Liveblog: Lees hier het dagboek van de hoogleraar die de Tour fietst

06 jul 2019

Van 6 tot en met 27 juli rijdt hoogleraar Epidemiologie Bart Kiemeney de Tour de France om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. Voor Vox houdt hij een dagboek bij.

15 juli: Rustdag

Rustdag. Heerlijk.  In Toulouse. De meesten van ons worden ‘gewoon’ om 5.30 uur wakker maar slapen toch nog even in. Na het ontbijt worden er wat fietsen gepoetst en gerepareerd. Hoewel ik het niet van plan was, ga ik de fiets nog even op naar een goede fietsenmaker. Tevergeefs. Alles is dicht. Verder bestaat de dag uit eten en rusten. Een paar fanatiekelingen gaan nog wel een tocht van zo’n 100 kilometer fietsen. Mijn zegen hebben ze.

Tijdens de rustdag even kijken wat de professionals er van bakken. Foto: Bart Kiemeney.

Een paar achtergronddingetjes:

Kleding: voor degenen die me op foto’s elke keer in hetzelfde tenue zien, maak je geen zorgen. Ik heb vier setjes. Elke twee dagen wordt er gewassen / gespoeld. 

Vervoer: we zijn met vier busjes, waarvan twee met aanhangers voor de fietsen. Die brengen ons naar de start (als het te ver is om te fietsen). Een van die busjes met de monteur blijft op de route rijden voor het geval iemand pech heeft. Een ander busje verzorgt de korte pauzes na 50 en 150 kilometer. Het derde busje regelt de lunch na 100 kilometer. Het vierde busje is verantwoordelijk voor de was, boodschappen enzovoort.

Probleempje: het busje dat de korte stop op 150 kilometer verzorgt, kan niet wachten totdat de langzaamste groep daar geweest is. Dan zitten de andere fietsers die al gefinisht zijn te lang te wachten voordat ze weer terug naar het hotel vervoerd kunnen worden. Gisteren bijvoorbeeld kwam de laatste groep pas om 20.30 uur bij de finish aan. De eersten waren daar al voor 15.30 uur. Daarom laat dat busje op een afgesproken plek wat bevoorrading achter voor die laatste groep. Ik heb wel medelijden met die groep, plus de chauffeur die op hen moet wachten. Ze hebben eigenlijk nooit een moment van rust.

Eten: wat de pot schaft. Maar niks te klagen. Meestal pasta met vlees of vis. Groenten alleen als salade.

Zitvlak: wel een dingetje. Mijn theorie is dat je moet bewegen tussen je broek en het zadel. Niet tussen je huid en de broek. De broek moet dus strak zitten en je moet geen vet op je billen smeren. Maar die theorie wordt niet door iedereen gedeeld. Er zijn er veel die echt last hebben van hun billen, tot bloedens toe. Een van ons is daarom al af moeten stappen. Anderen zijn aan het pappen en nathouden met second skin, pleisters enzovoort.

‘Veel renners hebben last van hun billen’

Ontspanning: nul. Geen tijd om een boekje te lezen of tv te kijken. Tijdens de verplaatsingen lees je en stuur je wat appjes. That’s it. Zelfs van de (echte) Tour krijgen we weinig mee.

14 juli: Saint-Flour – Albi

Vandaag inderdaad betere dag. Feestdag voor de Fransen. Hersteldagje voor mij. Voor zover mogelijk dan. Ik heb besloten om zo rustig mogelijk te fietsen. Alleen dus. Om mijn hartspier niet te belasten, want een vermoeide hartspier is de oorzaak van mijn papbenen. Schitterende etappe weer, net zoals alle eerdere etappes sinds we in Frankrijk zitten. Met mooi weer. ’s Ochtends nog kil met 6 graden Celsius, ’s middags 32 graden. 218 kilometer genieten tussen Saint-Flour en Albi, bijna helemaal over D-wegen (binnenweggetjes). In alle stilte, zonder fietsers om me heen. De etappe is vlak volgens de organisatie. Maar wel weer met 3.200 hoogtemeters (drie keer Alpe d’Huez). Gelukkig nergens steil, zodat ik echt mijn rust kan nemen. Dat moet ik vaker doen. 

Het eerste blok zit erop. Morgen rustdag. Eindelijk. We zitten drie dagen in hetzelfde hotel in Toulouse. Dat geeft ook rust. 

De voorlopige stand van zaken:

  • 10 etappes, 9 als ik de ploegentijdrit niet meetel
  • 1.860 km
  • Ongeveer 25.000 hoogtemeters
  • Leuke groep
  • Perfect weer
  • Rug en zitvlak houden zich goed
  • Ik ben minder sterk (slim?) dan ik hoopte / verwachtte
  • Als ik het wil halen moet ik meer behoudend gaan fietsen

Morgen wat meer over de logistiek, alles eromheen.

