Muzikale neuropsycholoog onderzocht hoe muziek kan helpen dingen beter te onthouden
-
Foto: Pexels
Als je een telefoonnummer wilt onthouden, helpt het om er een beat onder te zetten. Neuropsycholoog Marije Derks-Dijkman promoveert deze week op de vraag hoe muziek als geheugensteuntje kan werken. Zelf studeerde ze psychologie én ging ze naar het conservatorium.
Toen ze zes was, wilde Marije Derks-Dijkman (39) violist worden. Ze stond vaak al om zes uur op om te oefenen. Vier jaar later begon ze ook piano te spelen. Ze kreeg privéles. Het conservatorium lonkte, het leek de ideale route naar een loopbaan als professioneel musicus.
Maar zoals zo vaak in het leven, liep het anders. Derks-Dijkman had absoluut talent, maar was doodsbang om op een podium te staan. Er kwamen scheurtjes in de relatie met haar docent, die scheurtjes werden scheuren en uiteindelijk spatte haar droom om muzikant te worden uiteen.
‘Ik ben psychologie gaan studeren’, vertelt ze thuis in Vorden. Om er snel aan toe te voegen dat ze dat vakgebied ook oprecht ‘héél interessant’ vond. Ze studeerde cum laude af en werd GZ-psycholoog. Op de afdeling Medische Psychologie van het ziekenhuis waar ze werkte, ontmoette ze veel ouderen die gefrustreerd waren omdat hun geheugen ze in de steek liet.
Studentenorkest
Deze week promoveert ze op strategieën om muziek in te zetten als middel om dingen beter te onthouden. Want de muziek liet ze nooit los, of beter: de muziek liet háár niet los. Tijdens haar studie speelde ze viool in het studentenorkest en uiteindelijk werd ze alsnog toegelaten tot het conservatorium in Tilburg – die opleiding deed ze er een paar jaar naast. Logisch dat ze in haar werk als psycholoog later op zoek ging naar de link tussen het brein en de muziek.

‘Luister maar’, zegt ze een week vóór haar promotie als ze op haar werkkamer, waar een piano staat, alvast een lied laat horen dat ze zelf heeft geschreven. Tijdens haar promotieplechtigheid zal het door de Nijmeegse Aula klinken, het gaat over de werking van het geheugen.
De vraag waar ze zich de afgelopen jaren als buitenpromovendus aan het Donders Instituut mee bezig heeft gehouden, is simpel: helpt het om cijferreeksen die je wilt onthouden op muziek te zetten? De uitvoering van het onderzoek had meer voeten in aarde. Ze switchte tijdens het proces van baan, kreeg als tweede dochter een huilbaby, viel uit in het ziekenhuis waar ze werkte en stopte uiteindelijk met haar baan omdat haar derde kind, een jongetje, leer- en gedragsproblemen bleek te hebben.
‘Hij gaat nu eindelijk een paar uurtjes per dag naar het speciaal onderwijs’, verzucht ze. ‘Maar heel lang kon hij alleen maar bij ons thuis zijn.’
Toch presteerde ze het haar promotie tot een goed einde te brengen. De data die ze al in 2016 begon te verzamelen tijdens haar specialisatie als klinisch neuropsycholoog, prijken nu allemaal in fraaie tabellen in haar proefschrift. ‘Ik heb een kasteel hier in Vorden afgehuurd om mijn promotie te vieren’, vertelt ze stralend.
Werkgeheugen
Wat ze donderdag met haar toehoorders in de Aula zal delen, is dat muziek wel degelijk kan helpen als geheugensteuntje. Maar niet álle muziek. Als je een reeks cijfers wilt onthouden – denk aan een telefoonnummer dat je zo gauw niet kunt opschrijven omdat je geen pen bij de hand hebt – dan doe je er goed aan er een ritme onder te zetten. Pam-pam-pam-páám, pam-pam-pam-páám. Derks-Dijkman slaat het ritme met haar vlakke hand op tafel.
‘We denken dat het werkgeheugen minder belast wordt’
‘Door cijfers op een beat te zetten, krijg je eigenlijk een structurering in de tijd waardoor je ze automatisch groepeert’, legt ze uit. ‘Stel dat mijn cijferreeks is: 1, 4, 6, 8, en die zet ik op pam-pam-pam-páám, dan onthoud je de eerste drie getallen bij elkaar. Je hoeft niet al die losse eenheden apart te onthouden. We denken dat daardoor het werkgeheugen minder belast wordt.’
