Waarom zou je je als wetenschapper inlaten met het leger? ‘Ik ben geen pacifist’
-
Hoogleraren Lonneke Peperkamp (links) en Tine Molendijk. Foto: Johannes Fiebig
Hoe autonoom kun je als Defensiemedewerker onderzoek doen aan de Radboud Universiteit, en andersom? Hoogleraren Lonneke Peperkamp en Tine Molendijk, in dienst van de krijgsmacht, zien tal van misvattingen over defensie op de campus. 'Het is een overheidsorganisatie hè, geen stelletje bandieten.'
Nee, ze hoeven niet onder de wapenen als er echt ooit oorlog uitbreekt. Evenmin lopen ze in militaire outfit rond op de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) in Breda, laat staan dat ze weten hoe ze een geweer moeten hanteren – militaire training krijgen ze helemaal niet. Burgerpersoneel, dat zijn hoogleraren Lonneke Peperkamp en Tine Molendijk binnen Defensie – een heel andere categorie dan de groep waar iedereen meteen aan denkt: militairen. Het is een tweedeling binnen de krijgsmacht waar veel mensen geen weet van hebben.
Nieuw magazine
Dit artikel komt uit het nieuwe Vox-magazine, een special over Defensie. Hoe moet de Radboud Universiteit omgaan met Defensie? Welke samenwerkingen zijn er – en hoe ethisch is het hebben van banden met Defensie in tijden van oorlog? Het gehele magazine is hier te lezen.
En die onbekendheid leidt tot allerlei aannames, valt hun op. Dat hun wetenschappelijk onderzoek nooit echt onafhankelijk zou kunnen zijn, of dat de krijgsmacht – de ingeburgerde term ‘leger’ omvat formeel alleen de landmacht – zich vooral op vechten zou richten. Molendijk: ‘Defensie is voor mensen in de maatschappij vaak nog zo’n black box.’
Die doos openmaken zien ze als een van hun taken, ze zijn ook veelgevraagde experts in de media. Noem ze bruggenbouwers. Als wetenschappers die verbonden zijn aan zowel de NLDA als de Radboud Universiteit staan de hoogleraren namelijk met één been in Defensie en met het andere op de campus van de Radboud Universiteit.
Dilemma
Hoe kijken zij naar de steeds inniger wordende banden tussen universiteit en krijgsmacht, en de discussies hierover op de campus? Op een winterse woensdag – hun Nijmeegse werkdag, de rest van de week zijn ze in Breda – vertellen ze er graag over in het Elinor Ostromgebouw, al kiezen ze hun woorden zorgvuldig. Het woord ‘dilemma’ valt zestien keer.
‘Discussies zijn nogal eens zwart-wit. Alsof ik een soort verlengstuk zou zijn van Defensie en stiekeme dingen doe’
Molendijk: ‘Ik ben op mijn hoede, omdat ik me soms geframed voel. Discussies zijn nogal eens zwart-wit. Alsof ik een soort verlengstuk zou zijn van Defensie en stiekeme dingen doe. Dat heb ik al sinds ik antropologie studeerde aan de UvA, waar medestudenten zeiden: bleh, de krijgsmacht, waarom zou je je daarin willen verdiepen? En andersom denken mensen bij de krijgsmacht geregeld: die pacifistische antropologen snappen er toch niets van.’
Wat maakt juist de krijgsmacht antropologisch interessant?
‘Dat er wat op het spel staat. De beslissingen die medewerkers nemen, kunnen dodelijke gevolgen hebben, dat zet dingen op scherp.’
Molendijk is expert op het gebied van ‘morele verwondingen’ die militairen kunnen oplopen tijdens een uitzending naar een conflictgebied. Als dronebestuurder mensen neerschieten gaat je bijvoorbeeld niet in de koude kleren zitten, ook al is het de vijand. ‘Je kunt als leidinggevende wel zeggen: de verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij mij, maar zo’n militair voelt zich natuurlijk zelf ook verantwoordelijk.’
