Anti-terrorist operation in eastern Ukraine 2016. Photo: Ministry of Defense of Ukraine/Flickr
Overal ter wereld liggen landen en rebellengroepen met elkaar in de clinch. Waarom noemen we het een oorlog en het ander een gewapend conflict? Het is maar net aan wie je het vraagt.
De versie van dit artikel die in de papieren Vox verscheen, is geschreven vóór de aanvallen van Amerika en Israël op Iran van eind februari. Deze online versie is geüpdatet met een extra kader en een enkele tekstuele toevoegingen.
Rusland en Oekraïne zijn met elkaar in oorlog, Thailand en Cambodja hebben een ‘grensconflict’ (met inmiddels een wapenstilstand) en in Sudan woedt een bloederige burgeroorlog. Wanneer is een land in oorlog en wanneer spreken we over een gewelddadig conflict? Wetenschappers, regeringen en lokale inwoners hebben daar allemaal zo hun eigen ideeën over.
Vroeger was het redelijk overzichtelijk: het was oorlog als landen elkaar de oorlog verklaarden. Dat is hoe de Eerste en Tweede Wereldoorlog nog startten, maar tegenwoordig is het uit de mode om de komst van je soldaten aan te kondigen. Rusland viel Oekraïne gewoon binnen. En de laatste officiële oorlogsverklaring van de Amerikaanse regering stamt uit de Tweede Wereldoorlog, terwijl hun leger sindsdien toch heel wat internationale actie heeft gezien. (Ook aan Iran heeft Amerika de oorlog niet officieel verklaard, zie kader ‘Amerika versus Iran’.
Nieuw magazine
Dit artikel komt uit het nieuwe Vox-magazine, een special over Defensie, die vandaag wordt verspreid over de campus. Hoe moet de Radboud Universiteit omgaan met Defensie? Welke samenwerkingen zijn er – en hoe ethisch is het hebben van banden met Defensie in tijden van oorlog? Je kunt het nieuwe magazine ook lezen via deze link.
Wanneer krijgt een conflict anno 2026 dan het etiketje ‘oorlog’? Er bestaat niet één universele definitie, maar wetenschappers proberen het wel af te bakenen. Het Uppsala Conflict Data Program (UCDP), dat al meer dan veertig jaar oorlogsstatistieken bijhoudt, stelt dat er sprake is van oorlog als er meer dan duizend doden per jaar vallen. Bij minder dan duizend, maar meer dan 25 dodelijke slachtoffers per jaar, is het een ‘gewapend conflict’.
Dat gaat om slachtoffers die direct door het geweld om het leven zijn gekomen. Er zijn ook veel indirecte slachtoffers, bijvoorbeeld door honger of ziekte, maar die tellen niet mee in deze cijfers’, zegt Willemijn Verkoren, universitair hoofddocent conflictstudies en internationale betrekkingen bij het CICAM (Centre for International Conflict Analysis & Management) van de Radboud Universiteit.
De UCDP maakt in de data onderscheid tussen conflicten waar landsregeringen (staten) bij betrokken zijn en ander soort conflicten, bijvoorbeeld bendegeweld. In 2024 was er een recordaantal ‘staat-gerelateerde’ gewapende conflicten in de wereld, concludeerden onderzoekers van de Universiteit van Uppsala vorig jaar uit cijfers van 1989 tot en met 2024. Het aantal oorlogen stond op elf, het hoogste aantal sinds 2016.
Amerika versus Iran
‘Mensen willen niet dat ik het woord oorlog gebruik’, heeft Trump de afgelopen weken meermaals gezegd, om vervolgens met tegenzin te spreken over ‘militaire operaties’ in Iran. Sinds Amerika en Israël op 28 februari Iran aanvielen, en daarmee oorlogsgeweld in de hele Golfregio ontketenden, is er in de Amerikaanse politiek een woordspelletje gaande rondom het begrip ‘oorlog’. Zowel Trump als zijn minister van Defensie, Pete Hegseth, hadden eerder geen enkel probleem om dat woord te gebruiken, maar verschillende andere republikeinse politici ontkennen al vanaf de start dat er sprake is van een oorlog. In officiële memo’s staan termen als ‘militaire acties’ of ‘strategische aanvallen’. Volgens de wet kan namelijk alleen het Amerikaanse congres besluiten om ten oorlog te gaan. Zou een president dat buiten het congres om doen, dan is dat dus een onwettige oorlog.
