‘We moeten opener zijn over wat we meemaken’

29 nov 2019

Seksueel getinte complimentjes, gênante vragen aan een draagster van een hoofddoek en foute opmerkingen van studenten over docenten met wie ze wel ‘naar bed zouden willen’. Volgens student Ties van der Stappen en universitair hoofddocent Inge Bleijenbergh valt er nog veel te winnen op het gebied van sociale veiligheid op de universiteit. Een dubbelgesprek.

Sinds de opkomst van de #MeToo-beweging staat sociale veiligheid op de universiteit in de schijnwerpers. Werk aan de winkel, zo bleek. Onderzoek van de FNV en VAWO legde onder andere machtsmisbruik door hoogleraren bloot, het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren schreef over ‘wetenschappelijke sabotage’ tegen vrouwen en uit een enquête onder medewerkers van de Radboud Universiteit van bleek dat 14 procent van de ondervraagden met ongewenst gedrag op de werkvloer te maken heeft.

Als reactie wil het college van bestuur van de universiteit vertrouwenspersonen toegankelijker maken. Lang niet genoeg, vinden Inge Bleijenbergh, lid van de ondernemingsraad, en Ties van der Stappen, lid van de universitaire studentenraad. Tijdens de vorige gezamenlijke vergadering met het College van Bestuur deelden ze hun eigen ervaringen en vroegen ze om preventie.

Ties van der Stappen. Foto: Rein Wieringa

Sociale veiligheid, wat is dat eigenlijk?

Ties van der Stappen (TvdS): ‘Dat vroegen mijn vrienden ook toen ik ze over dit interview vertelde. Kort samengevat betekent sociale veiligheid dat iedereen zich in zijn of haar eigen sociale context veilig en op zijn gemak voelt. Dat is nog steeds heel vaag, of niet?’

Wat is dan een sociaal onveilige situatie?

TvdS: ‘Bijvoorbeeld machtsrelaties waar een begeleider invloed uitoefent over een promovendus, grappen waar je je niet prettig bij voelt, of discriminatie. Wat denk jij, Inge?’

Inge Bleijenbergh (IB): ‘Dat lijkt me een goede omschrijving. Volgens mij spelen zulke machtsrelaties tussen docenten en studenten. Zo zou ik het zeggen: sociale veiligheid betekent dat mensen helemaal kunnen zijn wie ze willen zijn.’

Welke voorbeelden hebben jullie met het College van Bestuur gedeeld?

IB: ‘Voordat ik begin met vertellen: Ik deel deze ervaringen omdat ik ervan overtuigd ben dat we opener moeten zijn over wat me meemaken, niet omdat ik denk dat dit het ergste is wat je kunt meemaken. Integendeel: als bestuurslid van het Halkes Women Faculty Network heb ik allerlei verhalen langs horen komen, van seksistische opmerkingen in vergaderingen tot gedwongen seks. Het kan dus veel erger. We willen dat anderen beseffen dat ze niet de enige zijn die dit soort dingen meemaken, en dat onze ervaringen helpen om nieuw beleid te maken.

‘De eerste: Ik zat met drie drie mannelijke collega’s in hogere posities in de trein onderweg terug van een congres. Er hing een lollige sfeer en een van de collega’s zei dat hij er geen bezwaar tegen had gehad om tijdens het congres met mij het bed te delen. Ik was overrompeld en zat nog in de glimlachstand vanwege andere grappen en heb er niks van gezegd. De andere collega’s ook niet. Er viel een ongemakkelijke stilte, en na ongeveer een halve minuut gingen we ergens anders over praten.

‘Docenten worden omschreven als MILF’

‘Het volgende voorbeeld: ik liep op de gang toen een van de collega’s een compliment maakte over mijn kleding. Het was nogal uitgebreid, en ik probeerde de aandacht naar hem te verplaatsen door te zeggen: ‘jij hebt ook een mooi shirt aan.’ Hij antwoordde met: ‘ja, maar ik heb er niet zo’n mooi lichaam onder.’ Ik stond perplex. Ik voelde me al ongemakkelijk, maar omdat het over mijn lichaam ging wist ik even niet meer uit te brengen. Ik negeerde de opmerking maar en liep weg. Als ik nu een compliment krijg denk ik steeds: wat gaat er komen?

‘Nog een voorbeeld: Ik was college aan het geven en zag dat een promovendus op de voorste rij de hele tijd naar mijn borsten aan het kijken was. Hij bleef maar kijken en ik begon me ongemakkelijk te voelen. Na een tijdje heb ik een pauze ingelast en ben ik naar mijn kamer gelopen om een jasje over mijn trui aan te doen.

TvdS: ‘Mij is zoiets gelukkig niet overkomen, maar soms hoor ik anderen er wel over praten. Zo zat een ander lid van de universitaire studentenraad in een college in het Nederlands waar ook een meisje met een hoofddoek bij was. Toen de docent haar zag, vroeg hij: ‘Kan iedereen hier wel Nederlands? Anders gaan we in het Engels verder.’ Hij probeerde de opmerking te redden door te zeggen dat hij het vroeg vanwege haar buitenlandse uiterlijk, maar dat maakte het natuurlijk niet beter. Hij bedoelde het vast niet verkeerd, maar voor het meisje en de docent moet het heel ongemakkelijk zijn geweest.

‘Een ander voorbeeld: na een college hoor ik studenten de docent wel eens beoordelen op zijn of haar uiterlijk. Meestal zijn het grapjes, maar die kunnen ook ongepast zijn. De docent wordt soms omschreven als ‘MILF’ (Mother I would like to fuck, red.), en studenten zeggen wel eens dat ze met de docent naar bed zouden willen.’

Hoe reageer je op zulke opmerkingen?

TvdS: ‘Ik vind dat ongemakkelijk. Soms zeg ik er iets van, maar soms ook niet. Het probleem is: omdat het als grap is bedoeld voel ik me bezwaard om er iets van te zeggen. Je wilt de pret niet bederven. Humor moet natuurlijk kunnen, maar er zit een grens aan.’

Waar ligt die grens?

TvdS: ‘Dat verschilt per persoon en situatie. Als het echt discriminerend is, snappen mensen wel dat het ongepast is. Een docent een MILF noemen is niet per se discriminatie, maar zulke termen worden nooit voor mannen gebruikt.’

Inge Bleijenbergh. Foto: Rein Wieringa

IB: ‘Als je grappen over homo’s wilt maken, doe dat dan als je zelf gay bent. Laat grappen over vrouwen aan vrouwen over, en als je een grap over Surinamers maakt ben je het beste op je plek als je zelf ook uit Suriname komt. Maar ben je blank, onthoud je dan alsjeblieft van grappen over Surinamers. Je hoort bij een meerderheid en je weet niet hoeveel grappen iemand al over zich heen heeft gehad. Meestal zijn het er meer dan je denkt.’

TvdS: ‘Dat vind ik lastig, omdat je daarmee juist een verschil tussen mensen maakt. De meerderheid kan dan denken: ‘Als minderheden die grappen mogen maken, waarom wij dan niet?’ Snap je wat ik bedoel?’

IB: ‘Ik snap het, maar het perspectief van de meerderheid is niet zo vaak het onderwerp van spot. Daarom staan zelfspotgrappen bij mij op één.’

Wat zeggen jullie ervaringen over sociale veiligheid op de Radboud Universiteit?

IB: ‘Ik denk niet dat het probleem hier groter is dan op andere universiteiten. We moeten alleen erkennen dat het hier ook allemaal gebeurt, van intimiderende situaties tot gedwongen seks.’

Is de universiteit sociaal onveilig?

TvdS: ‘Dat zou ik niet zeggen. Ik denk dat de meeste mensen zich over het algemeen op hun gemak voelen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen probleem is.’

IB: ‘Het kan beslist beter. Ik was heel blij toen Wilma de Koning (vicevoorzitter van het college van bestuur, red.) tijdens de vergadering zei dat elk geval van sociale onveiligheid er een te veel is. Zo moeten we het zien.’

Waar komt dit probleem eigenlijk vandaan?

TvdS: ‘Sociale onveiligheid heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan. Je lost het nooit helemaal op, maar bespreekbaarheid kan ervoor zorgen dat de problemen aangekaart worden. Ik denk dat sociale media hebben geholpen om dit soort dingen onder de aandacht te brengen, maar dat extreme uitingen daar ook een plek krijgen waardoor de problemen juist groter worden.’

Wat moet er op de universiteit gebeuren?

IB: ‘De universiteit werkt al aan de beschikbaarheid van vertrouwenspersonen. Uit onderzoek blijkt dat mensen hen vaak niet kunnen vinden. Er staat ook al een hoop op papier over hoe personeel zich moet gedragen, maar we zouden nog meer aan preventie moeten doen.

‘Er zijn bijvoorbeeld al rollenspellen op de universiteit om leidinggevenden te leren omgaan met situaties zoals in onze voorbeelden. Wij willen dat zulke trainingen voor alle medewerkers en studenten toegankelijk worden. Als je die situaties oefent, reageer je in het echt ook anders.’

TvdS: ‘Ik vind allereerst dat er zo snel mogelijk een plan moet komen over sociale veiligheid onder studenten. Daarnaast moet er ook een bewustwordingscampagne komen. Het is namelijk heel belangrijk dat dit soort dingen bespreekbaar worden. Gelukkig geeft het college van bestuur aan dat ze ermee aan de slag te gaan.’

Waarom zijn vertrouwenspersonen niet genoeg?

IB: ‘Omdat je die pas inschakelt als er al iets gebeurd is. Vertrouwenspersonen zijn perfect voor als het uit de hand loopt maar wij willen graag dat het niet zo ver hoeft te komen.’

2 reacties

  1. J.P. schreef op 1 december 2019 om 21:45

    De uitspraken van een van mevrouw Bleijenbergh nemen pas echt een absurde wending bij de volgende woorden: “Als je grappen over homo’s wilt maken, doe dat dan als je zelf gay bent. Laat grappen over vrouwen aan vrouwen over, en als je een grap over Surinamers maakt ben je het beste op je plek als je zelf ook uit Suriname komt.” Hieruit blijkt in ieder geval dat mevrouw Bleijenbergh geen fan is van Hans Teeuwen aangezien hij precies een dergelijke uitspraak al eerder op de hak heeft genomen: https://www.youtube.com/watch?v=b3Rdit-iWzE Verder heeft Slavoj Zizek al de nodige argumenten gegeven tegen dergelijke uitspraken: https://www.youtube.com/watch?v=IISMr5OMceg.

    Hoe kunnen verschillende mensen nog samenleven met elkaar als ze geen grapjes over elkaar mogen maken?

    PS: Een dubbelinterview wordt trouwens een stuk interessanter wanneer de geïnterviewden niet allebei uit hetzelfde ideologische vaatje tappen.

    • Absurdisimo schreef op 2 december 2019 om 15:18

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!