Waarom de opheffing van HOVO een nare nasmaak achterliet bij de medezeggenschap

04 mei 2021

Het afscheid van HOVO als onderdeel van de universiteit ging niet zonder slag of stoot. Volgens de ondernemingsraad zijn de voormalige medewerkers van het instituut onnodig lang in onzekerheid gehouden, en ook ontbrak het bij het college van bestuur aan een visie op ouderenonderwijs.

Vanaf september kunnen vijftigplussers als vanouds cursussen volgen bij HOVO in Nijmegen, het instituut voor ouderenonderwijs. De Radboud Universiteit trok op 1 januari dan wel de stekker uit ‘haar’ HOVO, maar externe partijen – de HOVO’s in Brabant en Utrecht – pakken de handschoen op en gaan vanaf september cursussen aanbieden in Nijmegen. HOVO zou als onderdeel van de Radboud Universiteit dit jaar dertig jaar bestaan en bediende de laatste jaren rond de 2000 cursisten.

De afschaffing van het instituut, waartoe werd besloten in de zomer van vorig jaar, heeft veel stof doen opwaaien op de Nijmeegse campus. Met name een interview met rector Han van Krieken in oktober, waarin hij zei dat er met de opheffing van HOVO inhoudelijk niks verloren zou gaan, zette kwaad bloed bij veel medewerkers, docenten en cursisten.

Foto: HOVO Brabant

Maar ook de dialoog met de medezeggenschap verliep alles behalve harmonieus. Door de ondernemingsraad werd een zogenoemde voorbereidingscommissie samengesteld die gesprekken heeft gevoerd met de medewerkers van het instituut, maar ook met een vertegenwoordiger van het faculteitsbestuur en de directeur van Radboud Academy, de nieuwe organisatie voor post-initieel onderwijs. In de commissie namen ook drie leden van de Onderdeelcommissie van de faculteit Letteren zitting, de faculteit waar HOVO organisatorisch onder viel.

Met de resultaten van de commissie in de hand besloot de ondernemingsraad in december positief te adviseren over de opheffing van HOVO. De brief die daarmee gepaard ging leest echter als een aanklacht tegen het besluitvormingsproces. Volgens politicologe Gerry van der Kamp-Alons, een van de leden van de ondernemingsraad die in de commissie zat, zijn er vier redenen waarom de opheffing van HOVO een nare nasmaak heeft achtergelaten bij de medezeggenschap.

Reden 1: Er heerste onduidelijkheid over welk medezeggenschapsorgaan mee mocht praten over de opheffing van HOVO.

Het feit dat HOVO organisatorisch onder de Faculteit der Letteren viel, zorgde voor onduidelijkheid over welk medezeggenschapsorgaan mocht meepraten over de opheffing. Het college van bestuur vond het een facultaire aangelegenheid, terwijl de ondernemingsraad wilde dat het op het bordje van de centrale medezeggenschap terechtkwam.

‘De opheffing van HOVO ging de hele universiteit aan’, zegt Van der Kamp-Alons. ‘Niet alleen de letterenfaculteit had belang bij HOVO. Het was bovendien een besluit met ingrijpende gevolgen – er werd immers een instituut opgeheven met vijf medewerkers, die boventallig zouden worden.’

Het college van bestuur stemde er na aandringen van de medezeggenschap mee in dat de OR om advies gevraagd zou worden. De discussie die daaraan vooraf ging zorgde echter wel voor de nodige vertraging, waardoor de voorbereidingscommissie van de ondernemingsraad pas in november van start kon gaan en in december haar advies kon geven over de opheffing – een maand voordat HOVO ophield te bestaan.

Reden 2: De medezeggenschap werd te laat betrokken bij de opheffing van HOVO

In de brief, waarin de ondernemingsraad een positief advies geeft over de opheffing, staat ook dat “enige invloed van de OR op de besluitvorming geen sprake kan zijn” omdat het besluit tot opheffing al genomen was. “De Ondernemingsraad wordt (…) geconfronteerd met een fait accompli.”

Volgens Van der Kamp-Alons stond de OR met de rug tegen de muur. Zolang de OR nog niet had ingestemd met de opheffing, zo werd de leden verteld, konden de – spoedig boventallige – medewerkers van HOVO niet worden aangemerkt als herplaatsingskandidaat. En dat is belangrijk, omdat zij zo voorrang zouden krijgen bij vacatures van de universiteit.

