Jacqueline’s laatste jaar: ‘Run blondie, run!’
Als ik hijgend aan kom rennen, is het tentamen al bijna begonnen. Hét tentamen, het moeilijkste van allemaal. Als ik dit haal kan ik alles, denk ik nog. Maar goed dat ik het gevonden heb. Voor de tentamens begonnen kregen we een vage zwart-wit kaart van de stad met daarop de locaties waar je moest zijn. Kerken, ziekenhuizen, je kon overal terecht komen. Als ik neerplof op het houten klapstoeltje duwt een oude man me een stapel papier in mijn hand: Business Law. Ik schrijf mijn naam op, sla mijn papier open en… huh? Business Law? Dat vak volg ik helemaal niet.
Mijn hand schiet omhoog. De oude man kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan, hoezo volgde ik dat vak niet en wat deed ik daar dan? Ik vroeg het me ook af. Paniek bekroop me. Ik had alles nog zo goed gecheckt, locatie, tijd, zelfs de dag klopte. Althans, dat dacht ik. Ik ren het lokaal uit. Buiten staat oud mannetje #2. ‘You have to go upstairs! Run!’. Zwetend kom ik boven aan. Een oud vrouwtje (wat is dat met oude mensen en tentamens?) onthaalt me enthousiast, pakt mijn arm en duwt me naar een tafeltje. ‘Good luck with Business Law!’. Ik wist niet dat het mogelijk was, maar ik raak in nog grotere paniek en schreeuw fluisterend in haar oor dat ik dit vak NIET VOLG. Ze snapt er niks van. ‘I understand, it’s alright, just sit down and take the exam.’ Ik heb het idee dat ze het helemaal niet begrijpt.
Een minuut later sta ik buiten waar oud mannetje #3 me probeert te helpen. Na tien minuten paniekerig graaien in mijn tas vind ik een vel papier dat ik van de zenuwen verfrommeld heb. ‘Look, it says Kevins Hall!’. # 3 begint hardop te lachen. Ik ben op de verkeerde locatie. Terwijl ik het gebouw uitren hoor ik #3 route aanwijzingen schreeuwen. ‘Run blondie, run‘. Als ik niet zo in paniek was geweest had ik moeten lachen, in plaats daarvan besluit ik te gaan huilen, wat het rennen niet echt bevordert.
Tweehonderd meter verderop vind ik dan eindelijk ‘mijn’ hal. Een klein rond mannetje met een rood gezicht onthaalt me lachend. ‘Don’t panic girl, you are right on time!‘. Een half uur te laat plof ik neer op alweer een houten klapstoeltje, ditmaal in een kerk. Rood aangelopen, nat van het zweet en van de tranen begin ik aan mijn tentamen. Het goede tentamen dit keer.