naar. Natuurlijk is het altijd maar de vraag of het kan. Of er een plek is. Maar aan de letterenfaculteit waren er voorheen altijd vier open promotie-plekken om zelf een project in te dienen en daar heb ik me voor aangemeld. En ik ben aangenomen, dus daar ben ik super blij mee.’
Hoe bevalt het je om te promoveren?
‘Enerzijds heel goed, ik verdiep me in een heel boeiend onderwerp. En je hebt als PhD veel vrijheid om je eigen pad te vinden, literatuur te kiezen die jij interessant vindt, mensen aan te spreken en naar conferenties te gaan. Er zijn heel veel mogelijkheden. De keerzijde daarvan is dat je maar een bepaald aantal uren in je dag hebt. Soms zijn alle mogelijkheden overweldigend en is het moeilijk om te zeggen: nu is het genoeg en ga ik gewoon iets leuks en ontspannends doen.’
Waarom is dat juist voor promovendi zo lastig?
‘Ik denk dat de seniors misschien niet eens meer echt tijd hebben om daarover te piekeren. Die moeten gewoon hun werk doen, lesgeven, administratieve dingen afhandelen en de deadline halen.
‘Maar wat denk ik de belangrijkste reden is: wij hebben geen vast contract. Je proefschrift schrijven is eigenlijk het grote examen of je de academische wereld wel of niet binnenkomt. Want als je het niet haalt, is de kans dat je een vast contract krijgt echt heel klein. Maar zelfs als je het wel haalt, is de kans alsnog niet super groot.
‘Dus je krijgt het gevoel dat – en daar gaan sommige van mijn tekeningen ook over – als ik één of twee certificaten van mijn Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) nou haal dan is dat goed voor mijn cv. En als ik nog naar die conferentie ga, dan kan ik daarover vertellen bij een sollicitatie. Dus je hoopt heel erg dat als ik nu heel goed mijn best doe, dan maak ik straks een beetje kans om dit mooie werk te kunnen blijven doen. En daar kan je in doordraaien natuurlijk.’

Wat onderzoek jij zelf?
‘In mijn onderzoek kijk ik naar hoe hedendaagse strips, de Nederlandse en de Duitse koloniale geschiedenis verbeelden. Wat vertellen deze strips ons over het koloniale verleden en ook over de doorwerkingen daarvan?
‘Ik ben vooral geïnteresseerd in wat voor nieuwe blik die strips werpen op de manier waarop we nog steeds verbonden zijn met die geschiedenis, of soms zelfs verstrikt, bijvoorbeeld door de manier waarop mensen van kleur benadeeld worden door postkoloniale vormen van racisme. En wat voor nieuwe beeldcultuur of antiracistische denkbeelden strips ons daarvoor in de plaats geven.’
Dat klinkt als een vrij specifiek genre binnen de stripwereld?
‘Het is inderdaad een niche, maar toch worden er best veel van dit soort strips gemaakt. Dat gebeurt in Nederland vaak door individuele kunstenaars die een autobiografisch verhaal vertellen of hun familiegeschiedenis verbeelden. Bijvoorbeeld omdat ze wortels in één van de voormalige koloniën hebben zoals Suriname en Indonesië. In Nederland heb je ook meer van dit soort materiaal, Nederland heeft ook een veel langere koloniale geschiedenis.
‘In Duitsland worden dit soort strips vaak in opdracht gemaakt door musea of antiracistische organisaties. Zij huren Afrikaanse kunstenaars in om bijvoorbeeld een nieuwe blik op hun koloniale collectie te werpen, zoals bijvoorbeeld Karo Akpokiere’s The Past is a Path voor het MARKK Museum in Hamburg. Duitsland had van de laat negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog verschillende koloniën in Oost- en West-Afrika, bijvoorbeeld in Namibië, Kameroen, maar ook in Tanzania.’
Welke strips en tekenaars bestudeer je zoal?
‘In Berlijn heb je een groep die Perspektivwechsel e.V. heet (verandering van perspectief, red.) die onder andere samenwerkt met Franky Mindja, een Kameroense striptekenaar. Hun eerste strip, Resistance: Three Generations of Anticolonial Protest in Cameroon, ging onder andere over het antikoloniale verzet van verzetsstrijder Rudolf Duala Manga Bell tegen de Duitse bezetter in Kameroen. En een andere strip, Geraubte Geschichte. Vernyuys Suche auf den Spuren der Ngonnso, gaat over koloniaal erfgoed en dat dat terug moet naar de rechtmatige eigenaars in Kameroen.
‘Bekende Nederlandse striptekenaars met Indonesische roots zijn Peter van Dongen (zie zijn graphic novel Rampokan over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlogen van de jaren 40) en Aimee de Jongh, die in 2024-2025 een grote tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam had.’
Waarom zijn strips zo’n interessant onderzoeksthema?
‘Wat ik heel interessant vind is dat in de meeste strips het verleden en het heden niet twee binaire categorieën zijn. Het is niet: daar is het verleden en dat is nu voorbij, en nu zijn we in het heden. In veel strips worden heden en verleden juist heel erg door elkaar gevlochten. Het laat zien dat we eigenlijk niet kunnen zeggen: het kolonialisme is voorbij. Het verleden maakt juist nog steeds deel uit van onze maatschappij. Er zijn talloze straatnamen, standbeelden, en gevelstenen, maar ook immateriële sporen, zoals racistische denkbeelden, die herinneren aan de koloniale geschiedenis.
‘Een verrassende ontdekking was dat heel veel Duitse strips iets met straatnamen doen. Ze gebruiken straatnamen als een soort van sprongetje naar het koloniale verleden. Naar bijvoorbeeld de genocide op Herero en Nama- mensen. Terwijl ik dat in Nederlandse strips nog geen een keer heb gevonden. Ze gebruiken straatnamen als een bewijs van, hé jongens, kijk om je heen. Die koloniale sporen zijn overal, in jouw dagelijks leven, in jouw stad. Dus het is tijd dat we daar iets mee gaan doen.

‘Ik hoop dat ik aan het einde van mijn onderzoek kan laten zien wat voor handvatten dit soort strips ons kunnen bieden als het gaat om de doorwerkingen van Duitse en Nederlandse koloniale geschiedenis. Dus hoe kunnen ze ons op een nieuwe manier laten kijken naar de sporen van dat verleden, en ook laten zien wat wij er nog mee te maken hebben.’
Wil je na het afronden van je proefschrift verder in de wetenschap?
‘Ik wil heel graag docent zijn op de universiteit. Ik vind het ontzettend leuk om strips te tekenen met studenten, strips te analyseren en te kijken naar wat je allemaal met literatuur kan doen. Ik zou denk ik niet fulltime onderzoeker willen zijn. Maar ik wil wel iets met kennis blijven doen en met deze thema’s, bijvoorbeeld bij een onderwijsinstelling, een museum, of een bibliotheek.’
Voxweb publiceert vanaf nu om de week een nieuwe cartoon van Eeva Langeveld.
Verder lezen?
Voor wie nieuwsgierig is geworden en ook wel eens een strip of graphic novel wil lezen heeft Langeveld nog tips. ‘Ga dan vooral naar de stadsbibliotheek hier in Nijmegen of in Arnhem. Daar hebben ze heel veel strips voor volwassenen en voor kinderen. Je kunt van tevoren het beste even googelen op onderwerpen die je aanspreken. Zoek je bijvoorbeeld op feminisme en abortusrecht, dan krijg je al vrij snel Uitweg van de Nijmeegse tekenaar B. Carrot.’
‘En ik kan de website Drawing the Times van harte aanraden. Dat zijn journalistieke verhalen in de vorm van strips. Vooral non-fictie, over heel veel verschillende thema’s, korte verhalen en heel mooi.’
Op Culture Weekly, een online blog geschreven door medewerkers en studenten van de opleiding Arts and Culture Studies (kunst en cultuurwetenschappen) publiceerde Eeva onlangs een ABC over het PhD-leven.
