Ons Kookboek

03 mei 2019

Ken Lambeets Ken Lambeets verwisselde onlangs Brussel voor Nijmegen. In de Belgische hoofdstad schreef hij onder meer voor de stadskrant Bruzz. Ken houdt van fietsen, Frankrijk en wijn, en inmiddels ook een beetje van Nijmegen. Bekijk alle berichten van Ken Lambeets

Onlangs kreeg ik van mijn grootmoeder Ons Kookboek (jaargang 1966) cadeau – de Bijbel voor Vlaamse huismoeders, zeg maar. De eerste editie dateert uit 1927 en diende als handleiding bij de cursus Koken en voeding van de Boerinnenbond.

Eerste zin van het boek: ‘Is het niet het verlangen van iedere huisvrouw elke dag aan gezinsleden te kunnen aanbieden: een volledige, gezonde, afgewisselde voeding die kracht en gezondheid verzekert, een aangename, smakelijke, aantrekkelijke voeding die de eetlust verhoogt en de maaltijden veraangenaamt?’

In het kookboek worden de Bourgondische roots van de Vlaming niet onder stoelen of banken gestoken.Is het ook niet de bedoeling van iedere huisvrouw bij feestelijke gelegenheden gezinsleden, familie en vrienden te kunnen vergasten op een fijne extra-spijskaart met feestelijke gerechten op een feestelijke wijze aangeboden?’

Wat volgt zijn twintig pagina’s met ideeën voor copieuze feestmenu’s, van vijf tot zeven gangen. Ook aan de drank wordt de nodige aandacht geschonken. Onder het kopje ‘Enkele wenken over wijn’ leren we dat voor een groot diner, waar ‘werkelijk wijn gedronken’ wordt, gerekend moet worden op ‘ongeveer 1 fles wijn per persoon.’

Op de achterkant van het kookboek noteerde mijn grootmoeder het menu ter ere van het Vormsel van mijn vader. ‘Feestmaal aangeboden bij de hernieuwing van mijn doopbeloften’, schreef ze met vulpen, in mooie krullen. Daarnaast de datum: 12 mei 1968.

Terwijl Parijs in brand stond, vond in Linter een familiefeest plaats dat begon met aspergeroomsoep, gevolgd door ‘kommunie korfjes’ – een oude naam voor pasteitjes. Daarna kwam de tweede vleesschotel: rosbief met groenten en aardappelen, voor de vertering gevolgd door fruit. Ter afsluiting werden mokka en gebak op tafel gezet. Het geheel werd begeleid met ‘wijnen en likeuren’. Over de hoeveelheid drank per persoon wordt niet gerept in het menu.

Op 23 april 1995 deed ik in dezelfde kerk als mijn vader mijn eerste communie. Ook van het feest dat daarop volgde, had mijn grootmoeder het menu bijgehouden. De gasten kregen achtereenvolgens aperitief met hapjes, gerookte visschotel, een tomatenroomsoep, kipfilet met saus naar keuze en kroketjes, ijs met fruit en tot slot koffie met gebak op het bord – alles op één namiddag.

Hoewel mijn meeste familieleden inmiddels het katholieke geloof hebben afgezworen, verbaast mijn Nederlandse vriendin zich nog steeds over het aantal gangen dat we bij Kerstmis en Pasen achteroverslaan. ‘Hoe kan je nu eerst dessert eten en daarna nog taart bij de koffie?’

Is het in Nederland dan anders, vroeg ik me af. In het Katholiek Documentatiecentrum vond ik het boekje Recepten voor de eenvoudige burgerkeuken, een publicatie van de Utrechtse Rooms-katholieke industrie- en huishoudschool uit 1930. De vergelijking met Ons Kookboek gaat niet helemaal op, want in het boekje wordt niet gesproken van feestmaaltijden. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de Utrechtse katholieke vrouwen calvinistische trekjes hadden als het op eten aankomt.

Neem de twaalf regels die ‘iedere practische huisvrouw weten moet over de voeding van haar gezin, den inkoop van levensmiddelen en de inrichting van de keuken.’ Waar het in Ons Kookboek wemelt van de tussengerechten, vermeldt de Nederlandse evenknie dat ze ongeschikt zijn: ‘tusschenmaaltijden benemen den eetlust voor de hoofdmaaltijden.’ In de Nederlandse versie zijn recepten voor bruine – en witte bonensoep opgenomen, maar niet voor roomsoepen – in Ons Kookboek consequent ‘feestsoepen’ genoemd. En de zeven recepten voor stamppot doen me ook niet meteen watertanden.

Nog een opvallend verschil: volgens de Utrechtse vrouwen moet water als de beste drank worden beschouwd, naast melk ‘als kinderdrank’. Op dat onderwerp wordt verder ingegaan onder het kopje ‘Waarom wordt het gebruik van alkoholische dranken afgeraden?’ ‘Alkohol is het gevaarlijkste en duurste genotmiddel’ klinkt het, naast ‘Ieder gezond mensch kan alkohol missen’ en andere argumenten die Vlaanderen nooit bereikt hebben.

‘Zeg me wat je eet en ik zal zeggen wie je bent’, wordt wel eens gezegd. Op basis van deze oude twee kookboeken zit er veel waarheid in dit oude gezegde.

2 reacties

  1. Jo schreef op 3 mei 2019 om 19:03

    Bewaar dat exemplaar van Ons Kookboek maar goed! De nieuwe versie is behoorlijk ontroomd!

  2. Jean-Marie Binst schreef op 11 juni 2019 om 14:12

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands