Welters’ weemoedige wereld

28 jan 2011

“Tussen droom en daad staan wetten in de weg  en praktische bezwaren”. Alzo dichtte Willem Elsschot  anno 1910 in Het huwelijk. Neem onze bloedeigen zachte voedstermoeder. Die droomt zich graag af bij Harvard. Die privaat gefinancierde toppertjesfabriek uit Massachusetts heeft recht van spreken als het om wetenschappelijk excelleren gaat. Maar dan wel op de wijze van Real Madrid: Nobelprijswinnaars kun je kopen, net als over het paard getilde voetballers met foute kapsels en dito plakplaatjes. De Radboud Universiteiten van deze overbevolkte aardkloot  leiden de Andy Geims en de Konstantin Novoselovs op. De Harvards strijken met de eer.

Ook wat het opleiden van jongelui  tot wetenschapper, intellectueel of, godbetert,  ‘professional’ betreft slaat de vergelijking met Harvard als originaliteit op The Voice.  De ingangseisen zijn daar zo torenhoog dat de docenten de maalstroom der horden bespaard blijft. Bovendien schaterlacht  men daar om collegegeldbedragen  waar je hier het Malieveld mee vol krijgt.

Het telkens weer met veel bombarie geventileerde idee van het academisch  ideaal van de laat-middeleeuwse universitas magistrorum et scholarium, die naar verluidt perfecte samenzang van sublieme meesters en leergierige gezellen en de schurende wind van de dagelijkse onderwijswerkelijkheid, die wil ik in deze kolom voortaan op de staart trappen. 

Zo’n beetje op het refrein van de hooggeleerde F.J.J Buytendijk, die  wetenschapper die fysioloog van oorsprong die het academisch leven in de breedte uitdacht. Die vrijdenker die hier in Nijmegen in de jaren vijftig furore maakte als bijzonder hoogleraar psychologie. De man die net zo makkelijk debiteerde over voetbal en de wijsheid van mieren als over de incongruentie tussen ‘idee en werkelijkheid’ van de universiteit.

Maar dan noodgedwongen met  bescheidener coupletten, als doctorandusje dat ondanks zijn inmiddels probate leeftijd nog moet promoveren op een Engelstalig sportfilosofisch proefschrift over fietsen en duurzaamheid.  Als nederige docent ook, die vanuit letteren gedetacheerd is bij natuurwetenschappen en van daaruit weer communicatie-achtig onderwijs voor derden, vierden en vijfden verzorgt. Onder meer voor biomedische wetenschappers in wording.  Wat qua kundig kunnen laveren tussen idee en werkelijkheid van academische vorming overigens een oogopener is. Daar blijken  21 nijvere mieren in vier weken tijd niet alleen een pilot bij een gezondheidsorganisatie te kunnen uitvoeren, nagenoeg foutloos wetenschapsjournalistiek daarover te schrijven, een tentamen te absolveren, presentaties te houden en een theoretisch doortimmerd verslag af te scheiden maar soms zelfs een zekere aanleg  tot metareflectie  te bezitten.  En als er dan ook nog een wielrenster tussenzit die op het NK in het kielzog van Marianne Vos kan blijven schiet mijn fietsfilosofisch gemoed helemaal vol.  

Geaarde glossen zetten bij dat vaak bezongen abstracte academisch ideaal, daar is het mij om te doen.  Bij de zoveelste onzinnige onderwijskundige herschikkingsoperatie voel ik vaak dezelfde moorddadige aandrang als de middelbare man uit Het Huwelijk die met nauwelijks verholen weerzin naar zijn afgeleefde vrouw kijkt. Maar die uiteindelijk de trekker toch maar niet overhaalt. En dat niet alleen vanwege de troep en de detentie die dat ongetwijfeld oplevert, ook omwille van een zekere Elsschottiaanse “weemoedigheid, die niemand kan verklaren“.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!