Onderzoek op Radboudcampus
Nijmeegse onderzoekers hebben verschillende banden met de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).
– De Radboud Universiteit heeft twee bijzonder hoogleraren vanuit de NLDA: Tine Molendijk en Eric-Hans Kramer (Transitie en ontwikkeling van de militaire organisatie). Er lopen geen geldstromen. Binnen hun dienstverband bij de NLDA mogen ze een dag per week in Nijmegen werken.
– Lonneke Peperkamp is hoogleraar bij de NLDA en gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit.
– Twee docent-onderzoekers bij Bestuurskunde zijn ook research fellow bij de NLDA.
– Twee Nijmeegse promovendi doen onderzoek (bij politicologie) via een samenwerkingsproject met de NLDA. Zo’n tien anderen gingen hen de afgelopen decennia voor.
– NLDA-wetenschappers zijn soms lid van de beoordelingscommissie van reguliere Nijmeegse promoties.
Jurist en filosoof Peperkamp doet onder meer onderzoek naar de zogenoemde ‘theorie van de rechtvaardige oorlog’. Aan welke regels moeten partijen zich houden, zowel voor, tijdens als na een oorlog? ‘Het interessante aan die theorie vind ik dat hij pragmatisch is. Dat oorlogen nu eenmaal plaatsvinden, met alle bijbehorende tragiek, wordt binnen die theorie niet goedgekeurd, maar wel geaccepteerd. Vervolgens probeer je effectieve gedragsregels op te stellen die de negatieve gevolgen zoveel mogelijk beperken.’ Ze noemt het humanitaire oorlogsrecht, dat onder meer zegt dat burgers niet aangevallen mogen worden.
Dit soort onderzoek kun je ook op een reguliere universiteit doen. Waarom zou je als wetenschapper bij Defensie willen werken?
Molendijk: ‘Ik vind het interessant om wetenschappelijke inzichten ook te kunnen vertalen naar de praktijk, via actie-onderzoek. Met video-testimonials van veteranen willen we bijvoorbeeld aan generaals duidelijk maken hoe besluitvorming doorwerkt in de ervaringen van soldaten.’
‘Tijdens de operatie in Uruzgan (de Afghaanse provincie waar Nederlandse militairen van 2006 tot 2010 naartoe uitgezonden waren, red.) was er continu discussie of het nu een wederopbouw- of gevechtsmissie was. Voor militaire acties moest oneindig vaak om politieke toestemming gevraagd worden. Daardoor zijn mensen gesneuveld, met alle gevolgen van dien voor wie dat van dichtbij meemaakte.’
‘Hier in Nijmegen zitten toekomstige beleidsmakers in de collegezaal, in Breda officieren in opleiding’
‘Ik hoop dat zulke problemen beter ondervangen gaan worden. Bijvoorbeeld door bij de besluitvorming en planning een moreel adviseur te betrekken, net zoals er nu ook al juridische en genderadviseurs zijn. Die kan pleiten voor duidelijkere keuzes als het mandaat vaag is door politieke compromissen.’
‘Het leuke van onderwijs geven op zowel de NLDA als de universiteit is dat beide groepen studenten te maken kunnen krijgen met morele dilemma’s rondom oorlogsvoering. Hier in Nijmegen bij politicologie zitten toekomstige beleidsmakers in de collegezaal, in Breda officieren in opleiding.’
Mevrouw Peperkamp, u werkte lang op de universiteit. Vanwaar uw overstap naar de NLDA?
‘Dit was mijn droombaan. Ik vind het belangrijk om een plek aan tafel te hebben, in plaats van vanuit de ivoren toren ethische kritiek te leveren. Nu geef ik toekomstige officieren onderwijs over rechtvaardigheidsvraagstukken én kan ik onderzoek doen naar vragen die rechtstreeks uit het veld komen. Dan zie je ook hoe ingewikkeld die kunnen zijn, bijvoorbeeld rondom nieuwe technologieën zoals GPS-jamming of hybride oorlogsvoering.’
‘De juridische regels hierover zijn vaak ambigu. Als iemand een satelliet in de ruimte vernietigt, geldt dat dan als een gewapende aanval waartegen een land zich mag verdedigen? Dat is wetenschappelijk superinteressant, maar ook relevant voor beleidsmakers en Defensie. Het bepaalt bijvoorbeeld of Artikel 5 van de NAVO ingeroepen kan worden (dat zegt dat een aanval op een land geldt als een aanval op alle NAVO-leden, red.).’
Lonneke Peperkamp (1980) studeerde rechten en filosofie in Nijmegen, waar ze ook promoveerde. Haar proefschrift (2017) gaat over het ius post bellum: rechtvaardigheid na afloop van een oorlog, zoals wederopbouw en strafvervolging. Peperkamp werkte daarna in Frankfurt, Florence en Dublin, en op de Nijmeegse rechtenfaculteit. Sinds 2021 is ze hoogleraar Militaire ethiek en leiderschap aan de NLDA en gastonderzoeker op de Radboud Universiteit, bij het centrum voor digitalisering en samenleving iHub.
Hoe verhoudt die verwevenheid met de praktijk zich tot academische onafhankelijkheid?
Molendijk: ‘Onze faculteit Militaire Wetenschappen binnen de Defensie Academie is organisatorisch net zo onafhankelijk als de Radboud Universiteit. Dat weten mensen vaak niet. Die valt namelijk eveneens onder een stichting: SWOON, de Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA. De faculteit moet dááraan verantwoording afleggen, niet aan Defensie. Maar de financiering komt wel van het ministerie van Defensie, net zoals de Radboud Universiteit geld krijgt van OCW.’
‘De universiteit draagt bij aan het kritisch-wetenschappelijk denken binnen de krijgsmacht’
Peperkamp: ‘Je moet er natuurlijk voor waken dat je instrumenteel wordt ingezet, voor een soort ethics washing. Die spanning is er altijd. Tegelijkertijd denk ik dat ik zo het meest kan bijdragen, ik voel het als een verantwoordelijkheid.’
Moet een militair die in Nijmegen promoveert zijn of haar proefschrift door een censuurcommissie van Defensie laten goedkeuren?
De hoogleraren verheffen allebei hun stem. ‘Nee, Nee!’
Molendijk: ‘Absoluut niet! Dat is een van die misvattingen. Proefschriften hoeven nergens langs. Dat neemt niet weg dat je als antropoloog in je proefschrift altijd wel moet reflecteren op je zogeheten positionaliteit. Welke invloed heeft je rol: je politieke overtuiging, gender? Maar dus ook wat het betekent om als militair dit onderzoek te doen.’
Er is steeds meer toenadering tussen universiteiten en de krijgsmacht, zeker nu de nieuwe regering de defensie-uitgaven vergroot. Hoe wenselijk is dat?
Molendijk: ‘Ik denk dat het heel nuttig is. Vergeet niet dat de Radboud Universiteit en Defensie gewoon al decennialang samenwerken, hè. Daar zijn wijzelf voorbeelden van. Er lijkt veel angst voor beïnvloeding, maar ik bekijk het ook andersom: de universiteit draagt zo bij aan het kritisch-wetenschappelijk denken binnen de krijgsmacht.’
‘De krijgsmacht wordt sowieso niet ingezet voor mensenrechtenschendingen’
‘Er zijn wel aandachtspunten. Je moet afspreken dat je je onderzoek onafhankelijk kunt doen, maar in die zin is Defensie niet anders dan andere organisaties die financiering geven. Defensie wíl ook niet de uitkomsten van onderzoek dicteren, daarbij zijn ze helemaal niet gebaat. Ook moeten universiteiten oppassen dat ze financieel niet te afhankelijk worden van externe organisaties in het algemeen. Een andere zorg is dat veel investeringen in Defensie ten koste gaan van ontwikkelingssamenwerking en diplomatie, en die zijn ook essentieel voor succesvolle militaire missies.’
