Bommen was meteen een succes

14 sep 2016

Wat in 1966 begon met een bescheiden onderkomen aan de rand van de campus, is uitgegroeid tot ’s lands mooiste en (bijna) grootste universitaire sportcentrum. Het wonder van de groei, vaak tegen de stroom in.

Zoals in veel geschiedenissen is er een leven vóór en een leven ná. Het omslagpunt voor het Radboud Sportcentrum ligt in het jaar 2003, als het verouderde onderkomen aan de Kwekerijweg – op het zuidelijkste puntje van het huidige hoofdveld – wordt ingeruild voor het Gymnasion. Drie vertrapte velden maken plaats voor kunstgrastapijten, luxe tennisbanen worden uitgerold en met twee nieuwe sporthallen wordt de binnenruimte in één klap bijna verdriedubbeld.

‘We moesten wel’, zegt Jacques Ypma, directeur van het sportcentrum tussen 1983 en 2000. ‘Het centrum was berekend op drieduizend sporters, maar we hadden toen ik vertrok bijna twee keer zo veel gasten in huis. We waren in alle opzichten uit het oude complex gegroeid.’ Ypma’s opvolger Rob Cuppen: ‘Toen het besluit voor nieuwbouw eenmaal was gevallen, stond de kwaliteit van meet af aan op een. Het nieuwe sportcentrum was voor de universiteit ook belangrijk vanwege de uitstraling naar buiten.’

Waarom zo veel geld investeren als studenten ook gewoon in de stad kunnen sporten, zo luidde de kritiek.

Kantje boord
De geschiedenis van het sportcentrum is ook een verhaal van weerstanden overwinnen. De eerste wind die opstak, kwam uit Den Haag, zo memoreert Jasper van der Heijden, in 1971 binnengekomen als een van de eerste sport- docenten en inmiddels met pensioen. Hij wijst op Ger Klein, midden jaren zeventig PvdA-staatssecretaris voor het hoger onderwijs. ‘Die had veel moeite geld te vinden voor een basisbeurs voor studenten en vond dat universiteiten helemaal geen sportcentra nodig hadden.’ Waarom zo veel geld investeren als studenten ook gewoon in de stad kunnen sporten, zo luidde de kritiek.

De Haagse oppositie beleefde een hoogtepunt tijdens het bewind van onderwijsminister Deetman in de jaren tachtig. Jacques Ypma: ‘Het was kantje boord met de sportcentra. Deetman wilde ze zelfs allemaal skippen.’ Ypma zal de massale studentenmanifestatie in Utrecht midden jaren tachtig niet snel vergeten. ‘Het was een enorme actie, die voor het eerst ook de verschillende sportcentra in Nederland bij elkaar bracht. Dat protest heeft de minister overtuigd.’

Als in 1998 de eerste plannen worden gesmeed voor een nieuw centrum, zwelt de kritiek weer aan. Waarom zou de Nijmeegse universiteit in tijden van bezuinigingen jaarlijks 1,2 miljoen euro moeten steken in studentensport, vroegen tegenstanders zich af. ‘In het Erasmusgebouw kijken mensen met een onzekere aanstelling neer op dit dure gebouw’, aldus een kritische student in 2003 in Vox. Rob Cuppen, tot de dag van vandaag directeur van het centrum, stelt vast dat het commentaar sindsdien is verstomd. ‘Ik hoef deze discussie al heel lang niet meer te voeren.’

Terpstra_1998_
Staatssecretaris van Sport Erika Terpstra verzorgt de aftrap bij een potje voetbal in 1998, het jaar waarin besloten wordt een nieuw sportcentrum te bouwen.

Gezonde geest
Waar is de herwonnen waardering voor de universiteitssport aan te danken? Volgens Cuppen is het een afspiegeling van de sterk gegroeide maatschappelijke waardering voor sport en bewegen. Zijn voorganger Jacques Ypma, in 1973 afgestudeerd in Nijmegen op een scriptie over studentensport, noemt de inzichten van toen actueler dan ooit. ‘Sporten is niet alleen goed voor gezondheid en sociale ontmoeting, maar je gaat er ook beter van studeren.’ De drie pijlers van Ypma dragen al vijf decennia een steeds groter sportcentrum. ‘Je lichaam goed onderhouden met genoeg beweging is een voorwaarde voor een gezonde geest’, aldus Ypma.

