Wetenschap Opinie

‘Wetenschapsfraude kan symptoom zijn van een veel fundamenteler probleem’

10 apr 2026

OPINIE - Het is niet verrassend dat er af en toe een geval van wetenschapsfraude aan het licht komt, vindt universitair hoofddocent Empirische Politicologie Alex Lehr. ‘Velen van ons doen hun stinkende best om wetenschappelijke integriteit te waarborgen en degelijk onderzoek te leveren. Maar dat doen we meestal ondanks en niet dankzij de prikkels van het academische systeem.’

Een recent geval van wetenschappelijke fraude door een – inmiddels ontslagen – collega aan de Radboud Universiteit bracht me ertoe om een tirade af te steken op sociale media. Vox vroeg me om dit hier in licht bewerkte vorm te delen. Normaal gesproken zou ik dat niet zo snel doen, maar gezien de huidige ontwikkelingen in wetenschap en samenleving lijkt het me goed om hier open en duidelijk over te zijn. Bij deze dus, met de kanttekening dat ik geen methodoloog of wetenschapsfilosoof ben, maar gewoon een praktiserend onderzoeker.

Haat niet de speler, haat het spel

Een heel begrijpelijke reactie op schendingen van academische integriteit is om ze te zien als eigenaardige, kwaadaardige acties van individuen. We halen onze schouders op en gaan door alsof er niets aan de hand is. Ik denk dat dat de verkeerde reactie is.

Het echte probleem is de discrepantie tussen prikkels en gewenste uitkomsten. We worden beloond voor het vertellen van heldere, keurig afgehechte verhalen – bij voorkeur verhalen die anderen graag willen horen. Voor het toevoegen van een geloofwaardig ogend laagje ‘strenge wetenschap’. Voor theoretische nieuwigheid. Voor genereren van véél publicaties, bij voorkeur ‘toppublicaties’. Dat levert ons onderzoeksbeurzen op, carrièrestappen, media-aandacht en invloed op beleid.

Alex Lehr. Photo: RU

Waar we níet voor beloond worden, is open zijn over hoe complex, rommelig en onzeker onderzoeksresultaten kunnen zijn. Voor het expliciet maken van al die vervelende aannames waarop onze conclusies gebaseerd zijn – of zelfs het ons druk maken daarover. Voor het laten zien hoe variabel onze resultaten zijn, afhankelijk van de modellen die we op onze data toepassen. Voor transparantie over alle beslissingen die we nemen in ons wetenschappelijke proces, die idealiter gebaseerd zijn op weloverwogen afwegingen tussen praktische haalbaarheid en maximale zorgvuldigheid, in plaats van opportunisme.

Voor het investeren van tijd, moeite en geld in het verzamelen van hoogwaardige data als er ook goedkopere snelkoppelingen bestaan. Voor het ook tonen van resultaten die níet mooi in het verhaal passen. Voor het toegeven dat data simpelweg te veel ruis bevatten om een duidelijk signaal te geven. Voor het nemen van de tijd die nodig is om onderzoek te doen volgens FAIR-principes, in plaats van weer snel een publicatie eruit te persen. Voor het doen van het theoretische en empirische monnikenwerk dat nodig is om kennis op te bouwen, in plaats van alleen maar interessante ‘nieuwe’ verhalen te vertellen.

Dit geldt zeker niet overal en altijd: er zijn grote verschillen tussen vakgebieden en academische gemeenschappen, en er zijn geleidelijke verbeteringen. Maar het komt nog steeds veel te vaak voor.

Ik geloof echt dat velen van ons hun stinkende best doen om wetenschappelijke integriteit te waarborgen en degelijk onderzoek te leveren. Maar laten we onszelf niets wijsmaken: dat doen we meestal ondanks de prikkels van het academische systeem, niet dankzij die prikkels.

Dus ja, houd individuele wetenschappers verantwoordelijk. Maar erken ook dat zij mogelijk slechts reageren op de prikkels die wij als wetenschappelijke gemeenschap zelf creëren. Sta open voor het idee dat bekende gevallen van fraude symptomen kunnen zijn van een veel systemischer probleem.

