Reconstructie: Ontslagen psycholoog knipte, plakte en husselde onderzoeksresultaten

02 apr 2026 ,

De voormalige wetenschapper van de Radboud Universiteit die data manipuleerde, was universitair hoofddocent aan de sociale faculteit. Dat blijkt uit een reconstructie van Vox. In 2025 werd hij op staande voet ontslagen wegens fraude met facturen. In een recente publicatie toont de psycholoog zich verbolgen over zijn voormalige afdeling.

“We zijn bijeen om het overlijden te markeren van de Moderne Academische wereld, ooit een verlicht huis voor leren en debat, doodverklaard om 21.48 uur op 2 mei 2024 na een lange, vermijdbare neergang.”

Zo begint een opmerkelijk, vorige maand verschenen redactioneel commentaar in een respectabel vakblad in de managementwetenschappen. Eerste auteur van dit commentaarstuk over het vermeende ‘failliet’ van de wetenschap: arbeids- en organisatiepsycholoog G.

Tot begin 2025 was G. universitair hoofddocent binnen de onderzoeksgroep Work, Health and Performance van de Radboud Universiteit. Of zoals hij deze noemt in zijn redactioneel commentaar: “de afdeling (misbruik, onrechtvaardigheid en slechte behandeling op) Werk, Gezondheid (of het gebrek daaraan), en (onder)prestatie”.

Ruim een jaar geleden werd G. op staande voet ontslagen aan de Radboud Universiteit, wegens fraude met facturen (zie kader Ontslag op staande voet). En onlangs bleek uit integriteitsonderzoek dat hij daarnaast onderzoeksgegevens had gemanipuleerd en gefabriceerd. Wat is er gebeurd? Vox maakte een reconstructie.

Gewraakte publicatie

Dat er iets flink mis is met een Nijmeegse wetenschappelijke publicatie blijkt op 23 maart, wanneer de Radboud Universiteit naar buiten brengt dat een klacht over datamanipulatie en/of fabricage door een oud-medewerker gegrond is verklaard. Ook besluit het college van bestuur om andere artikelen van deze wetenschapper onder de loep te laten nemen ‘vanwege de ernst van de schending van de wetenschappelijke integriteit’. Wanneer dit onderzoek plaatsvindt en wanneer het afgerond zal zijn is nog niet bekend. De naam van de betreffende oud-medewerker maakt de universiteit vooralsnog niet openbaar.

Wel is snel duidelijk om welke publicatie het gaat. Het rapport van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) spreekt namelijk over een vragenlijstonderzoek uit 2025 onder 274 proefpersonen, uitgevoerd door iemand die nu niet meer aan de Radboud Universiteit werkt. Precies die details komen terug in een publicatie van Radboudwetenschappers in het vakblad Journal of Business Research, begin vorig jaar. Meerdere bronnen in de sociale faculteit bevestigen op anonieme basis dat dit inderdaad de gewraakte publicatie is. G. is eerste auteur.

De studie gaat over hoe een schofterige manier van leidinggeven negatief uitpakt voor ondergeschikten. Dat was al langer bekend, maar dit onderzoek zou voor het eerst aantonen dat ook werknemers die getuige zijn van onbehoorlijk gedrag, zonder zelf slachtoffer ervan te zijn, hier in de loop der tijd last van krijgen. Ze wisselden bijvoorbeeld sneller van baan. Ook stelden ze hun beeld bij van de ongeschreven verwachtingen die ze hebben van hun organisatie, bijvoorbeeld op het gebied van vertrouwen en toewijding. Dat gebeurde echter minder snel bij mensen met meer mentale veerkracht.

Na publicatie in het wetenschappelijke vakblad kan de studie op de nodige media-aandacht rekenen. In maart 2025 worden G. en een co-auteur erover door een landelijke krant geïnterviewd. Het artikel benoemt dat een kwart van de ondervraagden situaties van vijandig leiderschap om zich heen zagen. Veel meer dan ze van tevoren hadden verwacht, zegt G. tegen de krant.

274 rijen

Aan het onderzoek zouden 693 werknemers uit het bedrijfsleven hebben deelgenomen. Met deze personen, die werkten bij de ‘overheid, media, ICT en financiële organisaties’, hadden de auteurs al bestaande contacten, zo schrijven ze. 274 van hen waren in het half jaar daarvoor getuige geweest van onbehoorlijk gedrag van een leidinggevende tegen een ondergeschikte.

Illustratie: Ivana Smudja

Deze 274 werknemers beantwoordden vervolgens online vragen over verschillende deelgebieden, zoals hoe vaak ze schofterig gedrag hadden waargenomen, wat hun eigen mentale veerkracht was, en of ze van plan waren om een andere baan te zoeken of al daadwerkelijk ergens anders aan de slag waren. Alle deelnemers moesten drie keer dezelfde vragenlijst invullen, steeds met een maand ertussen, om effecten op de langere termijn te kunnen vaststellen.

