Welters’ weemoedige wereld: Grammatikos en komma
De Engelsen kennen de grammar school. Een soortement gymnasium. Waar zoals te verwachten veel aandacht wordt besteed aan grammatica. Grammatica? Ja, grammatica. Volgens Van Dale: ‘de leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen in een taal gevormd worden’.
Grammatica is afgeleid van het Griekse grammatikos: ‘hij die (dus niet ‘wie’, rw) kan lezen en schrijven’. Daar schort het aan, getuige de resultaten van de zojuist door Vox afgenomen RU-brede spellingstoets, waar de helft van de 400 deelnemende studenten voor zakte.
Het bekende gedoe met d’s en t’s is een overkomelijk struikelblok. Een kwestie van op vroege leeftijd erin stampen. Net als fietsen: bijtijds automatiseren. Gezever over verbindingsstreepjes en een al dan niet te plaatsen tussen-n vind ik al stukken minder interessant. Al is het maar omdat ik zelf ook al die spellingsherzieninkjes van taalcommissietjes niet meer kan bijbenen.
Dan heb je uiteraard het bekende evolutionaire argument. Student politicologie Marc Hesseling in voornoemde Vox: ‘Ik heb een hekel aan spelling als doel op zich. Taal is dynamisch en verandert door de tijd heen.’ Dat zal. Maar betekent dit dat als niemand meer weet heeft van het kofschip ‘gekusd’ ook door de beugel kan? En dat als iedereen het over ‘zich iets beseffen’ heeft dat werkwoord dan wel wederkerend moét zijn?
Een esthetisch tegenargument: een even snedig als correct gebouwde zin kan verrekte mooi zijn. Zoals de Engelse schrijver George Steiner alhier in 1997 verzuchtte: ‘Before you study the grammar of music, you’d better listen to the music of grammar.’
Maar ook de praktijk vaart wel bij correcte grammatica. Een komma kan bijvoorbeeld een wereld van verschil betekenen. Neem de volgende sleutelzin uit de onderhoudshandleiding van Belgische kerncentrales die mijn kernfysische broer aan het schrijven is:
‘De aanrijking (Vlaams voor ‘verrijking’, rw) van de verse elementen bedraagt x %, waardoor de aanrijking van alle elementen, die tijdens cyclus 38 in de kern van reactor y zullen verblijven, door het gevalideerde domein van de berekeningsketen LWP wordt afgedekt.’
De hamvraag bij deze als beperkend bedoelde bijvoeglijke bijzin: wel of géén komma achter elementen?
Phaedrus, de hoofdpersoon uit Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974) wist het al: een begrijpelijke handleiding schrijven is een hogere kunst dan het afscheiden van een ingewikkeld filosofisch traktaat. Wel of geen nucleaire winter, dat is de kwestie.