Hoe je het ook wendt of keert, dit is overduidelijk een oorlog. ‘Het voldoet aan alle kenmerken’, stelt Willemijn Verkoren, als we haar bellen voor een update voor dit artikel. Het dodental blijft oplopen en er is geen twijfel over mogelijk dat er sprake is van georganiseerd politiek geweld tussen verschillende staten. ‘Dus hierin zie je goed dat er een verschil kan zijn tussen de officiële definities en politiek gebruik van het woord. Formeel is Amerika niet in staat van oorlog, maar ondertussen kondigt de regering wel continu geweldsacties tegen Iran aan en gebruikt oorlogszuchtige taal.’ Zo zei Hegseth vorige week tegen journalisten in het Witte Huis, nadat hij had benadrukt hoe succesvol Amerika was in wegvagen van de Iraanse legermacht: ‘Wij onderhandelen met bommen.’
Sommige wetenschappers vinden zo’n cijfermatige definitie te mager en gebruiken ander soort criteria, bijvoorbeeld dat het moet gaan om georganiseerd politiek geweld – dus geen spontane uitbarsting. Een overheid die burgerprotesten beantwoordt met geweld, zoals in Iran, is niet in oorlog met de bevolking. Cru genoeg lijkt de oorlog die nu wél in Iran gaande is de proteststemmen nog verder te verzwakken, voor zover we via de spaarzame internettoegang zicht hebben op de situatie in het land.
Trump riep de Iraanse bevolking in februari op om gebruik te maken van de Amerikaanse aanvallen, door weer de straat op te gaan en de macht te grijpen. Maar als het in die straten bommen regent, kijk je als inwoner waarschijnlijk wel uit. Burgerprotest kán wel leiden tot een oorlog. In Syrië sloeg de overheid de Arabische Lenteprotesten in 2011 hardhandig neer, waarna rebellengroepen de wapens oppakten voor een burgeroorlog die nog steeds gaande is.
Drugsbendes
Of je nou slachtoffers telt of andere criteria gebruikt, grijze gebieden blijven er altijd. Met statistieken is het probleem dat er niet altijd betrouwbare informatie uit oorlogsgebieden komt, zegt Verkoren. ‘Wat je eigenlijk altijd ziet, is dat landen in oorlog het aantal doden van de andere kant overdrijven en hun eigen aantal doden lager inschatten, om zelf sterk over te komen.’ Rusland en Oekraïne komen een dag na een veldslag met totaal verschillende cijfers op de proppen. De waarheid ligt doorgaans ergens in het midden – onafhankelijke onderzoekers maken dan een schatting.
Maar ook een criterium als ‘politiek geweld’ is in de praktijk vaak minder zwart-wit dan het op papier lijkt. Crimineel geweld valt daarbuiten, terwijl in sommige Latijns-Amerikaanse landen drugsbendes nauw verweven zijn met de politiek. Haïti is daar een voorbeeld van, vertelt Mathijs van Leeuwen, hoogleraar Vrede- en conflictstudies bij het CICAM.
‘Dat land heeft een heel instabiele staat, de overheid kan niet voor haar burgers zorgen. Het criminele circuit heeft allerlei taken van de overheid overgenomen. Daarbij vallen doden, er zijn veel afrekeningen. Soms gaat dat om financiële belangen, maar ook politieke tegenstanders worden uitgeschakeld. Is dat dan een gewapend conflict of niet? Dat onderscheid is in zulke situaties heel dun.’
Genocide
Politici gebruiken het woord ‘oorlog’ vaak breder dan wetenschappers. Denk aan de ‘War on terror’ die George W. Bush na 9/11 uitriep. Verkoren: ‘Daarmee eigende Amerika zich het recht toe om wereldwijd geweld te gebruiken, tegen een onduidelijke vijand. Want een terrorist kan overal zijn.’ Het is een voorbeeld van wat wetenschappers securitisatie noemen: politici transformeren een politiek probleem tot een veiligheidsprobleem, door het te presenteren als een grote dreiging. Dat geeft hen vervolgens de ruimte voor hard beleid waar ze anders misschien niet mee weg waren gekomen.
Ook groepen die genocide plegen – volkerenmoord – verschuilen zich nogal eens achter het woord ‘oorlog’, terwijl er maar één partij geweld gebruikt. In Rwanda beweerde de overheid in 1994 ten onrechte dat er een opstand van de Tutsi-bevolking dreigde, wat een legitimatie werd om Tutsi’s uit te moorden. Uiteindelijk leidde het wel tot een burgeroorlog, toen een rebellenleger vanuit Congo zich in reactie op de moordpartijen organiseerde en het land binnenviel.
De ruïnes van Beit Lahia in de Gazastrook, verwoest door Israëlische bombardementen, 23 februari 2025. Foto: Jaber Badwen/Wikimedia Commons
Oorlog impliceert geweld van twee kanten, zegt Verkoren. ‘Maar ook daar zijn grijstinten in, want geweld tussen partijen kan asymmetrisch zijn.’ Neem Israël, dat zegt dat haar geweld in Gaza een reactie is op geweld van Hamas. ‘Inderdaad viel het Gaza aan na de Hamas-aanslag van 7 oktober 2023, en bleef Hamas daarna terugvechten. Maar dit maakt de Israëlische acties nog niet gerechtvaardigd. Het oorlogsrecht stelt dat het geweld in proportie moet staan tot de dreiging die van de tegenstander uitgaat of het geweld dat de tegenstander gebruikt. Daarnaast moet je burgerslachtoffers zoveel mogelijk voorkomen.’
Israëlische aanvallen op burgerdoelen, met grote aantallen burgerslachtoffers, stelt Verkoren, worden daarom breed gezien als oorlogsmisdaden. En een genocide? Daarbij speelt de vraag mee of het de intentie is om een bepaalde groep uit te roeien. Mede op basis van uitspraken van Israëlische leiders concludeerden verschillende mensenrechtenorganisaties, talloze deskundigen en een onderzoekscommissie van de VN dat er inderdaad sprake is van genocide in Gaza.
Kidnapping
Soms ontwijken politici juist bewust de term ‘oorlog’. Neem de verrassingsaanval op Venezuela waarbij de Amerikanen president Maduro in feite kidnapten, begin dit jaar. Die actie had veel kenmerken van een oorlogsdaad, zegt Verkoren, omdat het georganiseerd geweld van het ene land tegen het andere land is. In Amerika leidde dat tot flinke politieke discussie, want voor een invasie is officieel toestemming nodig van het Congres. De regering-Trump presenteerde de aanval dus bewust niet als oorlog, maar als strijd tegen de drugskartels waarin Maduro de spil in zou zijn. Dat het bewijs daarvoor flinterdun was deerde niet, Trump kwam ermee weg. Ook rondom de oorlog tegen Iran ontstond in de Amerikaanse politiek een woordspel rondom het woord ‘oorlog’ (zie kader ‘Amerika versus Iran’).
En dan zijn er nog de mensen die tegen wil en dank middenin een conflict belanden, omdat ze er nou eenmaal wonen. Ook zij hebben hun eigen beleving van wat oorlog is. Neem de spanningen rondom het grensgebied tussen Thailand en Cambodja die vorig jaar oplaaiden. Op basis van het aantal dodelijke slachtoffers is dat volgens het UCDP een conflict, geen oorlog. Maar de Cambodjanen noemen het zelf wel oorlog, merkte Verkoren toen ze er onlangs was als gastdocent. En het voelt voor hen ook zo.
‘Voormalige rebellen die geen baan konden vinden gingen roofovervallen plegen’
‘Het houdt de maatschappij enorm bezig. Er is veel angst, er gaan online anti-Thaise berichten rond en mensen willen Thaise producten boycotten.’ En hoewel ze niet aan de andere kant van de grens is geweest, vermoedt ze dat de vijandige gevoelens wederzijds zijn. Al is er inmiddels een wapenstilstand waarvan de hoop is dat die overgaat in vrede.
Het einde van een oorlog is vaak net zo onduidelijk te bepalen als het begin. Van Leeuwen: ‘Het makkelijke antwoord is: op het moment dat er een vredesovereenkomst is ondertekend. Maar er zijn oorlogen waarin dat nooit gebeurt.’ Het conflict dooft dan langzaam uit, of het geweld laait om de paar jaar weer op.
Zelfs als zo’n overeenkomst wél is ondertekend, betekent het lang niet altijd dat er in de praktijk veel verandert. Dat ondervond Van Leeuwen toen hij in de jaren nul onderzoek deed in Guatemala, waar na een hevige burgeroorlog in 1996 officieel vrede was gesloten. Maar die oorlog woedde al vanaf 1960 en decennialang geweld laat zijn sporen na.
‘Inwoners vertelden me dat voor hen de situatie niet veel anders was dan tijdens de oorlog. Dat kan deels perceptie zijn, omdat mensen gaandeweg vergeten hoe erg het was. Maar er vielen ook nog steeds veel slachtoffers. Voormalige rebellen die geen baan konden vinden, maar nog wel wapens hadden, gingen bijvoorbeeld roofovervallen plegen.’