13 juli: Saint-Etienne – Brioude

Experimentje vandaag. Ik heb zulke zware benen dat ik mijn 34-30 niet meer rondkrijg bij beklimmingen van meer dan zo’n 13 procent. En dat zijn er nogal wat. Daarom gisteren mijn vrienden een andere casette laten kopen voor op mijn reservefiets zodat ik met 32-32 kan fietsen. Op mijn ‘zondagse’ fiets past dat niet zonder veel aanpassingen. Op de eerste gruwelijk zware col, de Muur van Aurec-sur-Loire, was ik nog blij met mijn lichte verzetje. Maar gaandeweg krijg ik steeds meer last van mijn rug op de reservefiets. Die heeft gewoon een andere, verkeerde geometrie. Ik besluit om tijdens de lunch dan toch maar weer mijn goede fiets te pakken. Experimentje gefaald.

Foto: Bart Kiemeney

Net voor de lunch komt de snelle groep Sjef en mij voorbij rijden. Een van de jongens rijdt op mijn goede fiets. Wat is dat nu? Het blijkt dat hij is gevallen en zijn frame daarbij heeft gebroken. Balen natuurlijk. Bij de lunch wisselen we weer van fiets (Marc neemt mijn reservefiets, ik weer mijn goede fiets; we zetten zadel en pedalen weer goed). Dat voelt meteen weer een stuk beter. Voor Marc maakt het weinig uit. Die rijdt de Tour zelfs op een omafiets als het moet. 

De slechte benen van gisteren zijn nog niet verdwenen. Ik ben blij dat Sjef erbij is om mij uit de wind te houden. Normaliter zijn wij aan elkaar gewaagd. Vandaag niet! Ik ben blij dat we na 181 kilometer in Brioude zijn (181 in plaats van de officiele 170 omdat wij nog 11 kilometer naar de start moesten fietsen). 

Hopelijk morgen betere dag. Daarna RUSTDAG!

12 juli: Mâcon – Saint-Etienne

Vandaag de achtste etappe van Macon naar Saint-Etienne. Eerst weer een verplaatsing natuurlijk. Maar daarna alleen maar mooie binnenweggetjes door de Beaujolais en de Jura. En vijf colletjes van de tweede en twee van de derde categorie. Helaas papbenen. De vermoeidheid begint nu toch wel echt op te spelen. Gelukkig komen Claire (mijn vrouw) en drie vrienden naar de pauzeplaats en rijden de vrienden samen met mij de laatste 100 kilometer naar de finish. Daar wachten de dames van de vrienden en gaan we samen eten in Saint-Etienne. Leuk. Een van mijn maten (Sjef) blijft achter in Saint-Etienne. Hij fietst morgen nog een dagje mee. De anderen gaan terug naar het vakantieadres. 

Foto Bart Kiemeney.

Uiteindelijk 200 kilometer, bedroevend gemiddelde van 21,6 kilometer per uur. 3.700 hoogtemeters, maximale snelheid 74,4 kilometer per uur. 

11 juli: Belfort – Chalon-sur-Saône

Vandaag de ‘vlakke’ etappe van Belfort naar Chalon sur Saône. Wat ze vlak noemen. 2.500 hoogtemeters. Dat is net zoveel als twee keer de Alpe d’Huez omhoog. Maar dan wel verdeeld over 230 kilometer. De langste etappe van deze Tour. Mooi gebied (Jura) maar wel zwaar. Heel de dag glooiend. Ik heb de snelle groep vanochtend maar snel laten gaan. En heel de dag met het seniorengroepje gereden: Hans (63), Jan (59) en ondergetekende (58,98). 

Ik begin nu toch wel erg vermoeid te worden. En de rustdag is pas maandag. Maar eenderde zit erop. Zeven van de 21 etappes en 1.300 van de 3.500 kilometers. En ik weet waarvoor ik het doe. Er is al 20.000 euro gegeven door jullie. Geweldig. Mag ik jullie vragen de actie (tourdefrancevanbart.nl) te delen met jullie netwerk? Wie weet halen we dan het doel wel. 

10 juli: Mulhouse – La Planche des Belles Filles

Pffff…. 

Wat een dag. Zeven cols. Niet allemaal even zwaar, maar toch. Al je nog eens ooit in de buurt komt van de Col des Chevrères… Links laten liggen! Wat een kreng. En waarom die extra kilometer gravel van meer dan 20 procent bovenop La Planche des Belles Filles gelegd is? Lang niet iedereen kwam daar fietsend boven. Twee van de groep zijn La Planche niet eens op geweest (Al twee uitvallers dus). Maar wat een geweldige dag. Zonnetje, niet te heet. Met dit weer zijn de Vogezen een plaatje. En dan had ik ook nog goede benen, op een van de zwaarste dagen. Genieten.

