Tandarts

13 feb 2019

Belg aan de Waal is zijn alter ego. Ken Lambeets streek kort geleden vanuit Brussel neer in Nijmegen en is nieuw op de redactie van Vox. De komende maanden schrijft hij over zijn ervaringen. Deel 16: een bezoek aan de tandarts.

Ken Lambeets Ken Lambeets verwisselde onlangs Brussel voor Nijmegen. In de Belgische hoofdstad schreef hij onder meer voor de stadskrant Bruzz. Ken houdt van fietsen, Frankrijk en wijn, en inmiddels ook een beetje van Nijmegen. Bekijk alle berichten van Ken Lambeets

Hoe komt het toch dat columnisten als Sylvia Witteman, Eva Hoeke of – eertijds – Simon Carmiggelt zo vaak getuige zijn van hoe gewone Nederlanders hun tragische levensverhaal aan henzelf of iemand op gehoorafstand vertellen? Waarom overkomt mij dat nooit, dacht ik in de wachtzaal van de tandarts, in afwachting van een verlossende maar wellicht niet geheel pijnloze ingreep.

Enkele weken eerder was tijdens het flossen een stukje kies afgebroken. Zelden had ik zoveel pijn gevoeld als wanneer de vrijgekomen zenuw in contact kwam met resten van de lunch of het avondeten.

Is het misschien omdat ik een timide Belg ben?, vroeg ik me af.

Net op dat moment schuifelde een lange man van middelbare leeftijd de wachtzaal naar binnen.

‘Wat is me dat met die wind’, vertelde hij aan iedereen die het horen wilde. ‘Ik kwam er haast niet door.’

‘Is u ook met de fiets gekomen?’, vroeg een andere man in de wachtzaal.

‘Ik mag niet meer fietsen, helaas’, zei de man. ‘De medicatie, weet u wel.’

‘O, wat jammer. Heeft u soms last van evenwichtsstoornissen?’, vroeg de derde man.

‘Als het dat maar was’, begon de man een lang verhaal over zijn medische voorgeschiedenis. ‘Vorig jaar heb ik twee weken in coma gelegen. Rond vijf uur in de avond – ik zat televisie te kijken – voelde ik toch zo’n pijn. Gelukkig kon ik nog net mijn zoon bellen. Die verwittigde meteen de ambulance. Als het mij ’s nachts was overkomen, had ik het niet kunnen navertellen.’

‘De ambulanciers vroegen of ik misschien last had van mijn hart, maar dat was niet het geval. Mijn lichaam staat in brand, was het enige wat ik kon uitbrengen. Ik zat er niet zoveel naast, meneer. In het ziekenhuis bleek dat mijn maag was gescheurd. Al dat maagzuur was zomaar in mijn darmen gelopen om alles op zijn weg te vernietigen. Vandaar dat branderige gevoel en die verschrikkelijke pijn.’

‘Toen ik na twee weken weer wakker werd, leek het alsof ik maar even had geslapen. Van de hemel heb ik in mijn coma geen glimp opgevangen, neen. Ondertussen hadden de dokters mij uitgebreid kunnen onderzoeken. Bleek dat ik eerder al eens een hartaanval had gehad, zonder dat ik iets gemerkt had. Het moest mij weer overkomen.’

‘Het duurt maar zolang tot het draadje knapt’, antwoordde de andere man, duidelijk ook een rasoptimist.

De man wiens medische voorgeschiedenis we inmiddels kenden, bracht het onderwerp nu op de klimaatspijbelaars. ‘Ik zag op het journaal dat er duizenden scholieren protesteren in Den Haag. Heel leuk, maar wie gaat die maatregelen voor het milieu betalen? Binnenkort verhuizen onze fabrieken naar China. En daar staan we dan met ons klimaatplan. In Oost-Europa… ’

Nog voor de nieuwe monoloog was afgelopen, werd ik weggeroepen door de tandartsassistente. Terwijl de tandarts in mijn kies boorde, kreeg ik het beeld van een in brand staande maag maar niet van het netvlies.

Een stukje kies verliezen? Valt wel mee, hoor.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands