Stout

08 jun 2020

Adriaan Duiveman Adriaan Duiveman is historicus en doet promotie-onderzoek bij Nederlandse Taal en Cultuur. Hij schrijft over zijn ervaringen als promovendus aan de Radboud Universiteit. Bekijk alle berichten van Adriaan Duiveman

Normaal ben ik een brave, gezagsgetrouwe burger. Midden in de nacht op een uitgestorven Keizer Karel wacht ik nog netjes op de verkeerslichten. En zo lang er geen TL-balk boven hangt eet ik een pizza in een restaurant met mes en vork. Het zat er al vroeg in. In groep vier likte ik de laars van het pedagogisch-didactisch complex: juf Ineke. Ik moest en zou op de ‘zonnetjes van de dag’-lijst op het bord terechtkomen. Met opgeheven hoofd en een sticker op mijn hand zou ik dan het klaslokaal verlaten. Die sticker was voor de brave kinderen. En ik was zo’n kind. Ik deugde.

Nu ben ik stout. Ik werk namelijk op kantoor.

Zo ongeveer twee keer per week ga ik naar het Erasmusgebouw. Eerst was het om artikelen te printen en mijn plantjes water te geven, maar steeds vaker bleef ik plakken. Tegenwoordig zit ik vijf tot zes uur achter mijn bureau tijdens mijn ‘printexpedities’. Dat bureau staat in een groot hoekkantoor met plek voor vier mensen, maar de drie anderen zijn er zelden. Zelfs hoogleraren kunnen alleen van mijn ruimte en uitzicht dromen.

In mijn hoekpaleis ben ik veilig voor potentieel geniepige aerosolen van anderen, en de anderen zijn gevrijwaard van mijn gespetter. So far so good. Echter, dit werkt zo lang niet meer mensen op mijn idee komen. Mijn hoekkantoor mag dan een veilige haven zijn, de liften, keukens en trappenhuizen blijven dat niet als het gebouw drukker wordt. In game theory-terminologie ben ik een defector: ik probeer te profiteren van de gezagsgetrouwheid van anderen die wel gehoorzamen aan de oproep van het CvB en RIVM om thuis te werken.

Vox rapporteerde dat mijn verlengde kantoorbezoeken tot september stout blijven. Rector Han van Krieken suggereerde dat medewerkers daarna in time slots op kantoor gaan werken. Dat moet eerder dan september, vooral voor promovendi. In haar betoog voor vrouwenemancipatie in de literatuur pleitte Virginia Woolf niet alleen voor figuurlijke ruimte voor schrijfsters, maar ook voor letterlijk territorium: A Room of One’s Own. Ruimte om te denken vereist fysieke ruimte. Promovendi hebben die vaak niet. Zij kunnen geen rustige werkplek inrichten in hun krappe huizen. Van het bijna-modale inkomen van een alleenstaande promovendus kan je in Oost-Groningen misschien een villa kopen, maar in Nijmegen huur je met geluk een studiootje.

Het CvB moet daarom al eerder een inschrijfsysteem met time slots op laten zetten. Als het staat zal ik me er braaf aan houden. De stickers kunnen naar mijn postvakje.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!