Fred van Lent, sportdocent sinds 1985, prijst de waardering van de universiteiten voor sport. Zo hoort het volgens hem. ‘In het lager en middelbaar onderwijs hangt de sport er nog altijd een beetje bij, gelukkig niet binnen de universiteiten.’ Het Nederlands hoger onderwijs golft mee met het Angelsaksische model, zo wijst Van Lent op het Amerikaanse onderwijs, waar sport het hart van de campus is. ‘Daar weten ze dat het lichaam niet ondergeschikt is aan het denken. Sterker: helder denken kán alleen met bewegen. Je lichaam ís je geest. Dat weet iedere student die aan fitness doet. Die benut de apparaten niet alleen voor hartslag of tijdmeting, maar vooral als compensatie voor het zittende leven.’

 

Tien gulden
Directeur Rob Cuppen durft zijn centrum vandaag de dag ‘het mooiste van Nederland’ te noemen. Iets objectiever: na Groningen is Nijmegen in omvang de grootste, in vierkante meters én aanbod, met veertig verenigingen en een keuze uit meer dan tachtig verschillende sporten. Die omvang is te danken aan toenmalig collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth. Cuppen: ‘Die sloeg bij een van de vergaderingen met de vuist op tafel en zei: ‘En nú gaan we beslissen: we bouwen niet één, maar twee sporthallen!’’ Daarmee veegde hij elke huiver van tafel.

Die actie kwam volgens Cuppen niet uit de hemel vallen. ‘Natuurlijk is het handig als het bestuur het sporten een warm hart toedraagt, maar daar hebben we in het oude centrum wel een basis voor gelegd.’

studkaartAl in het begin van de jaren zeventig importeerde Jacques Ypma twee ideeën uit het buitenland, die voor grote populariteit onder studenten zouden zorgen. Tijdens een congres in Zweden hoorde hij over ‘bommen’ (bewegen op muziek) en werd het plan voor de Batavierenrace geboren. Volgens Ypma zijn het beide voorbeelden van de filosofie die Nijmegen zo veel succes heeft gebracht. ‘We wilden op een heel laagdrempelige manier zo veel mogelijk takken van sport aanbieden.’ Wat hielp was een lage prijsstelling – in de beginjaren rond de tien gulden, in de jaren tachtig rond de zestig. ‘Sporten op de campus is niet alleen goedkoper dan in de stad, maar ook de keuze is veel groter, zodat meer studenten de stap naar sport en bewegen kunnen maken.’

Jasper van der Heijden, een van de sportdocenten van het eerste uur, verhaalt over de sportintroductiedagen, waarbij eerstejaars deelnemen aan een hele reeks sporten. ‘Bij ons hebben heel veel studenten ‘hun’ sport ontdekt, sporten die soms klein begonnen en snel populair werden.’

Met de nieuwbouw in 2003 brak een nieuw tijdperk aan: openingstijden werden verruimd, het sportaanbod groeide door en de organisatie werd opgeschud. Het sportcentrum investeerde bovendien in digitale ontwikkelingen: sporters kunnen zich online inschrijven voor cursussen of specifieke sportuurtjes.

Bommen
Wat maar weinigen weten, is dat het inmiddels legendarische bommen zijn Nederlandse debuut maakte in Nijmegen. Ypma herinnert zich zijn kennismaking met de sport in Scandinavië. Het was 1973. ‘Een grote zaal stroomde helemaal vol. Een docent deed op een podiumpje in het midden een oefening op muziek voor en iedereen ging bewegen, er werd geen woord gezegd. Ik was sprakeloos, en dacht meteen: dit moet ook in Nijmegen.’ In 1974 prijkte het bommen op de steeds vollere agenda van het sportcentrum. Fred van Lent, al 32 jaar onder meer bomdocent. ‘Laagdrempeliger sporten dan dit bestaat niet. Iedereen kan meedoen, zelfs sportkleding is niet nodig. Zeker in de beginjaren kwamen mensen in hun kloffie binnen. De kerken liepen leeg en het bommen liep vol.’

De vernieuwingsdrang in Nijmegen bleef niet beperkt tot het bommen. Het sportcentrum stond altijd vooraan bij het signaleren van trends. Gewoon iets uitproberen en kijken of het aanslaat, zo luidt tot op de dag van vandaag het devies. Jaar in jaar uit worden nieuwe ‘trendsporten’ geagendeerd, de laatste zijn animal flow, calisthenics, gewichtheffen, moderne dans en yoga nidra – vijf nieuwkomers in een totaalaanbod van inmiddels tachtig sporten.

Volgens sportdocent Van Lent hangt het succes van Nijmegen samen met de opkomst van fitness en bewegen op muziek in de hele samenleving, wat weer gelinkt is aan de introductie van de draagbare muziek. ‘Eind jaren negentig werd aerobics een rage en het nieuwe sportcentrum speelde daar goed op in.’

