Na roerige tijd begeeft de rechtenfaculteit zich nu in rustiger vaarwater met nieuwe decaan Frits-Joost Beekhoven van den Boezem

08 jul 2026

Miljoenenbezuinigingen, een bestuurscrisis binnen de faculteit en een universiteitsbrede discussie over de koers van het college van bestuur. Frits-Joost Beekhoven van den Boezem begint zijn decaanschap bij de Rechtenfaculteit met de nodige uitdagingen. Toch ziet hij de toekomst van de faculteit rooskleurig in. ‘We zitten in veel rustiger vaarwater.’

‘Kijk, hier lopen medewerkers dus zo bij ons naar binnen’, vertelt Frits-Joost Beekhoven van den Boezem op de tweede verdieping van het Grotiusgebouw. De grote trap middenin het gebouw voert bezoekers naar het faculteitsbureau, waar ook het bestuur zit. ‘Bij wijze van spreken dan hè. Het is natuurlijk fijn als ze even een afspraak maken van tevoren.’

Sinds maart dit jaar is Beekhoven van den Boezem de decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Hij volgde daarmee Michael Veder op, die na een rumoerige periode de rol ad interim waarnam. Voor Beekhoven van den Boezem is de Nijmeegse universiteit geen onbekend terrein: al sinds 2008 was hij één dag per week werkzaam als hoogleraar Onderneming & Financiering.

Hechte gemeenschap

Toch ging de dagelijkse gang van zaken op de Radboudcampus grotendeels aan hem voorbij, vertelt hij in zijn kamer in het Grotiusgebouw. Hij had slechts een deeltijdaanstelling (zie kader). Als decaan ontgaat hem echter niets. Hij houdt hij zich nu bezig met de financiële situatie van de faculteit en wil meer inzetten op onderlinge verbondenheid en transparantie.

Hoe zijn uw eerste maanden aan de faculteit bevallen?

‘Ik zit hier in een hele hechte gemeenschap die goed presteert op zowel onderzoeks- als onderwijsgebied. Daar mogen we best trots op zijn. De bachelor Notarieel Recht scoort ontzettend goed in de Studiekeuzegids en de onderzoeksmaster Onderneming en Recht behoort tot één van de zestien excellente masteropleidingen in heel Nederland.’

‘Ik zie ook dat de periode voor mijn tijd als decaan een pittige is geweest. Maar ik vind dat we het goed doen, ondanks de teruggang in financiële middelen. En er hangt een goede sfeer, dat blijkt ook uit de personeelsenquête: de faculteit scoort een 3,9 (op een schaal van 5, red.) wat betreft het vertrouwen dat medewerkers in hun afdeling hebben. Daarmee scoren we het hoogst van alle faculteiten.’

Hoe staat de faculteit er nu financieel voor?

‘De faculteit staat er goed voor, de gevraagde nulmeting van 2027 halen we zeker. Ik ben van mijn tijd bij De Nederlandsche Bank gewend dat als je aanstuurt op financiën er echt niet meer dan 1 procent van een begroting afgeweken kan worden. Dus ik ben niet van plan dat hier ineens te laten varen. Ik krijg ieder kwartaal de cijfers en kan indien nodig bijsturen.’

In het najaar van 2024 was er nog sprake van mastercursussen die zouden gaan verdwijnen – en een vacaturestop. Hoe is dat afgelopen?

‘Het is inderdaad een discussie geweest. En ja, het was een lastige keuze, maar er zijn inderdaad vier kleine vakken in de master uit het curriculum gehaald – en twee andere vakken zijn samengevoegd tot één nieuw vak. Een vak waar steevast minder dan twintig studenten zich voor inschrijven, moet je dat nog wel geven? Aan de andere kant zijn dat soms juist de leukste vakken met de meest bevlogen docenten. Dat blijft altijd een spanningsveld.’

‘We doen het dit jaar financieel goed, maar moeten meerjarig nog steeds bezuinigen. Dat betekent ook dat we bepaalde dingen soms per jaar moeten bekijken. Hou je wat ruimte over, dan kan je bijvoorbeeld flexibeler zijn voor medewerkers met contracten voor bepaalde tijd. Al is het nog maar de vraag wat je daar op de lange termijn aan hebt als je weet dat je later alsnog moet bezuinigen. Dat is niet ideaal en maakt dat we het per jaar moeten aanzien.’