Uiteindelijk leverde dit een samenvattende resultatentabel op van 274 rijen, voor elke proefpersoon één. Deze tabel plaatsten de onderzoekers op Open Science Framework (OSF), een website waar met name onderzoekers uit de sociale wetenschappen vaak data delen voor hergebruik en transparantie, in het kader van Open Science.

Statistisch onmogelijk

Dat databestand vormde uiteindelijk de basis van de integriteitsklacht. Toen bekend werd dat G. op staande voet ontslagen was, vroegen de klagers zich af of hij wetenschappelijk wel zuiver handelde. Ze hadden namelijk ook al ‘onregelmatigheden geconstateerd’ in de manier waarop hij omging met data, zo staat in het rapport, en ‘signalen’ gekregen van mogelijke datafabricatie bij een eerdere werkgever.

Toen de klagers de antwoordtabellen op OSF erbij pakten, zagen ze dat veel getallen meerdere keren voorkwamen. Maar liefst 233 van de 274 proefpersonen hadden waarden die hetzelfde waren als die van een andere deelnemer, ontdekten ze. Statistisch is het haast onmogelijk dat dit toeval is, stelden ze vervolgens vast in een berekening.

Verschillende kolommen uit de dataset leken gekopieerd en er elders weer extra ingeplakt, maar dan door elkaar gehusseld

Ook leken verschillende kolommen uit de dataset gekopieerd en elders eraan toegevoegd – maar dan door elkaar gehusseld. Het rapport vermeldt dit niet expliciet, maar uit de publicatie wordt duidelijk dat het waarschijnlijk gaat om getallen die de veerkracht van de proefpersonen in kaart brengen, een maat die belangrijk is voor de conclusies van het artikel.

Originele bestanden onvindbaar

De klagers vermoeden sterk dat het onderzoek helemaal niet heeft plaatsgevonden, zo valt op te maken uit het integriteitsrapport, maar dat G. data uit de scriptie van een oud-student (tevens co-auteur van het artikel) heeft gebruikt en ‘verdubbeld’. De gemiddelde waarden in de publicatie lijken namelijk nogal op die in de scriptie, die over heel ander onderzoek ging en ook een ander aantal proefpersonen kende. De scriptie bleek ook in dezelfde werkgroepmap van de afdeling te staan als de data die op OSF gezet waren. De integriteitscommissie heeft “het vermoeden dat het onderzoek en de dataset van de masterscriptie als inspiratie kan hebben gediend bij het fabriceren van de dataset door beklaagde”.

Dat de masterscriptie als basis diende voor de datafabricage acht ze niet bewezen. Dat komt doordat ze de originele databestanden – de ingevulde vragenlijsten – nergens meer konden terugvinden. Ook niet in G.’s account van de enquêtesoftware die gebruikt was – waarschijnlijk Qualtrics, een tool die G. vaker vermeldt in zijn publicaties. Opslaan van bronbestanden is wel gebruikelijk, voor controleerbaarheid van resultaten, maar bijvoorbeeld ook om continuïteit van onderzoek te waarborgen nadat iemand de universiteit verlaat.

Tijdens de integriteitsprocedure ontkent G. dat er opzet in het spel is

G. ontkent tijdens de integriteitsprocedure van de Radboud Universiteit dat er opzet in het spel is. Ja, er zitten dubbelingen in de data, maar die zouden het gevolg zijn van menselijke of technische fouten, bijvoorbeeld tijdens het samenvoegen van de onderzoeksgegevens. Een statisticus die G. naar de data liet kijken (volgens de klagers een vriend van hem) zou dit hebben bevestigd. Er was namelijk ‘een consistent, herhaalbaar patroon in de dataset’, en geen willekeur.

‘Niet overtuigend’

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit vindt G’s verweer niet overtuigend. Daarvoor is het aantal gedupliceerde gegevens te groot en zitten er te veel inconsistenties in de dubbelingen. Ook weegt ze mee dat de ruwe meetgegevens nergens meer terug te vinden zijn, een aanwijzing dat ze ‘niet op een wetenschappelijk correcte manier zijn verzameld’. Ten slotte vindt de commissie het moeilijk voorstelbaar dat de auteurs de dubbelingen niet zelf al eerder waren opgevallen, omdat ze nogal in het oog springen.

Het college van bestuur verklaart de klacht vervolgens gegrond, brengt de auteurs en het tijdschrift op de hoogte, en stelt een vervolgonderzoek in naar andere publicaties van G. Opmerkelijk is dat andere datasets die G. op het OSF-platform had gezet inmiddels niet meer toegankelijk zijn, wat controle van de bijbehorende publicaties lastig maakt. De reden, schrijft hij daarover in een pdf: een “serieuze en onacceptabele schending van het vertrouwen door een voormalige werkgever. Het misbruiken van deze data betekent een ernstig misbruik van Open-Accessprincipes”.