In het sportcentrum kun je tegenwoordig meedoen aan body workout, capoeira, hiphop, hoopdance, steps en zumba onder de noemer ‘som’ (sporten op muziek).bb_1009_2016_12

Nieuwe trends
Rob Cuppen stelt dat zijn team uitstekend in staat is in te spelen op wat de sporter vraagt. Wat helpt is dat het centrum zelf van oudsher een uitgebreid eigen cursusaanbod heeft. ‘Veel andere centra richtten zich oorspronkelijk vooral op de studentensportverenigingen, maar juist dankzij ons eigen aanbod kunnen we goed inspelen op nieuwe trends en bedrijfsmatige eisen.’ Met effect, zegt Cuppen: ‘Het centrum heeft een optimale bezetting en we hebben de exploitatie goed op orde.’ Jasper van der Heijden wijst erop dat de zalen vroeger overdag en op zondag vaak leegstonden. Juist hierom zijn twee nieuwe doelgroepen aan het centrum toegevoegd, legt Cuppen uit: in 1990 de bedrijfssport en een kleine tien jaar later de particulieren. Een belangrijke plus van al die nieuwe klanten is dat de prijs van de sportkaart voor studenten aantrekkelijk laag blijft: dit jaar iets meer dan honderd euro.

Derde sporthal
Het vijftigjarig bestaan van het Radboud Sportcentrum valt samen met nóg een nieuwe ontwikkeling: de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, al jarenlang partner van het centrum, krijgt een nieuw onderkomen binnen het sportcentrum voor haar sportopleidingen. Anno 2016 wordt nog altijd van een derde sporthal gedroomd. ‘Ik hoop dat die er komt’, zegt Cuppen. ‘Verwachtingen zijn vaak getemperd omdat de toestroom van studenten zou afnemen, maar tot nu toe worden de pessimistische scenario’s steeds gelogenstraft.’

De zorg dat de universiteit moet bijspringen voor luxe die sommige onderzoeksgroepen zich niet kunnen permitteren, gaat volgens Cuppen zelfs na alle vernieuwingen niet op. ‘Het nieuwe centrum kost de universiteit jaarlijks twee ton meer dan het oude centrum, terwijl we twee keer zo veel klanten bedienen. Het centrum draagt bij aan de vitaliteit van de universiteit, als afspiegeling van de vitaliteit van studenten en medewerkers.’ / Tekst: Bas Steeg en Paul van den Broek, foto spinning: Bert Beelen, foto Erika Terpstra: Flip Franssen

4 reacties

  1. Eva schreef op 14 september 2016 om 18:05

    Het wordt dus tijd voor een volwaardig cultuurcentrum. Over 20 jaar begrijpt niemand meer waar men in 2015 zo moeilijk over deed.
    “Cultuur, dat kunnen studenten toch gewoon in de stad beleven?”

  2. Emile van der Slik schreef op 29 november 2017 om 12:13

    Naar aanleiding van het artikel over het “bommen”, dat in Nijmegen zijn debuut maakte in 1974 wil ik het volgende opmerken.
    In 1969 volgden enkele sportdocenten bij Jürgen Palm, Geschäftsführer Breitensport bij de Deutschen Sportbund, een introductieles “bommen” In 1969 werd door Jürgen Palm en Wiltraud Meusel het boekje (24 Pagina’s) ” Training mit Musik uitgegeven. Hierin stond welke oefeningen je kon doen met de bijbehorende muziektitels.
    Vanaf 1969 werd in de nieuw gebouwde sporthal in Sittard aan een honderdtal deelneemsters en deelnemers wekelijks “bommen ” gegeven.
    Hiervoor werd een bandrecorder aangesloten op de luidsprekers van de sporthal.
    De lessen werden gegeven door sportdocent Emile van der Slik.
    Dit was dus 5 jaar eerder dan het “bommen” in Nijmegen.
    Bij de introductie in 1969 werd ook deelgenomen door Wim Brons, sportambtenaar
    bij de gemeente Nijmegen.
    Prof. Jürgen Palm stierf in 2006 in Rapid Springs (USA) ten gevolge van een hartinfarkt.
    Met vr. gr.
    Emile van der Slik

  3. AM schreef op 29 augustus 2019 om 18:23

    Last but not least…

    Jammer dat één van de grootste drijvende kracht niet genoemd wordt in dit artikel.
    Pieter Smits

    • AM schreef op 29 augustus 2019 om 18:26

      Last but not least…

      Jammer dat één van de grootste drijvende krachten niet genoemd wordt in dit artikel.
      Pieter Smits

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!