‘We konden niet anders dan positief adviseren’

Wat ook een rol speelde was dat door de coronacrisis een acuut financieel gat was ontstaan, dat de universiteit niet wilde dichten. Cursussen konden immers niet doorgaan. HOVO langer in leven houden had mogelijk geleid tot een nog groter financieel verlies. Van der Kamp-Alons: ‘We konden niet anders dan positief adviseren.’

In februari, toen het doek voor HOVO al was gevallen, oogstte het college van bestuur opnieuw verbazing onder de medezeggenschap. Het college benadrukte in diens formele schriftelijke reactie op het advies van de OR toch weer dat de ondernemingsraad eigenlijk geen adviesrecht had op de opheffing. Van der Kamp-Alons: ‘Als ze zich toch op dat standpunt stellen, hadden ze niet op ons formele advies over de opheffing hoeven te wachten. Dan hadden ze de medewerkers eerder kunnen aanmerken als herplaatsingskandidaat en dan hadden zij mogelijk minder lang in onzekerheid verkeerd.’

Reden 3: De oud-medewerkers van HOVO zijn onnodig lang in onzekerheid gehouden over hun toekomst

In de begeleiding van oud-medewerkers van HOVO naar nieuw werk is volgens de ondernemingsraad veel mis gegaan. In haar brief van december: “De ondernemingsraad beoordeelt het optreden van de Faculteit der Letteren en de P&O-afdeling binnen deze faculteit als laakbaar en als slecht werkgeverschap.”

Volgens Van der Kamp-Alons kwam de OR op dat harde oordeel omdat de HOVO-medewerkers veel eerder bij de hand genomen hadden kunnen worden. ‘De faculteit zei feitelijk dat ze niks kon doen omdat het formele advies van de OR nog op zich liet wachten. Formeel klopt het dat medewerkers dan nog niet aangemeld kunnen worden als herplaatsingskandidaat, maar je kunt wel alvast met de mensen om de tafel gaan om te bespreken wat de opheffing voor hen betekent, hoe het Sociaal Plan precies in z’n werk gaat. De informatievoorziening had echt beter gemoeten.’ Bovendien bleek dus later dat het college van bestuur het advies van de OR als een ‘ongekwalificeerd advies’ zag, omdat de OR feitelijk geen adviesrecht zou hebben.

In januari reageerde het faculteitsbestuur als door een adder gebeten op de harde woorden van de OR. Decaan Margot van Mulken en secretaris Ellen Venderbosch schreven dat zij “met verbazing en verontwaardiging” kennis hadden genomen van de kritiek. Volgens de bestuurders ging het om een “ongefundeerd oordeel” dat schadelijk is voor de reputatie van de faculteit.

Een kleine maand later, inmiddels in februari, reageerde ondernemingsraadvoorzitter Ezra Delahaije daar weer op dat de kritiek op de faculteit inderdaad anders geformuleerd had kunnen worden. Maar de inhoud van de kritiek bleef overeind. Delahaije benadrukte in zijn brief dat de commissie professioneel en nauwgezet te werk was gegaan en verwees naar de woorden van de commissie dat er “ernstige zorgen bestaan over de manier waarop met de zorgplicht voor medewerkers is omgegaan”.

Reden 4: De opheffing van HOVO ging niet gepaard met visie op ouderenonderwijs

De Ondernemingsraad had niet alleen procedurele, maar ook inhoudelijke kritiek op de afschaffing van HOVO. Die ging namelijk niet gepaard met een visie op post-initieel onderwijs, aldus de OR, met name op het gebied van ouderenonderwijs. De Radboud Universiteit kondigde vorig jaar met Radboud Academy dan wel een nieuwe organisatie voor post-initieel onderwijs aan, maar of daarin een plekje was voor het traditionele HOVO-onderwijs werd pas overwogen nadat het doek voor HOVO al was gevallen.

‘Ik had veel liever gezien dat Radboud Academy en HOVO waren geïntegreerd’

‘Ik had veel liever gezien dat Radboud Academy en HOVO waren geïntegreerd’, zegt Van der Kamp-Alons. ‘Als je daar bewuster beleid op had gemaakt, hadden de mensen van HOVO binnen Radboud Academy een belangrijke rol kunnen spelen in het aanspreken van de oudere doelgroep.’ Van der Kamp-Alons wijst erop dat er uiteindelijk twee medewerkers na opheffing van HOVO een baan hebben gekregen bij Radboud Academy, maar dat dit nog niet vaststond toen het opheffingsbesluit werd genomen.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!