Brussel

26-11-2018

Belg aan de Waal is zijn alter ego. Ken Lambeets streek kort geleden vanuit Brussel neer in Nijmegen en is nieuw op de redactie van Vox. De komende maanden schrijft hij over zijn ervaringen. Deel 13: Brussel.

Ken Lambeets Ken Lambeets verwisselde onlangs Brussel voor Nijmegen. In de Belgische hoofdstad schreef hij onder meer voor de stadskrant Bruzz. Ken houdt van fietsen, Frankrijk en wijn, en inmiddels ook een beetje van Nijmegen. Bekijk alle berichten van Ken Lambeets

Wen er maar aan, als je ooit naar het buitenland verhuist. Steeds opnieuw dezelfde vraag, zowel op de nieuwe plek als bij bezoekjes aan het thuisfront: ‘En, wat mis je nu eigenlijk het meest aan stad x – Brussel, in mijn geval.

Na ruim elf maanden in Nijmegen heb ik het mezelf al te vaak horen zeggen: de vrienden in de eerste plaats, maar ook de vele restaurants met keukens van over de hele wereld. En de bakker, want een echt Frans brood is in Nijmegen niet te vinden.

Daar stopt mijn antwoord doorgaans, want niet alles wat je mist is even gemakkelijk onder woorden te brengen. Misschien moet ik het er toch maar even op wagen.

Op basis van de (klederdracht van) mensen in de metro raden in welke buurt je bent.

Bruusk remmende tramchauffeurs. Hyperactieve jongetjes die zich Tarzan wanen door de veiligheidsbeugels van de tram als lianen te gebruiken, ouders die het allemaal laten gebeuren.

Het nationalisme tijdens grote voetbaltoernooien, wanneer de straten vol hangen met vlaggen van alle deelnemende en ook enkele niet-deelnemende landen, waarvan de inwoners niet beter weten. Alleen al aan ons vorige huis hing een Braziliaans, een Portugees en een Belgisch exemplaar. Na de match genieten de winnaars het voorrecht om al toeterend in een karavaan door de stad te trekken.

Spelletjes ‘hoeveel talen hoor ik in de bus’? Het antwoord luidt bijna altijd meer dan vijf.

Selderijzout. Standaard bij elk kaasplankje.

De gordijntjes van Brusselse cafés die vlak voor sluitingsdienst dichtgaan. Ook de deur gaat onherroepelijk op slot. Niemand – vooral geen gezondheidscontroleur – mag het café nog in. Van onder de toog halen de obers een tiental asbakken tevoorschijn, die ze bij de vaste klanten neerzetten. Hoewel ik nooit heb gerookt en ook niet van die scherpe geur in mijn kleren houd, heeft het ritueel me altijd ontroerd.

Als eerste in een restaurant zitten om acht uur ’s avonds. De invloed van het zuiden.

Kasseien.

Nekpijn krijgen van een halve dag door de stad te lopen en daarbij niet aflatend omhoog te kijken om de architecturale details van een bepaalde wijk beter te kunnen bestuderen.

Aangesproken worden met ‘chef’ door jongens die de weg vragen, om geld vragen of een sigaret willen bietsen – nogmaals: ik rook niet.

De weerbaarheid van de Brusselaar. Toen ik de ochtend na de aanslagen op de luchthaven en in de metro naar het werk wandelde, stonden de Poolse klussers in onze straat alweer klaar om uit te rukken met hun bestelwagens. In een café speelden twee mannen op een flipperkast, een derde keek naar televisie. ‘Un petit pain au chocolat?’, vroeg de bakkersvrouw met een glimlach, nog voor ik iets had kunnen bestellen. Aan het Flageyplein kwam de vuilniswagen alles ophalen wat daags voordien was blijven liggen. Het leven ging gewoon door. Zo gaat dat in Brussel.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands