Kans maken op een literaire debuutprijs? Schrijf dan geen al te experimenteel boek
-
Anne Oerlemans. Foto: Pix4Profs/Joris Buijs
Wat is de waarde van literaire prijzen voor debutanten? Uitgever Anne Oerlemans promoveert vandaag – in de Boekenweek – op die vraag. 'De winnende boeken zijn vaak niet de meest originele.’
Toegegeven: het is een beetje ongemakkelijk om als winnaar van twee literaire debuutprijzen een onderzoeker te interviewen over de waarde van literaire debuutprijzen. Wat als ze zegt dat het allemaal toeval is? Of geen bal voorstelt?
Dubbelrol
Maar omdat ik nu eenmaal naast romanschrijver ook redacteur bij Vox ben, kan ik deze opdracht moeilijk uit de weg gaan. Met enig lood in mijn schoenen bel ik Anne Oerlemans, die niet geheel toevallig in de Boekenweek promoveert op het onderwerp. Ze is zelf behalve onderzoeker ook uitgever, dus net als ik heeft ze een dubbelrol tijdens dit interview. De resultaten van haar analyse kan ze direct toepassen in haar boekenpraktijk.
Personalia
Anne Oerlemans is buitenpromovendus. Ze werkt als uitgever bij Boom uitgevers in Den Haag. In september begon ze daarnaast haar eigen uitgeverij Annex. Ze richt zich op ‘eigenzinnige’ literaire fictie van vrouwelijke auteurs.
Annemarie Haverkamp is redacteur bij Vox. Met haar debuutroman De achtste dag, die in 2019 verscheen, won ze zowel de Bronzen Uil (2019) als de Anton Wachterprijs (2020). In september 2026 wordt haar tweede roman verwacht.
Ik vraag haar hoopvol of het voor een uitgever lucratief is als een debutant een prijs wint.
‘Nou, je kan als uitgever een mooie prijssticker op zo’n boek plakken. Het brengt heus wel iets met zich mee. Denk aan media-aandacht. Maar om nou te zeggen dat je binnen bent als je zo’n prijs weet te bemachtigen… Dat kan ik op basis van dit onderzoek niet zeggen.’
Prestige
Oerlemans vergeleek vijf Nederlandse debuutprijzen: de Bronzen Uil, de Anton Wachterprijs, de Hebban Debuutprijs, de Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (voorheen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs) en de ANV Debutantenprijs. Ze keek welke er het meeste geld in het laatje brachten en welke de meeste prestige hadden.
En? Waar heb je als schrijver qua financieel gewin het meest aan?
‘Ik heb de prijzen van 2018 met elkaar vergeleken. Toen leverde de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 7.500 euro op; de Bronzen Uil 7.000. De Anton Wachterprijs levert het minste geld op (2.000 euro), maar dat is dan weer de meest prestigieuze.’
Als winnaar van de Bronzen Uil en de Anton Wachterprijs zit ik gemiddeld dus goed, zowel wat betreft de financiën als wat betreft prestige. Gretig vraag ik Oerlemans wat die laatste onderscheiding zo prestigieus maakt.
‘Er hangt het nodige culturele kapitaal aan die prijs. Hij bestaat al lang, sinds 1977, en boeken die door de jury zijn bekroond, zijn later groot geworden. Daardoor heeft de Anton Wachterprijs de nodige culturele prestige opgebouwd. En dan is er nog de vakjury waarin Nederlandse auteurs en literatuurcritici zitten. Onder hen zijn ook gepromoveerde literatuurwetenschappers die hun eigen kapitaal weer inbrengen.’
Traditioneel
Maar dan het slechte nieuws: uit de analyse van juryrapporten die Oerlemans maakte, blijkt dat de winnende boeken vaak niet de meest originele zijn. Het zijn over het algemeen romans met een chronologische opbouw en toegankelijke schrijfstijl waarin geloofwaardige personages worden opgevoerd. ‘Ik noem dat traditioneel’, zegt ze. ‘Auteurs die experimenteren of met een mix van genres komen, maken veel minder kans.’
‘Auteurs die met een mix van genres komen, maken veel minder kans’
Om maar in de sfeer van de Boekenweek te blijven: een absurdistische roman als De grote schoonmaak van Rob van Essen (zojuist verschenen), die de auteur schaart onder het zelfbedachte genre ‘autobiografische science fiction’, zou weinig kans hebben gemaakt bij een debutantenjury. Als ik dit negatief vertaal naar mijn eigen roman, heb ik als tweevoudig winnaar dus gewoon een heel voorspelbaar boek gemaakt.