Dat kwam ook omdat mijn zus en zwager gisteravond plotseling voor mijn neus stonden. Zijn vandaag heel de dag meegeweest met de groep. Hartstikke leuk. En ik denk dat ze ook wel onder de indruk waren van ‘de Tour’. Ook Ken en Leoni van Vox waren er. Speciaal uit Nederland gekomen om een reportage te maken van een oude mafkees die de Tour gaat fietsen. Super. Weet zeker dag ze dadelijk weer met een mooi filmpje komen. 

Op de top van La Planche des Belles Filles.

De statistieken: 179 kilometer, 19,9 kilometer per uur gemiddeld (tja….), maximale snelheid 81,7 kilometer per uur, 4.000 hoogtemeters, 10.000 calorieen. Vanavond maar een bordje extra pakken. Morgen rust. Maar 230 km plus de beetjes.

9 juli: Saint-Dié-des-Vosges – Colmar

De dag voor de dag (die iedereen een beetje schrik aanjaagt). Begon goed. Vanmorgen om 3.30 uur hoorde ik een geluid van mijn telefoon (geluid staat  normaal nooit aan). “Shoot, alweer 5.30” dacht ik. Ik stond al bijna in de douche toen ik de wekker uit wilde zetten en zag dat die nog helemaal niet af was gegaan. Maar daarna niet meer geslapen. 

Schitterende dag vandaag. Zonnetje, 25 graden en bijna heel de dag in mijn eentje door de Vogezen gefietst (eigen tempo). Schitterend met zo’n weer. 180 km, twee cols van de tweede en twee van de derde categorie, 2.300 hoogtemeters, gemiddelde snelheid 25,1 kilometer per uur en maximale snelheid 73 kilometer per uur. Maar ik had al wel mijn lichtste verzet nodig. Dat wordt wat morgen. En dan komen ook nog twee mensen van Vox filmen. Kan ik niet eens stiekem afstappen dus.

Nu verplaatsing van een uurtje naar Mulhouse, de startplaats van morgen. 

8 juli: Reims – Nancy

Het uurtje rijden naar de start vandaag werden twee uurtjes. Onze chauffeur had onbewust tolwegen op Google Maps uitgevinkt. Mooi hoor, binnendoor. Maar beetje lang. 

Toen wij aankwamen stonden alle andere fietsers al een uur in de startblokken. En ze gingen er vol voor. Binnen een paar kilometer moest ik al passen. Dat ging veel te hard. Toen maar met een klein groepje verder gegaan. Zeg maar, de middengroep (de laatste groep kwam vanavond pas om 20.30 uur aan bij het hotel! Best lullig.) Bij de pauze breidde het groepje zich nog uit met een paar snelle jongens die niet continu voluit wilden gaan. Wel fijn want we hadden vandaag van Reims naar Nancy over de volle 220 km wind tegen. Als het morgen ook zo waait gaan we waaiers zien. Altijd spannend.

Wel mooie etappe weer. Superleuk dat al die dorpjes versierd zijn. Boeren bezig zien om grote fietsen van strobalen te maken. Het leeft hier echt. En we worden continu aangemoedigd. 

De benen begin ik langzamerhand wel te voelen. Ben benieuwd hoe dat morgen gaat bij de eerste Vogezenetappe naar Colmar. Nog geen echt zware beklimmingen maar wel behoorlijk wat hoogtemeters. 

7 juli: Brussel – Brussel

Vandaag maar eens met de snelle jongens meegegaan. Dat scheelt: om 16.15 uur binnen in plaats van om 18.30 uur gisteren. Dat geeft een stuk meer rust. Als je binnen bent, tenminste. Onderweg is het aanpoten met de snelheid van al die jonge mannen. Maar het ging uitstekend. Kon zelfs mee kopwerk doen. Op de klimmetjes raakte ik af en toe wat achterop, maar in de afdaling of op het vlakke was ik dan toch wel weer snel bij.

Ondanks die snelheid toch maar een gemiddelde van 28 kilometer per uur over 210 kilometer. Dat komt op de eerste plaats omdat we dwars door Brussel moesten dat vandaag hermetisch was afgesloten voor de ploegentijdrit. We werden overal teruggestuurd. Op de tweede plaats moeten wij gewoon stoppen voor een rood licht en voor verkeer van rechts en moeten we soms over halfbakken Belgische fietspaden omdat we niet over provinciale wegen mogen rijden. Soms is het net een hindernisbaan.