Het werkgeheugen is de verzamelbak in de hersenen waar informatie wordt opgeslagen die maar heel kort nodig is. Bijvoorbeeld een telefoonnummer dat je daarna direct weer mag vergeten.
Variatie in toonhoogte
Derks-Dijkman borduurde met haar onderzoek voort op een bestaande studie naar studenten die cijferreeksen moesten onthouden. Zij wilde weten hoe ouderen het ervanaf zouden brengen. Én hoe ouderen met cognitieve stoornissen zouden presteren op de taak. Immers: met het ouder worden gaat het geheugen achteruit en dus zijn werkzame geheugensteuntjes zeer welkom.
‘Ik heb vier verschillende manieren getest om mensen dingen te laten onthouden’, vertelt ze. Eén strategie was dus het toepassen van een ritme. Daarnaast voegde ze variatie toe in toonhoogte. Een derde variant was een deuntje met verschil in toonhoogte én ritme (dat ze zelf componeerde). De laatste test was het ‘droog’ uitspreken van de cijferreeks met het verzoek aan de testpersonen om de serie te reproduceren.
Een cijferreeks aanbieden op een bekend melodietje zou kunnen werken
De variant ‘alleen ritme’ scoorde het beste. ‘Wat we zagen als we behalve ritme ook een verschil in toonhoogte toevoegden, was dat het werkgeheugen bij ouderen overbelast werd. Mensen moesten dan twee dingen onthouden: een reeks getallen en een melodietje dat ze niet kenden. Dat had een negatief effect, het was te veel informatie.’
Wat misschien wél kan werken, is een cijferreeks aanbieden op een bekend melodietje, dan hoeft de deelnemer maar één nieuw ding te onthouden. ‘Het zou goed zijn om daar vervolgonderzoek naar zou doen’, denkt ze hardop.
Liedjes luisteren
Wat ze in haar eigen wetenschappelijke studie wel meenam, is of het uitmaakte hoe muzikaal de mensen waren die ze testte. Ze vroeg niet alleen of ze zelf een instrument bespeelden, maar gebruikte een zelfbeoordelingsvragenlijst die bijvoorbeeld ook betrokkenheid bij muziek meet, zoals naar concerten gaan of liedjes luisteren op de radio.
‘De mate van muzikaliteit leek niet uit te maken voor het profijt dat mensen hadden van muzikale geheugensteuntjes. Althans, niet bij jongeren en ouderen zonder cognitieve stoornis. Maar in haar tweede studie gericht op ouderen zonder cognitieve stoornissen en ouderen mét een cognitieve stoornis, vond ze dat ouderen die muzikaal waren, er wel voordeel van bleken te hebben. Dat is in lijn met een eerder onderzoek naar mensen met Alzheimer die ook musicus waren en profiteerden van de gezongen aanbieding van informatie.’
‘Al toen mijn zoontje heel klein was, kon hij van alles neuriën’
Derks-Dijkman zou zich in de toekomst graag richten op het ontwikkelen van muzikale geheugenstrategieën. Misschien kunnen behalve ouderen, ook kinderen daarbij gebaat zijn. Ze zingt het ABC-lied voor, een liedje op de melodie van Twinkle Twinkle Litte Star waarmee kinderen op school het alfabet leren.
‘Mijn zoontje, dat een vertraagde taalontwikkeling liet zien, heeft bijvoorbeeld een heel goed melodiegeheugen. Al toen hij heel klein was kon hij van alles neuriën, nog voordat hij sprak. Hij leert op het wijsje van Twinkle Twinkle Litte Star nu ook de dagen van de week. Voor hem werkt dat heel goed.’
Ze benadrukt dat het belangrijk is muzikale geheugensteuntjes te personaliseren. Welke strategie je bedenkt, moet aansluiten bij iemands leeftijd, cognitieve vermogens en muzikale expertise.
Als ze haar promotie straks tot een goed einde heeft gebracht – ondanks haar podiumvrees – hoopt ze weer eens tijd te hebben om zelf muziek te maken. Haar oudste dochter speelt inmiddels viool, de jongste zingt.