Het college van bestuur werkt aan een kader voor samenwerkingen met de krijgsmacht en de defensie-industrie. Een van de voorwaarden wordt dat kennis niet moet worden ingezet voor mensenrechtenschendingen.
Peperkamp: ‘Zo’n bepaling is een no-brainer.’
Molendijk: ‘Ik vind het nogal wat, als men bij Defensie direct aan mensenrechtenschendingen denkt. Het is een overheidsorganisatie hè, geen stelletje bandieten.’
Peperkamp: ‘De krijgsmacht wordt sowieso niet ingezet voor mensenrechtenschendingen. Integendeel, juist voor vrede en veiligheid, om ons allemaal te beschermen.’
Er zijn desondanks zorgen op de campus. Studenten voeren actie tegen ‘de militarisering van het hoger onderwijs’. Moeten universiteiten willen meewerken aan de ontwikkeling van, zeg, dodelijke hightech drones?
Molendijk: ‘Ik betwijfel of je wel tot een zwart-wit kader kunt komen dat zegt: deze kennis of producten mogen wel, en die niet. Deze discussie draait in de kern om de vraag of je in het bestaansrecht van de krijgsmacht gelooft. Is de mens van nature vredelievend of oorlogszuchtig? Ik denk dat je soms moet vechten om dingen te verdedigen, ik ben geen pacifist.’
‘Juist op de universiteit moet ruimte zijn voor verschillende perspectieven, helemaal bij maatschappelijke vraagstukken zoals deze’
Universiteiten zijn van oudsher wel pacifistische bolwerken.
Molendijk: ‘Is het niet vreemd om dat als gegeven te beschouwen? Je zou eens moeten zeggen: “De universiteit is van huis uit nu eenmaal rechts en militaristisch, er kan daarom geen ruimte zijn voor linkse, pacifistische stemmen.” Dat kan toch ook niet?’
Peperkamp: ‘Juist op de universiteit moet ruimte zijn voor verschillende perspectieven, helemaal bij maatschappelijke vraagstukken zoals deze.’
Molendijk: ‘Als een student mee wil doen aan Defensity college (een betaald militair opleidingsprogramma voor studenten, red.), dan kiest diegene daar zelf voor, net als bij elke andere stage.’
Tine Molendijk (1987) studeerde culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en is universitair hoofddocent bij de faculteit Militaire Wetenschappen van de NLDA. Sinds eind 2025 is ze bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit, op de leerstoel Morele dilemma’s van multilaterale militaire operaties. In haar proefschrift (Nijmegen, 2019) analyseerde ze hoe veteranen last houden van moreel lastige beslissingen tijdens missies.
Het maakt wel verschil of Defensie daarvoor actief werft of niet.
Molendijk: ‘Natuurlijk, dat is ook ingewikkeld. Het zijn allemaal terechte dilemma’s, die ik in mijn onderwijs ook behandel. Hoe universiteiten zich moeten verhouden tot de staat, inclusief de krijgsmacht, is een fundamentele vraag. Moet je op afstand blijven of ook van binnenuit ervaren hoe die staat werkt? Dat laatste is wel de basis van de antropologische methode. Het lijkt misschien een open deur, maar het gaat erom dat je hierover samen het debat voert.’
Peperkamp: ‘Uiteindelijk is Defensie een uitvoeringsorganisatie. Ze krijgt een politieke opdracht namens onze democratische rechts- staat en heeft die vervolgens maar uit te voeren. En wij proberen op basis van wetenschappelijke inzichten handvatten te geven om dat op een zo goed mogelijke manier te doen.’