Bestuurlijke chaos

Iets meer dan een jaar terug was er, te midden van de opstapelende bezuinigingen, nog sprake van bestuurlijke chaos binnen de faculteit. Decaan Roel Schutgens vertrok plotseling, waarna het CvB in allerijl Michiel Kompier aanstelde als tijdelijke vervanger. De facultaire medezeggenschap weigerde met Kompier samen te werken, mede omdat de aanstelling buiten hun inspraak om was gegaan. Ook vice-decanen erkenden zijn aanstelling niet. Kompier vertrok uiteindelijk, Michael Veder volgde hem op als interim-decaan.

In dezelfde periode zat ook de directeur bedrijfsvoering ziek thuis en liet Claartje Bulten weten haar taak als vice-decaan neer te leggen. Die functies worden momenteel ingevuld op interimbasis door respectievelijk Tessa van Schendel en Hansko Broeksteeg. De termijn van die laatste is formeel per 1 juli geëindigd, de faculteit hoopt op korte termijn een opvolger bekend te kunnen maken, laat Beekhoven van den Boezem weten.

Hoe kijkt u zelf terug op die roerige periode?

‘Ik vind het lastig om inhoudelijk dingen over die periode te zeggen. Ik heb mensen er wel over gehoord, maar met mijn aanstelling van slechts 0,2 fte kreeg ik natuurlijk ook niet alles van dichtbij mee.’

Het Grotiusgebouw, waar de rechtenfaculteit zit. Foto: Diede van der Vleuten

‘Ik kan wel zeggen dat we inmiddels in veel rustiger vaarwater zitten. Kijk, elke organisatie van meer dan honderd werknemers heeft zo zijn uitdagingen en dossiers – daar ontkom je niet aan. Maar we zijn goed met elkaar bezig en we proberen binnen de faculteit ook veel gemeenschappelijk op te pakken en niet alleen binnen de eigen afdelingen. We proberen de verschillende afdelingshoofden nu ook meer te betrekken bij de besluitvorming, zodat ze niet overvallen worden door nieuwe beslissingen.’

Het ging eerder al over de personeelsenquête. Uit diezelfde enquête blijkt dat het vertrouwen in het college van bestuur binnen uw faculteit erg laag is. Een score van 2,5, de laagste van alle faculteiten. Merkt u iets van dat wantrouwen?

‘Het is destijds zeker zo geweest dat er onvrede was over de gang van zaken, dus ik moet er rekenschap van geven dat het zo kan zijn dat er nog wat oud zeer zit bij mensen. Maar ik merk dat niet in de dagelijkse gang van zaken binnen de faculteit. Ik zie vooral dat mensen bezig zijn met de verhoudingen goed te houden.’

Hoe zit het met de band tussen de decanen en het CvB?

‘Ik kan het natuurlijk niet voor iedereen persoonlijk beoordelen, maar op dit moment hebben we een prima verhouding. En de sfeer tussen decanen onderling is ook goed.’

‘We moeten niet vergeten dat de universiteit voor een grote klus staat met de bezuinigingen’

Letterendecaan Paula Fikkert maakte recent bekend haar functie als decaan neer te leggen. Zij uitte met name kritiek op de bedrijfsmatige manier waarop de universiteit bestuurd wordt. Haar vertrek kreeg veel bijval vanuit verschillende hoeken van de campus. Kunt u zich vinden in haar kritiek? 

‘Het is wellicht een flauw antwoord, maar ik zit hier echt te kort om daar iets over te kunnen zeggen. Maar het feit dat de zorgen van Paula dusdanig veel reacties oproepen, betekent wel dat het iets is waar het college van bestuur mee aan de slag moet.’

‘We moeten echter niet vergeten dat de universiteit voor een grote klus staat met de bezuinigingen. Dat je dan als bestuur kritisch kijkt naar een efficiënte inzet van je personeel en middelen is natuurlijk niet gek. Juist om onderzoek en onderwijs te kunnen blijven faciliteren, moet je dan kijken hoe de ondersteuning efficiënter kan.’

Foto ter illustratie: Dick van Aalst

‘Maar dat moet wel met een menselijke maat gebeuren natuurlijk. Ik denk dat het belangrijk is dat als er een nieuwe strategie wordt opgesteld mede met behulp van  consultants, dingen goed worden uitgevraagd. En hoewel je natuurlijk nooit alles mee kan nemen, moet je er wél voor zorgen dat iedereen is meegenomen en de kans heeft gehad om bijtijds input te leveren. Daarbij mag een nieuwe strategie natuurlijk ook niet ten koste gaan van het fantastische onderwijs en onderzoek dat momenteel al op deze universiteit plaatsvindt.’

U kreeg dus niet zo veel mee van de onrust. Was dat een voordeel voor u, dat u als het ware van buitenaf kwam?

‘Wellicht scheelt het een beetje. De fase voor mijn aanstelling was minder prettig, maar zoals gezegd heb ik die zelf niet meegemaakt. Ik wil het ook allemaal niet precies weten, veel van die dingen zijn inmiddels echt geschiedenis.’

‘Dat is ook de verdienste geweest van mijn voorganger, Michael Veder, die veel tijd heeft gestoken in het samenbrengen van mensen en ervoor heeft gezorgd dat we goed zicht op de financiën hebben. We zitten nu inderdaad met een vrij nieuw faculteitsbestuur. Maar het is een bestuur waarin ik vertrouwen heb en waarmee we samen de aandacht op de toekomst leggen.’

Zijn er daarnaast nog andere grote thema’s die spelen binnen de faculteit?

‘Een van de grootste thema’s is AI. En vooral de vraag hoe je daarmee moet omgaan in het onderwijs. Er zijn opleidingen die het helemaal verbieden – of het zelfs als fraude bestempelen. Maar goed, is het fraude als je AI iets laat checken dat je hebt geschreven?’

‘Gelukkig zijn we daar universiteitsbreed mee bezig en stelt het faculteitsbestuur een werkgroep AI in. Deze werkgroep krijgt de opdracht om het faculteitsbestuur te adviseren over de vraag hoe de faculteit zich in haar onderwijs tot AI dient te verhouden en welke concrete consequenties daaraan moeten worden verbonden. Wat we daarmee dan vervolgens in de praktijk moeten doen blijft ingewikkeld. Dat is een thema waar we de komende jaren nog wel mee bezig gaan zijn.’

‘Het lijkt me niet meer dan normaal dat je als bestuur van een organisatie om de zoveel tijd uitlegt wat er allemaal gebeurd is’

‘Ook hebben we een ontzettend groot netwerk aan alumni, die bij verschillende instanties in de regio werken. Daar willen we meer verbinding mee zoeken dan alleen hun namen op een bordje in een collegezaal.’

‘We willen via dat netwerk zichtbaarder zijn binnen de maatschappij en daardoor ook meer onderzoeksprojecten binnenhalen. Andersom kunnen we dan aan onze studenten laten zien wat voor mooie mogelijkheden er zijn in de omgeving qua werkgelegenheid, in plaats van dat ze – bij wijze van spreken – alleen maar naar de Zuidas kijken.’

‘Tot slot gaan we aan de slag om de transparantie over de besluitvorming binnen de faculteit te verbeteren. We willen dus afdelingshoofden meer betrekken in besluitvormingsprocessen. Ook willen we het helderder maken wie waarvoor verantwoordelijk is binnen de faculteit – en dat je daar vervolgens als bestuur ook op beoordeeld kan worden.’

‘Het lijkt me niet meer dan normaal dat je als bestuur van een organisatie om de zoveel tijd uitlegt wat er allemaal gebeurd is. En anderen de gelegenheid geeft om wat te terug zeggen. Dat hoeft niet altijd kritisch te zijn, het kan ook over een wetenschappelijk artikel of een prijs gaan – zolang er maar ruimte is om dingen te bespreken. Dat zorgt voor een stukje onderlinge verbinding.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

  1. ongeruste medewerker schreef op 8 juli 2026 om 10:51

    Na zoveel ‘we doen het goed’, ‘goede sfeer’ en ‘rustiger vaarwater’ begon ik me af te vragen of dit een interview of een PR-oefening was. Kennelijk is de hoop dat als je vaak genoeg zegt dat alles goed gaat, het vertrouwen vanzelf terugkomt.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!