Welters’ weemoedige wereld: Franse slag
Na een zeer dikke maand fietsen van Nijmegen via Praag, Salzburg, Beieren en de Zwitserse Alpen naar Zuid-Frankrijk ben ik weer terug in het vlakke grijsgroene regenland. Wat veel mensen hebben met de jaarwisseling heb ik met het rijkelijk bedeelde universitaire zomerreces: een mooi bezinkingsmoment voor een koerswijziging. Na 3500 kilometer horizontaal en 35 verticaal peddelen heb ik me een wat Zuidelijkere wijsgerige stootrichting voorgenomen.
Duitsland is een prachtig fietsland: stille, doorgaans autoloze weggetjes langs haast eindeloze rivieren. Tjechië kan er ook prima mee door: relatief dunbevolkt en heuvelachtig boerenland. Het noorden van Oostenrijk idem dito. En Beieren heeft een prachtig autoluw netwerk van fietswegen, gelegen tegen het romantische decor van de voor-Alpen, met opvallend veel grijze roodstaarten in het bermstruweel. In Zwitserland kun je vervolgens de mooiste, zij het soms wat drukke passen over.
Maar het meest genoten heb ik toch van Zuid-Franse departementen als Cantal, Ardèche en Aveyron. Halfwild natuurschoon. Middengebergte doorsneden door diepe rivierdalen. Fietsrust, vooral ook door het onvolprezen Franse wegensysteem. Behalve een wat grotere, heb je op gepaste afstand ook altijd een wat kleinere, kronkeligere weg, die vaak wat meer hoogtemeters overbrugt. Maar daar krijg je dan ook wat voor terug. Prachtige dorpjes met natuurstenen huizen. Twintig jaar terug nog vaak vervallen, maar nu nieuw leven ingeblazen door grootstedelijke Fransen die de kunst verstaan het eenvoudige boerenleven niet overmatig te verstoren.
Die Fransen hebben van oudsher iets dat wij hier nu opnieuw in de markt proberen te zetten: terroir, verbondenheid met de streek. Gelukkig niet als in Blut und Boden, maar in de vorm van worst, wijn, kaas en groente. Minder in de vorm van de ter academie zo welig tierende Angelsaksische vervlakking en taalvervuiling, maar als gepaste vorm van eigenheid, die we ten onrechte vaak ridiculiseren.
Op het jaarcongres van de International Association for the Philosophy of Sport gaan we met de onderafdeling fietsfilosofie – tussen het elkaar de wetenschappelijke maat nemen door – altijd een dagje raggen op de mountainbike. Vorig jaar rondom Rome. Dit jaar richting Niagara Falls vanuit Rochester in New York State.
Volgend jaar is het oude Europa weer aan de beurt. Ik zal Nijmegen opperen als mogelijke conferentieplaats. Daar is tenminste nog wat welving in het landschap. Daar zijn de Gallische filosofen gelukkig nog niet domweg ingeruild voor de wat gevoelsarmere Angelsaksen. Sportfilosofie met een Nijmeegs-Franse coupe de pédale, dat is mijn inzet voor dit academisch jaar.