In het verre Nijmegen kun je verder denken
-
Adriaan Duiveman. Foto: Dick van Aalst
De paradigmaschuivers vind je in de provincie, zo leerde columnist Adriaan Duiveman. ‘Terwijl de academici in Amsterdam zichzelf o zo belangrijk vinden, komt het nieuwste van het nieuwste uit Nijmegen.’
Immanuel Kant zat niet in Berlijn, maar in het slaperige Köningsberg. Giambattista Vico zat niet in Rome, maar in het derderangs Napels. En al die grote denkers uit de Verlichting: die zaten niet in Londen, maar in het grauwe Edinburgh. Elk jaar vertelde mijn Groningse docent geschiedfilosofie hetzelfde verhaal aan zijn studenten. Juist in de provincie, zo was zijn boodschap, kunnen de grote geesten tot bloei komen.
Ik vraag me af of die boodschap voor ons bedoeld was, of eigenlijk voor hemzelf. Nee, hij was niet verbonden aan de Sorbonne, de Humboldt en zelfs niet aan de UvA. Maar dat was echt niet erg: Groningen was eigenlijk de academische place to be.
Kennis produceren we in de grijze homp cellen in onze schedel. Die homp werkt in principe overal, als er maar genoeg zuurstof is en een maaltijd op z’n tijd. Toch zijn de vruchten van de kennisproductie op de ene plek zoeter dan op de andere. Voor de natuurwetenschapper helpt het als hij of zij in een genereus gefinancierd lab staat. Voor de geesteswetenschapper is het fijn als er een bibliotheek met enige omvang in de buurt is. Maar naast die materiële dingen, is er nog iets veel belangrijkers voor de academicus: andere academici. De wetenschapper moet zich omringen met soortgenoten om projecten mee op te zetten, ideeën mee uit te wisselen of om ferm mee te ruziën.
Historicus Peter Burke stelt dat plekken ertoe doen in de wetenschapsgeschiedenis. Intellectuelen trokken altijd al naar plaatsen waar de andere nerds rondhingen met wie ze interesses deelden. Vanaf de zestiende eeuw werden Europese hoofdsteden de bruisende centra van de wetenschap. Intellectuelen verzamelden zich er in academies, musea, genootschappen, maar vooral ook in kroegen en koffiehuizen. Die constante ideeënuitwisseling, schrijft Burke, was van groot belang voor de Wetenschappelijke Revolutie.
‘In de luwte van de periferie kunnen denkers hun ‘rare’ ideeën opkweken voordat ze doorstoten naar het centrum’
Tegelijkertijd is er juist ook wat te zeggen voor de meer afgezonderde intellectueel. Of, beter, voor groepjes afgezonderde intellectuelen. Dat betoogt de Wageningse ecoloog Marten Scheffer in een nieuw (en vrij eigenaardig) boek De Kanteling. Ideeën verspreiden zich vanuit de culturele periferie naar het centrum. Opvattingen, zo stelt Scheffer, zijn namelijk een ‘resultaat van duwen en trekken’. Nieuwe ideeën stuiten altijd op weerstand. In het centrum zijn er meer mensen met gevestigde belangen die deze weerstand kunnen bieden. In de periferie, daarentegen, zijn die nee-zeggers er simpelweg niet.
Als voorbeeld geeft Scheffer de meest succesvolle Broadwaymusicals. Prijswinnende theaterproducties worden vaak geschreven en gecomponeerd door muzikanten die weinig contact hebben met de scene in Manhattan. Door die isolatie maken ze origineler werk. En wat voor Broadway geldt, geldt ook voor de academie. In de luwte van de periferie kunnen denkers hun ‘rare’ ideeën opkweken voordat ze doorstoten naar het centrum. Innovatie begint aan de randen, concludeert Scheffer, ‘ver weg van gevestigde dominante oude opvattingen’.
Paradigmaschuivers vind je dus in de provincie. Daar had mijn Groningse docent geschiedfilosofie gelijk in. In veel opzichten is Nijmegen net zo provinciaal als Groningen. Neurowetenschappers, taalkundigen en magneetexperts hebben wel eens gehoord van het mythische ‘Nay-mai-ghun’, maar als ik mijn affiliatie noem op internationale historici-congressen kijken vakgenoten me glazig aan. ‘Rebound University?’
Dat de Radboud Universiteit niet het centrum van de academische wereld is, blijkt eveneens uit de paginagrote ‘Je bent nodig’-advertenties in de landelijke kranten. Of aan de reiskostenvergoedingen die bij ons zoveel rianter zijn dan die van de Universiteit Utrecht. Alles om maar talenten uit de Randstad aan te trekken. Maar misschien zit juist in ons provinciale, perifere karakter onze kracht. Terwijl de academici in Amsterdam zichzelf o zo belangrijk vinden, komt het nieuwste van het nieuwste uit Nijmegen. Ver weg kun je namelijk verder denken.
Lees alle columns van Adriaan Duiveman