Oerlemans spitte notulen door van de juryvergaderingen van ANV Debutantenprijs die in 2019 voor het laatst werd uitgereikt. Omdat de prijs niet meer bestaat, mocht ze alle verslagen van overleggen van de laatste jaren inzien. Zo ontdekte ze dat de argumenten die de juryleden aanhaalden, anders waren dan hoe ze in een openbaar juryrapport uiteindelijk werden gepresenteerd.
Filosoof
Behalve de traditionele stijl van de winnende boeken viel Oerlemans nog iets op: de achtergrond van de auteur deed ertoe. Opnieuw zou bestsellerauteur Rob van Essen op achterstand staan, want de juryleden begonnen meermaals te zuchten als ze weer eens een boek van een filosoof ter beoordeling kregen.
‘Filosofen raken niet aan betaald werk en gaan daarom maar schrijven’, was een van de opmerkingen die Oerlemans in haar proefschrift heeft geanonimiseerd. En: ‘Dit is de zoveelste filosoof die een roman is gaan schrijven.’ De opmerking ‘deze auteur kan beter blijven hardlopen’ kwam eveneens in een vergadering van de ANV Debutantenprijs voorbij. En schrijvers van ingezonden boeken werden geregeld ‘zelfingenomen’, ‘kletskous’ en ‘mafkees’ genoemd.
‘Je kan een auteur wel een mafkees vinden, maar dat zegt op zich weinig over het boek’
Oerlemans: ‘Dan denk ik als onderzoeker: je kan een auteur wel een mafkees vinden, maar dat zegt op zich weinig over het boek.’
Een werk puur op inhoud beoordelen, bleek lastig voor de jury. Zo hadden de juryleden ook een duidelijke voorkeur voor schrijvers die fulltime over hun toetsenbord gebogen zaten, en er dus niet nog een baan naast hadden. Die toewijding scoorde hoog.
Maar waar moet die beginnend auteur dan van leven? Hoe komt die aan geld om zich volledig te richten op diens literaire werk? Ik was gewoon voltijd journalist.
‘Tja, dat zeiden ze er niet bij. Het is geen realistisch beeld, inderdaad. Maar het past bij de traditionele manier waarop een jury een schrijver ziet.’
Netwerk
‘Betekent een prijswinnend debuut het begin van een glansrijke literaire carrière?’ vraag ik volledig uit eigenbelang.
Laatste winnaars ANV Debutantenprijs:
- 2019: De avond is ongemak (juryprijs), Lucas Rijneveld en Moeders van anderen (lezersprijs), Mirthe van Doornik
- 2018: Houtrot, Rinske Hillen
- 2017: De afwezigen, Lieke Kézér
- 2016: De koning komt, Mohammed Benzakour
- 2015: Birk, Jaap Robben
‘Dat heb ik niet onderzocht’, antwoordt Oerlemans. ‘De gegevens die ik heb gebruikt, kwamen uit de jaren tussen 2016 en 2019. Het is te vroeg om te kunnen zeggen of die prijswinnaars succesvol zijn geworden met hun volgende boeken. Maar het is wel een interessante vraag waar ik zelf ook benieuwd naar ben.’
Wat ze lezers van haar proefschrift wil meegeven, is dat ze zich realiseren hoe die literaire waarde van een boek tot stand komt en hoeveel actoren of individuen daar een rol in hebben. Dat dat zeer afhankelijk is van wie er op welk moment in de jury zit, en van de bekendheid van een schrijver.
‘Je kunt maar het beste zorgen voor een goed netwerk als je gezien wilt worden’, zegt ze. ‘Het literaire wereldje is klein.’
Ik had naar het Boekenbal moeten gaan, begrijp ik?
‘Ja.’
Ik had geen kaartje dit jaar.
‘Ik ook niet.’
Context
Het zou eerlijker zijn als boeken anoniem beoordeeld konden worden door een vakjury, denkt Oerlemans, maar dat is onuitvoerbaar. De boeken die worden ingestuurd voor een prijs zijn immers allemaal al verschenen en liggen gewoon met de naam van de auteur (en die van de uitgeverij) prominent op de cover in de winkel.
Ben je na je onderzoek als uitgever anders naar literaire prijzen gaan kijken?
‘Nou, het maakt ze voor mij niet opeens minder waard. Die prijzen zijn een belangrijk mechanisme voor alle actoren in het boekenvak om een soort collectieve toekenning aan een boek uit te kunnen dragen. Maar helemaal objectief is het niet. Welk boek er wint, is heel erg afhankelijk van de context.’
Zelf jaagt ze als uitgever niet op debutantenprijswinnaars. Met haar nieuwe uitgeverij Annex richt ze zich vooralsnog op buitenlandse, vrouwelijke schrijvers die volgens haar ook in Nederland gelezen zouden moeten worden.