Op eigen houtje

In hoeverre waren de co-auteurs op de hoogte van de problemen in hun artikel? Dat is moeilijk vast te stellen. Volgens het integriteitsrapport gaan de klagers ervan uit dat G. op eigen houtje handelde en dat de vier co-auteurs van niks wisten. Gevraagd om een reactie, reageerden uiteindelijk drie van hen. De vierde – tevens G.’s partner, zo kon Vox verifiëren – antwoordde niet op vragen van Vox.

De tweede auteur op het artikel, die aan een buitenlandse universiteit werkt, was verrast toen hij een bericht van de integriteitscommissie van de Radboud Universiteit ontving. “Voorafgaand aan deze kennisgeving had ik begrepen dat er een fout in de dataset was vastgesteld en dat de eerste auteur proactief had verzocht om een intrekking bij het tijdschrift”, schrijft hij in een mail. “Dat vond ik teleurstellend, maar ook de juiste beslissing in het kader van het handhaven van wetenschappelijke integriteit.”

Volgens hem was G. volledig verantwoordelijk voor het verzamelen en analyseren van de data en voor alles wat met de dataset te maken heeft. “Mijn bijdrage was beperkt tot meewerken aan het manuscript en het verfijnen van het theoretische kader.”

Een andere co-auteur benadrukt eveneens niet van het integriteitsonderzoek te hebben geweten en wil anoniem blijven. ‘Ik hoorde er pas voor het eerst over toen de universiteit mij op de hoogte stelde van de uitkomst. Ik heb hier niks mee te maken en ben ook niet betrokken geweest bij de data-analyse van de publicatie. Ik mag er ook niet meer over zeggen. De universiteit heeft mij uitdrukkelijk verzocht vertrouwelijk om te gaan met de informatie die zij met mij hebben gedeeld hierover.’

‘Ik heb geen idee wat er met de data uit mijn scriptie is gedaan’

De derde co-auteur die reageerde was de oud-student. Deze wil evenmin bij naam genoemd worden en zegt ook niet op de hoogte te zijn geweest van de integriteitsprocedure voordat de universiteit over de uitkomst ervan mailde. ‘Ik dacht eerst dat het spam was. Ik heb geen idee waar ik nu in ben beland. Het voelt alsof ik op de achterbank zit van een auto die uit de bocht vliegt, maar niet meer naar het stuur kan grijpen om dit te voorkomen of uit kan stappen. Ik heb geen idee wat er met de data uit mijn scriptie is gedaan en ben daar ook niet bij betrokken geweest. Dat beaamde de universiteit ook. Zij zeggen dat ze alleen hem verantwoordelijk houden, maar ik ben nu wel ongewild slachtoffer.’

G. had alleen ooit gevraagd of de resultaten van de masterscriptie gebruikt mochten worden voor een publicatie. De oud-student had hij niet bij het schrijfproces betrokken, hoewel de genoemde taakverdeling in de publicatie dit wel suggereert. ‘Ik hoorde pas van de publicatie toen het artikel al online gepubliceerd was. De andere mede-auteurs ken ik niet, ik had nog nooit contact met ze gehad.’

Minstens tien keer geciteerd

Hoe nu verder? De publicatie in Journal of Business Research is nog niet teruggetrokken, hoewel de universiteit de uitkomsten van het integriteitsonderzoek wel heeft doorgegeven. Ook G. gaf tijdens het onderzoek aan dat hij het tijdschrift zelf al om een retraction had gevraagd, nadat hij hoorde van de – volgens hem niet-opzettelijke – duplicaties in de bijbehorende dataset. Dat er desondanks een integriteitsklacht tegen hem is ingediend, vond hij ‘wraakzuchtig en ‘bestraffend’, is te lezen in het integriteitsrapport.

De publicatie heeft evenmin een zogeheten expression of concern, een etiket dat lezers waarschuwt dat de inhoud van een artikel mogelijk onbetrouwbaar is. Sinds de verschijning in februari 2025 is het artikel al ten minste tien keer geciteerd door andere publicaties.

De hoofdredacteuren van het tijdschrift, onder wie hoogleraar Mirella Kleijnen (Vrije Universiteit), reageerden niet zelf op mails en telefoon. Uiteindelijk liet uitgever Suzanne Abbott namens hen weten dat Elsevier, eigenaar van het Journal of Business Research, te zijner tijd met een reactie komt.

Incompetentie

G. reageerde niet op meerdere verzoeken van Vox om een reactie. In zijn commentaarstuk van vorige maand schrijft hij wel over de wetenschap: “Fouten worden niet langer geïnterpreteerd als menselijk of epistemologisch; ze worden geïnterpreteerd als verdacht. Een gebrekkige analyse is geen vergissing, maar bewijs van incompetentie, vooringenomenheid of erger. Een mislukte replicatie is niet informatief, maar een beschuldiging.” Wat er op 2 mei 2024 om twaalf voor tien ’s avonds gebeurd is, blijft vooralsnog onbekend.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

  1. Freek schreef op 2 april 2026 om 10:42

    Wat een goed artikel! Hulde aan de auteurs en de redactie van Vox. (Wel makkelijk om te herleiden wie G. is, haha.)

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!