‘Soms lijkt het parcours wel een hindernisbaan’

Gisteren waren we te laat in het hotel om mijn cassette nog te verwisselen. Vandaag de steile Muur van Geraardsbergen dus toch maar weer op kransje 25  naar bovengereden. Niet fijn. Die andere jongens hier hebben allemaal 30, 32 of zelfs 34. De meesten omdat ze schrik hebben van La Planche des Belles Filles (een klim van 7 kilometer in de Vogezen, met in de laatste kilometer een hellingsgraad van 24 procent, red.) aanstaande woensdag. Maar goed, net mijn tandje 30 er ook maar eens opgelegd. Hoop dat het genoeg is. 

Gisteren was het heel de dag 35 graden. Ik denk dat ik ongeveer zes bidons van 1,5 liter op heb plus een liter of zo cola. Het criterium is: als je niet af en toe hoeft te plassen drink je te weinig. Vandaag was het maar 19 graden. Ideaal. Eten? Dat wil je niet weten. Zoveel mogelijk. Naast het ontbijt en diner onderweg wafels, peperkoek, bananen, energierepen, pasta, yoghurt, chips, marsen, brood. Zoveel als je naar binnen krijgt zonder misselijk te worden. Elke 50 kilometer staat een van de vier ondersteuningsbusjes op ons te wachten en proppen we onszelf weer vol.

‘Om de 50 kilometer proppen we onszelf weer vol’

We zitten nu weer in een busje, op weg naar ons hotel in Saint-Quentin. Twee uur rijden. Morgenvroeg moeten we dan ook weer anderhalf uur rijden naar de start van de vierde etappe van Reims naar Nancy (we lopen vanaf nu weer synchroon met de echte Tour). Vlakke etappe met maar twee colletjes van de vierde categorie. Voor wat het waard is. Vandaag was ook een vlakke etappe. Maar die had toch ruim 1.800 hoogtemeters. Och, morgen over een week hebben we al een rustdag…

6 juli: Binche – Épernay

Vandaag onze tweede rit gedaan – etappe 3 van de echte Tour. Van Binche in België via 216 supermooie kilometers naar Épernay in Frankrijk. Wat een mooie tocht. Heel de dag glooiende kleine weggetjes tussen wijngaarden en graanvelden. En door leuke dorpjes die allemaal al versierd zijn voor de rit van de profs aanstaande maandag. Op het eind wel nog vijf zeer venijnige colletjes tot 18 procent. Dat gaan de echte sprinters maandag echt niet winnen (tenzij Sagan er nog bij zit).

Vandaag ook heel wat geleerd:

  1. Ik zit niet meer bij de echt snelle jongens (confronterend).
  2. Kransje 25 is echt te klein voor dit werk (overmoed). Vanavond toch maar een andere cassette erop. 
  3. Ik moet meer aan mezelf denken.

We zijn met 23 fietsers, waarvan één vrouw. Superaardige meid maar met het klimmen kan ze niet mee met de mannen. We hebben met vijf mannen besloten om bij haar te blijven. Maar dat betekent wel dat we heel vaak en heel lang moesten wachten en uiteindelijk twee uur later aankwamen dan de ‘snelle’ groep. Dat is allemaal nog tot daar aan toe, maar met de rare planning van onze organisator (die de eerste drie etappes heeft omgewisseld) moeten we nu nog 2,5 uur terugrijden naar ons hotel in Charleroi. Dat betekent dat we niet voor 22.00 uur aan het diner zitten, daarna nog moeten douchen en voor de fiets zorgen, en dan morgen weer om 5.30 uur op. Dat gaat ons zuur opbreken! En dan moeten we morgen na de rit van Brussel naar Brussel weer 2,5 uur terugrijden naar de aankomst van vandaag voor de volgende rit. Belachelijk. Ik moet dus niet meer bij de langzaamste groep blijven, maar mijn eigen tempo volgen.

Maar goed, de eerste echte etappe zit erop. Nog maar negentien te gaan. Eitje….

5 juli: Brussel – Brussel (ploegentijdrit)

Herbeleef hier de Tourstart van Bart Kiemeney.

Foto: Rein Wieringa.

Doneren voor de Tour van Bart kan via deze link.

Meer lezen over De Tour van Bart? Bekijk dan ons dossier.

2 reacties

  1. Leon Leytens schreef op 11 juli 2019 om 10:08

    Beste Bart
    Nu al onder de indruk van jouw prestatie en die van de anderen. Het meest van de gemiddelde snelheid, die ik veel lager had ingeschat dan dat jullie hebben bereikt. Als je een gemiddelde hebt van 19,9 km/u (zeg maar 20 km/u) in zo’n zware etappe als La Planche des Belles Filles, dan neem ik mijn petje af en maak een diepe buiging.
    Het enige nadeel is, dat ik op deze manier nooit het Tourspel ga winnen. Dat is dan wel weer jammer. Succes met het vervolg (mag van mij dus best in een wat rustiger tempo).
    Groet, Leon.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands