Column Adriaan Duiveman: ‘Soms wil je de wereld naar de knoppen horen gaan’
-
Adriaan Duiveman. Foto: Dick van Aalst
Terwijl zijn collega’s keuvelen over hun weekenden in De Vereeniging en Stopera, herbergt columnist Adriaan Duiveman een duister geheim: hij ging zaterdagavond ‘transgressief luisteren’. ‘Anders verwoord: ik ging naar takkeherrie.’
Kippenvel. Zo vatte een collega de opvoering van Wagners Tristan und Isolde in de Stopera samen. ‘Na afloop dacht ik: mag het nog eens?’
Na vijf uur archaïsche aria’s?
‘Het schiet allemaal voor geen meter op met de liefdesverklaringen’, bekende de collega, ‘maar tegelijkertijd voert het je helemaal mee’. Hij keek dromerig uit een raam. Zijn kantoorgenote had een vergelijkbare ervaring bij een ‘semi-geënsceneerde’ versie van Mozarts Le Nozze di Figaro in Tivoli Vredenburg.
‘Zo ernstig’, oordeelde ze, ‘en tegelijkertijd zo lichtvoetig.’ Het gesprek vging door over het genie van Monteverdi en de onbeschaamde kuchers in De Vereeniging.
Terwijl ze hun muzikale wederwaardigheden uitwisselden, herbergde ik een duister geheim. Ik was afgelopen weekend naar een heel ander type optreden geweest. In het Zwolse poppodium Hedon hadden harmonie, melodie en zelfs ritme geen enkele zeggenschap. Laat staan dat je een kuch zou horen. Ik ging namelijk naar Gladde Paling.
Om een impressie te geven: Gladde Paling klinkt alsof je een puber met ADHD-indicatie aan een infuus van Red Bull en TikTok legt en hem daarna een sampler en mengpaneel geeft. De producer diept uit de krochten van het internet de meest obscure geluidsfragmenten op. Van Duitse vogelaarsgids tot oude Rabobankreclame tot draaiorgels tot evangelisch kinderkoortje.
‘Gladde Paling klinkt alsof je een puber met ADHD-indicatie aan een infuus van Red Bull en TikTok legt en hem daarna een sampler en mengpaneel geeft’
Daarna scheurt hij de samples uiteen, bikt alle context en betekenis eraf, om er vervolgens dreunende kickdrums en schril gekras doorheen te trekken. Gladde Paling roert het allemaal door een kolkende akoestische toverketel.
Is het mooi? Nee, niet per se. Maar is het lekker? Ja, enorm.
Muziekfilosoof Tomas Serrien heeft het in zijn boek Hoor! of is dat geen muziek? (2022) over ‘transgressief luisteren’ – grensoverschrijdend horen. Dat is je openstellen voor muziek die dwars door de esthetische en morele normen van de samenleving heenbeukt. Serrien, voortbordurend op het werk van George Bataille, schrijft dat we er allemaal behoefte aan hebben op z’n tijd.
We zoeken naar ‘gecontroleerde transgressie’ in onze fantasie, in films, in romans of, ja, in takkeherrie. ‘Het laat ons’, betoogt Serrien, ‘contact maken met het ontembare en het mateloze in onszelf.’ Anders verwoord: soms wil je heel even de wereld naar de knoppen horen gaan.
Maar welke muziek is dan zo transgressief? Dat hangt volgens Serrien af van de norm waaruit je vertrekt. Immers, transgressie vereist een morele en esthetische standaard om mee te breken.
In de achttiende eeuw verklankte één muziekstijl het ultieme lawaai: Alla Turcamuziek. In een fascinerende lezing vertelde muziekhistorica Annelies Andries over de opkomst ervan in muziektheater. Alla Turca moest de marsmuziek van de Ottomaanse janitsaren imiteren.
Met cymbalen, triangels, grote trom en simpele, ‘onbeschaafde’ melodieën probeerden Europese componisten de Turkse opmars voelbaar te maken. Achttiende-eeuwse luisteraars hoorden erin de kanonnen bulderen bij de muren van Wenen en de galleien kraken bij Lepanto. Alla Turcamuziek bracht de barbaren aan de poort – en de oorschelp.
Voor de moderne luisteraar zonder die referentiekaders klinkt het echter alles behalve dat. Andries gaf, samen met fortepianiste Lucie de Saint Vincent, een indruk van alla turcamuziek. Echt mooi was het niet, maar om nou te zeggen dat het doodsangsten opriep… Het klonk eerder een beetje sullig. (Andries en De Saint Vincent voerden daarna ook de aria ‘Pensa alla patria’ uit Gioachino Rossini’s Italiana in Algeria op. Brok in mijn keel.)
Terug naar mijn zaterdagavond in Hedon. Tussen de lasers, rookmachines en langharige Zwolse kunstacademiestudenten moest ik er allemaal aan denken: gecontroleerde transgressie, mateloosheid, doodsangst, alla turcamuziek. ‘En dan nu’, riep Palings sidekick Vieze Asbak, ‘de drop.’
Ik dacht nergens meer aan.
Lees alle columns van Adriaan Duiveman