Bewapenen
Gewelddadig conflict of oorlog – de cijfers liegen er niet om. De afgelopen jaren is het geweld wereldwijd toegenomen, na een relatief vreedzame periode vanaf de jaren negentig. Van Leeuwen: ‘De jaren negentig was een periode met veel optimisme over internationale samenwerking. De Koude Oorlog was afgelopen, grootmachten als Amerika en Rusland waren bereid samen de wereld vreedzamer te maken. Sommigen spraken over een nieuwe wereldorde, het einde van de ideologische tegenstelling tussen oost en west.’ Maar inmiddels staan de ideeën van wereldleiders als Trump en Poetin haaks op de politieke wind uit die tijd. ‘Trumps visie is dat internationale afspraken alleen geldig zijn zolang ze in het belang van de Verenigde Staten zijn.’
Let wel, er valt ook op een positievere manier naar de cijfers te kijken, namelijk door nog verder uit te zoomen. De afgelopen decennia, of zelfs afgelopen eeuw, is natuurlijk maar een fractie van de oorlogsgeschiedenis. De wereld is anno 2026 vreedzamer dan pakweg vijfhonderd jaar geleden, volgens Van Leeuwen. ‘Er vallen wel meer doden dan toen, maar de wereldbevolking is nu ook vele malen groter. Procentueel zijn er minder slachtoffers.’
Wel is het karakter van oorlogsvoering veranderd, denkt Van Leeuwen, waardoor er mogelijk meer onzichtbare, indirecte slachtoffers zijn. ‘Het palet aan tactieken voor oorlogsvoering is breder geworden. Het kan nu ook bestaan uit doorhakken van gasleidingen of blokkeren van internetverkeer, wat in onze geavanceerde samenleving heel ingrijpend kan zijn.’
‘Je moet ook blijven investeren in internationale relaties, kijken welke belangen er achter conflicten zitten’
Toch blijven wapens een favoriet. Verkoren noemt de drang naar bewapenen die nu in Europa heerst eenzijdig. Verkoren: ‘Dat gebeurt zonder discussie over wat er nog meer nodig is om vrede in Europa te garanderen. Je moet ook blijven investeren in internationale relaties, kijken welke belangen er achter conflicten zitten. En het internationaal recht staat onder druk, maar de EU draagt daar zelf aan bij, bijvoorbeeld door Israël niet ondubbelzinnig te veroordelen voor het geweld in Gaza.’
Een veiliger wereld kun je ook bereiken met andere tactieken dan militair machtsvertoon, vindt ook Van Leeuwen. En wat hem betreft is er een belangrijke rol voor wetenschappers weggelegd om dat tegengeluid te laten horen. ‘Denk aan diplomatie, handelsrelaties en het stimuleren van kennisuitwisseling. Als mensen meer met elkaar in contact komen, kan er meer begrip ontstaan voor hoe het er aan de andere kant van de wereld aan toe gaat. Dat is ongelooflijk belangrijk.’
Een rechtvaardige oorlog?
Is oorlog voeren ooit de juiste keuze, moreel gezien? Degene die aan de basis stond van de moderne ideeën hierover was Thomas van Aquino. In de dertiende eeuw schreef deze filosoof en theoloog over ‘bellum iustum’, oftewel ‘rechtvaardige oorlog’. Die moest onder andere een ‘rechtvaardige’ reden hebben en bedoeld zijn om te strijden tegen het kwaad. Maar ja, wat is rechtvaardig en wie is het kwaad? Tegenstanders in een conflict zullen altijd naar elkaar wijzen.
Een voorbeeld uit de moderne geschiedenis dat mensen vaak aanhalen is de Tweede Wereldoorlog: hoe had Hitler gestopt kunnen worden zonder geweld? Op kleinere schaal kun je denken aan rebellenbewegingen die zich verzetten tegen groot onrecht, zegt Willemijn Verkoren van het CICAM. ‘In Myanmar is het regime bijvoorbeeld ontzettend bruut en onderdrukkend, geweldloos verzet is nauwelijks mogelijk. Kun je het mensen dan kwalijk nemen dat ze een burgeroorlog starten?’ Maar, werpen pacifisten tegen, geweld leidt altijd tot meer woede en geweld. Verkoren: ‘En ook daar is wat voor te zeggen. Op lange termijn lost geweld een conflict nooit op. Daar is meer voor nodig, je moet de oorzaken aanpakken en met elkaar praten.’