Zomerinterview (2): Julia van der Sprong zag Tokio aan haar neus voorbijgaan

13 jul 2020

Julia van der Sprong (20) is rolstoelbasketballer en studeert bedrijfskunde, in die volgorde. Dit jaar zou ze naar de Paralympische Spelen gaan. In januari zette ze haar studie op pauze om zich helemaal te richten op Tokio, maar toen kwam het virus. De teleurstelling was van korte duur. ‘Ik ben altijd al een nuchter persoon geweest.’

Op 6 januari van dit jaar krijgt Julia van der Sprong het woord bij de nieuwjaarsbijeenkomst van de universiteit. Aan enkele honderden toehoorders vertelt de tweedejaars studente bedrijfskunde over hoe ze zich verheugt op 2020. Ze zal als rolstoelbasketballer naar de Paralympische Spelen in Tokio gaan en daar wil ze alles voor geven.

‘Het zag er op dat moment nog allemaal heel rooskleurig uit’, zegt ze op een zonnige junimiddag op topsportcentrum Papendal, verscholen in de Veluwse bossen aan de rand van Arnhem. Ze heeft haar sportrolstoel en een bal mee naar buiten genomen en laat een verouderde basket zien die achter de grote hal staat waar ze sinds kort weer traint. Buitenstaanders, zoals de fotograaf en de interviewer, mogen nog niet naar binnen. Ze gooit de bal in de scheve basket. Zo kan ze toch nog een kunststukje laten zien.

Olympisch dorp

Voor Van der Sprong is Tokio geen onbekende plek. De afgelopen jaren speelde ze met het nationale team al drie keer een toernooi in Japan. Vorig jaar trainde ze een paar dagen vlakbij de hoofdstad. ‘We zijn toen de stad in geweest, hebben het Olympisch dorp bekeken en de hal waar het voor ons allemaal plaats gaat vinden. Dat maakte indruk.’

‘De eerste twee weken in het ziekenhuis is het woord dwarslaesie niet genoemd’

De Spelen zouden voor haar het absolute hoogtepunt zijn in haar ultrakorte topsportcarrière. Er staat ook echt iets op het spel. In 2018 won ze met het Nederlands team het wereldkampioenschap en in 2019 de Europese titel. Daarmee geldt Nederland als favoriet voor goud, een prijs die de rolstoelbasketballers nooit eerder hebben veroverd. ‘Ik heb me in januari uitgeschreven bij de uni om me geheel te kunnen focussen op de voorbereiding. Het idee was om na de Spelen, in september, mijn studie te hervatten. In februari ben ik nog op trainingsstage geweest op Lanzerote. We zouden ook nog naar Oostenrijk en naar Amerika gaan, maar ja, toen kwam het virus.’

Het coronavirus zet alles op losse schroeven en maakt van 2020 een totaal ander jaar. Maar eerst terug naar hoe het voor haar allemaal begon. Ze neemt plaats aan een tafel voor de trainingshal en begint te vertellen.

Dwarslaesie

Ruim vier jaar geleden, op haar zestiende, raakt de uit Gouda afkomstige Van der Sprong van de ene op de andere dag verlamd. Na een hockeytraining voelt ze haar voet en linkeronderbeen niet meer. De volgende dag kan ze niet meer zelf uit bed komen. Ze blijkt een acute ontsteking te hebben aan haar rug. Haar zenuwstelsel functioneert onder een bepaald niveau van het ruggenmerg niet meer goed. Dat uit zich in minder kracht en gevoel in haar linkeronderbeen, haar billen, en haar linkerzij. Myelitis transversa, een dwarslaesie. Naar schatting komt deze aandoening bij slechts 1 op de 250.000 tot 1 miljoen mensen voor.
‘De eerste twee weken in het ziekenhuis is het woord dwarslaesie niet genoemd, of ik heb het niet opgevangen. Ik stuurde mijn trainer een berichtje dat ik zo snel mogelijk weer zou komen trainen.’