Een kleine overwinning voor open wetenschap

Hoewel we graag aannemen dat wetenschap zichzelf corrigeert, geldt dat in veel vakgebieden – waar herhaalde, onafhankelijke replicatie zeldzaam of moeilijk is – correctie alleen plaatsvindt als er fouten in bestaand onderzoek worden ontdekt. Dat vereist transparantie. En hoewel transparantie op zichzelf niet voldoende is voor wetenschappelijke integriteit, biedt het wel belangrijke waarborgen.

De fraudezaak aan de Radboud Universiteit kwam mede aan het licht doordat ten minste een deel van de informatie openbaar was opgeslagen in het Open Science Framework (OSF). Nog niet zo lang geleden was dit waarschijnlijk nooit aan het licht gekomen. Hoe pijnlijk deze situatie ook is, er zit dus een duidelijke positieve kant aan. Ik hoop dat de les is dat we moeten blijven inzetten op meer open wetenschap. Want in veel vakgebieden is dat nog steeds niet de norm.

Aan/uit-knop 

‘Any sufficiently crappy research is indistinguishable from fraud’. Deze uitspraak is niet van mij, maar van Andrew Gelman, als variant op derde wet van Clarke. Het benadrukt een belangrijk inzicht: wetenschappelijke kwaliteit is geen aan/uit-knop. Sommige onderzoeken zijn niet bewust frauduleus, maar simpelweg zo slecht uitgevoerd dat het verschil nauwelijks nog betekenis heeft.

Tegelijkertijd verschillen standaarden sterk tussen onderzoekers en veranderen ze door de tijd heen. Wat de één als volkomen valide praktijk ziet, kan door een ander als ontoelaatbaar worden beschouwd. Dat lijkt hier ook te zijn gebeurd, afgaande op de reactie van de betrokken onderzoeker. Wetenschap is moeilijk, rommelig en voortdurend in ontwikkeling.

Als dit gedrag niet wenselijk is, waarom voelde iemand zich dan toch gerechtvaardigd om zo te werken?

Dus: iemand schond de wetenschappelijke integriteit en werd ontslagen (al was dat formeel om andere redenen). De discussie die we zouden moeten voeren is wat de wetenschappelijke gemeenschap, cultuur en het beleid rond onderzoek en carrières hebben gedaan om deze situatie te voorkomen. Als dit gedrag niet wenselijk is, waarom voelde iemand zich dan toch gerechtvaardigd om zo te werken? Is dit echt een uitzonderlijk geval, of zijn er velen die denken: ‘Dit had mij ook kunnen overkomen’?

Om misverstanden te voorkomen: dit is geen aanklacht tegen een specifieke onderzoeksgroep, afdeling of universiteit. Dit zijn wijdverbreide, systemische problemen.

Illustratie: Ivana Smudja

 

Ik denk niet dat iemand ontslaan zonder ook kritisch te reflecteren op de rol van de gemeenschap en het instituut de beste aanpak is. In het slechtste geval creëert het een angstcultuur: angst om betrapt te worden, angst om niet aan normen te voldoen, angst om gestraft te worden voor eerlijke fouten. Dat kan juist leiden tot minder transparantie en meer afschuiven van verantwoordelijkheid (“Het was de schuld van mijn onderzoeksassistent…”).

Opzettelijke fraude is onacceptabel. Maar het toegeven van eerlijke fouten, openstaan om te leren en corrigeren, en het intrekken van publicaties wanneer nodig, zou juist aangemoedigd moeten worden – en nooit carrièreverwoestend mogen zijn (net zoals prestigieuze subsidies of toppublicaties gebaseerd op slecht onderzoek nooit carrière-bevorderend zouden mogen zijn). Die boodschap moet veel duidelijker worden.

Groei zal pijnlijk zijn

Een van de frustraties voor mensen die deze problemen zien, is de traagheid van de academie. Tegelijk is dat begrijpelijk. Wetenschap wordt grotendeels bestuurd door wetenschappers die succesvol zijn geworden binnen het bestaande systeem. Verandering doorvoeren waardoor jouw eigen succesmethoden ter discussie komen te staan kan cognitieve dissonantie veroorzaken. Goede leiders kunnen dat overstijgen, maar dat vergt moed, bescheidenheid en zelfreflectie.

Wetenschap is ook een sociaal proces, en dat maakt verandering moeilijk. Kritisch zijn maakt je niet altijd populair, zeker niet in academische culturen waarin wetenschappelijke kritiek lastig gevonden wordt. Machtsverhoudingen spelen ook een rol: niet iedereen durft senior wetenschappers openlijk te bekritiseren. En kritiek op jongere wetenschappers  of studenten vereist een delicate balans tussen scherpte en motivatie.

Als we het beter willen doen, zullen we door een moeilijk proces moeten. Maar we kunnen die verzachten door open te zijn over onze eigen beperkingen en groeiprocessen, zeker als gevestigde wetenschappers. Door duidelijk te maken dat het niet gaat om perfectie, maar om bereidheid om te leren. En door een cultuur te creëren waarin wetenschappelijke kritiek centraal staat, met een duidelijke grens tussen inhoudelijke en persoonlijke kritiek.

Rijen sluiten

‘De beste tijd om een boom te planten was twintig jaar geleden. De op één na beste tijd is nu.’ Dat gezegde klinkt velen bekend in de oren. Maar binnen de academie geldt dat minder als het gaat om kritiek op het systeem.

We leven in een tijd van onzekerheid over de toekomst van wetenschap, met druk van binnen en buiten. Openlijk problemen bespreken kan voelen als jezelf kwetsbaarder maken, en sommigen kiezen liever voor ‘de rijen sluiten’. Begrijpelijk, maar ik ben het daar niet mee eens.

Als wetenschap haar positie als autonome, kritische kennisinstelling wil behouden, is het juist nu belangrijk om te laten zien dat ze die positie verdient. Dat betekent zelfreflectie, het erkennen van problemen en bereidheid om te leren. Het betekent een aantoonbare inzet voor waarheidsvinding, ook als die waarheid ongemakkelijk, complex of onzeker is. Dat alleen zal de autonomie niet garanderen, maar het nalaten ervan maakt ons kwetsbaarder.

Wees zelf de verandering

Structurele problemen vragen om structurele oplossingen. We hebben vooral beleid nodig rond onderzoek, financiering en loopbanen dat beter aansluit bij wetenschappelijke integriteit.

Maar individuele wetenschappers hebben ook handelingsruimte. Wacht niet tot het systeem verandert; voer veranderingen door waar je kunt. Zeker als je al gevestigd bent. Publiceer minder, maar beter. Investeer in transparantie. Deel zoveel mogelijk zo open mogelijk. Gebruik je positie om onderzoek te doen zoals het volgens jou zou moeten, ook als dat niet de snelste weg naar succes is.

Ondersteun jonge onderzoekers die worstelen met de perverse prikkels van de academische wereld

Verberg onzekerheid van onderzoekresultaten niet, maar omarm die en laat haar zien. Als je betrokken bent bij selectiecommissies, kijk dan niet alleen naar waar en hoeveel iemand publiceert, maar ook naar wat en hoe iemand publiceert. Wees je bewust van signalen die je afgeeft aan jonge wetenschappers onder je hoede met uitspraken als ‘Je moet een resultaat halen’ of ‘We moeten dit publiceerbaar maken’.

Ondersteun jonge onderzoekers die worstelen met de perverse prikkels van de academische wereld en help ze hun frustratie productief te maken. Laat zien dat de regels van het spel deels sociale constructies zijn die we zelf kunnen veranderen. Spreek slechte onderzoekspraktijken aan, ook als dat je niet populair maakt. Doe niet alsof je perfect bent, maar probeer beter te worden.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!