In het revalidatiecentrum, waar ze achttien weken zit, wordt duidelijk dat ze voor altijd een beperking zal hebben. ‘Ik heb geloof ik één keer gehuild, maar eigenlijk had ik er weinig moeite mee. Dat komt ook omdat ik weer zou kunnen lopen, alleen het sporten zou niet meer gaan. En ik boekte snel vooruitgang. Aan het begin van de revalidatie kon ik geen stap zetten, op het einde liep ik zelfstandig naar buiten.’

Foto: Bert Beelen

Van der Sprong ziet vooral mogelijkheden. Al vrij snel zoekt ze naar een passende sport en komt uit bij rolstoelbasketbal. ‘Ik ben gewoon doorgegaan. Het leven houdt niet op als je in een rolstoel terechtkomt. Dat had ik meteen in de gaten.’

De keuze voor basketbal blijkt een perfecte zet te zijn. Ze hield altijd al veel van sport, speelde op hoog niveau met hockey en schaatsen. Nu gaat dat een stapje verder. Ze komt bij Kameleon uit Den Haag terecht en wordt al snel geselecteerd voor het nationale team, de Orange Lions. Vanaf dat moment mag Van der Sprong zich topsporter noemen. Ze verhuist naar Klein Warnsborn, een woonaccommodatie voor topsporters vlakbij Papendal. Ze traint twintig uur per week en houdt er vanwege de goede prestaties van het nationale team een inkomen aan over.

‘Ik ga nooit even met een groepje de stad in om iets te drinken’

Van der Sprong, inmiddels actief bij DeVeDo uit Ermelo, speelt als center en is een hoogpunter. Het eerste betekent dat ze veel ‘inside’ komt en kan scoren, het tweede dat ze binnen haar sport een relatief lichte handicap heeft. Elke rolstoelbasketballer krijgt een puntenaantal dat betrekking heeft op wat je met je handicap kunt op het veld. Haar aantal is 3,5 punten (de verdeling loopt van 1 tot 4,5). Een team van vijf spelers mag maximaal 14 punten hebben. Zo blijft het spel eerlijk. ‘Dat ik center en een hoogpunter ben, heeft met elkaar te maken. Een laagpunter is vaak iemand die veel schermt en zorgt dat een center inside kan komen. Je doet het altijd samen. Zonder een laagpunter kan ik niks, zij speelt mij de bal aan.’

Dubbelleven

Het studeren is helemaal aangepast op het sporten. Ze koos met bedrijfskunde voor de breedte, omdat ze iets wil in het bedrijfsleven maar nog niet precies weet wat. Haar bachelor gaat ze door het basketballen in elk geval niet in drie jaar afronden. ‘Dat is ook niet erg. Dat wist ik toen ik eraan begon.’

Als topsporter en student leidt ze een soort van dubbelleven. Tekenend daarvoor is dat op de universiteit nog nooit iemand haar in een rolstoel heeft gezien. Ze kan korte stukken lopen en in het openbaar vervoer zou het te veel gedoe geven, dus kiest ze ervoor haar hulpmiddel thuis te laten op Klein Warnsborn. ‘Ik merk het wel als ik zo’n reis heb gemaakt, het is net iets te veel van het goede. Dan heb ik een college nodig om mijn lichaam tot rust te laten komen. Als ik in een werkgroep zit, vertel ik wel over mijn handicap en over het sporten. Dan zijn ze verrast en zitten ze met bewondering te luisteren.’

Ze ziet zichzelf niet als een student. Als ze het over ‘de studenten’ heeft, is de afstand goed te merken. ‘Het is toch een heel andere wereld. Ik ga nooit even met een groepje de stad in om iets te drinken. Ik heb ook weinig intensieve contacten op de uni. Mijn leven speelt zich vooral af op Papendal. Ik vind het prima, ik heb daar geen moeite mee. Ik ben een topsporter en dat is niet anders dan een valide topsporter.’

Nuchter

Dat is haar situatie vóór ze in januari haar studie staakt en vóór de virusuitbraak in maart. De lockdown komt voor Van der Sprong op een opmerkelijk moment. Precies in die eerste week staakt ze de trainingen vanwege een rugblessure. Het plan is om drie weken niets te doen en alleen verder te werken met een therapeut. Die drie weken niets doen kunnen in de lockdown natuurlijk prima, maar dat moet dan zonder therapeut. Dat is een tegenvaller. En dan volgt daarop het nieuws dat de Paralympische Spelen niet doorgaan en verplaatst worden naar volgend jaar. Ondanks de impact die het op haar heeft, weet Van der Sprong daar goed mee om te gaan. Ze glimlacht als ze eraan terugdenkt.

‘Natuurlijk vond ik dat wel even stom, je sporthart wil gewoon dat het doorgaat. Maar ik begreep natuurlijk wel waarom, gezondheid staat voorop. En het kwam ook niet als een verrassing. Ik ben nuchter ingesteld, ik heb snel de knop omgezet. Uiteindelijk denk ik ook dat het uitstellen van de Spelen de beste beslissing is. Je hebt met die maatregelen toch geen ideale voorbereiding en zonder publiek is er ook geen echte sfeer.’

Foto: Bert Beelen

Komt die nuchterheid misschien door wat ze met haar dwarslaesie heeft meegemaakt? Dat je leven van de ene op de andere dag volledig anders wordt, dat je ervaart dat de dingen niet maakbaar zijn? ‘Ik snap wat je bedoelt, maar nee, ik ben altijd al een nuchter persoon geweest.’

Tijdens de lockdown is op Papendal alles dicht en Klein Warnsborn stroomt al snel leeg. Van der Sprong gaat voor zes weken terug naar haar ouders. Daar besluit ze haar studie op te pakken en twee vakken te gaan volgen. Over de overstap naar online onderwijs heeft ze gemengde gevoelens. ‘Voor de coronacrisis volgde ik de hoorcolleges sowieso meestal online, omdat het vaak niet uitkomt met mijn trainingen. Maar ik merk wel dat je productiever bent als je naar de colleges gaat. Ook bij mijn ouders was ik snel afgeleid. Je hebt toch een soort vakantiegevoel en je bent weer even samen als gezin. Van de andere kant heb ik genoeg discipline om er goed aan te werken.’

Als sporter was ze tijdens de lockdown minder gemotiveerd. Na een paar weken trainde ze elke dag weer een à twee uur. Met haar teamgenoten hield ze soms een videogesprek en af en toe was er een gezamenlijke krachttraining via een onlineverbinding. ‘Maar thuis heb je niet alle faciliteiten zoals hier op Papendal. Je kunt niet alles doen en je merkt dat je minder fit bent. Mijn blessure is nog altijd niet helemaal weg. Maar dat heeft ook te maken met mijn handicap, mijn rug blijft kwetsbaar.’

Sushi

Op dit moment – eind juni – is ze weer aan het trainen, maar wel nog slechts twee dagen van de vijf en onder strikte voorwaarden. Op afstand van elkaar, geen contact. Het team is verdeeld in twee groepen van zeven personen. Er wordt gewerkt aan slalommen en passen. Iedere speler heeft z’n eigen basket. ‘Maar in vergelijking met een thuistraining voelt dit als echt trainen. En het zal niet lang duren voor we meer kunnen doen.’

Wat ze vreemd vindt, is dat ze in deze coronatijd het uitgaan mist. ‘Met mijn teruggekeerde huisgenoten had ik het daar pas over. Zij ervaren hetzelfde. Het is best raar, want normaal gesproken gaan we weinig stappen, maar een paar keer per jaar. Juist nu hebben we er zin in. En als wij het al missen, dan doen gewone studenten dat natuurlijk helemaal.’

In september staat er een toernooi gepland op Papendal. Ze traint nu de hele zomer door, met een vakantie van twee weken als onderbreking. De bedoeling is om volgend jaar dezelfde voorbereiding te houden als dit jaar, met reizen naar Lanzerote, Oostenrijk en Amerika. ‘Het is afwachten natuurlijk hoe het verder met het virus zal gaan, maar ik ga me daar niet druk om maken.’
Ondertussen blijft ze uitkijken naar haar vierde en belangrijkste bezoek aan Japan. ‘Ik hou van sushi. De mensen daar zijn heel behulpzaam, heel netjes, heel lief, zo is mijn ervaring. We stapten een keer uit de bus tijdens een regenbui. Toen stonden ze op een rijtje klaar met paraplu’s.’

Tokio. Eens moet het ervan komen.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!