Nederlandse en Vlaamse emigranten laten moedertaal niet los

20 nov 2019

Bitterballen, friet en hun moedertaal. Het zijn maar enkele dingen waar Nederlanders of Vlamingen in het buitenland graag aan vasthouden, blijkt uit een onderzoek onder leiding van de Nijmeegse hoogleraar Nicoline van der Sijs.

Niet alleen mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst blijven na hun emigratie nog graag hun moedertaal spreken of hun nationale voetbalteam aanmoedigen. Hetzelfde geldt voor Nederlanders en Vlamingen die andere oorden opzoeken. Zelfs wie geen Nederlands meer spreekt in het buitenland, is nog steeds gehecht aan Sinterklaas en Delfts blauw of wafels en friet met zure mayonaise.

Nicoline van der Sijs. Foto: ru.nl

Onderzoekers van het Meertens Instituut en de Taalunie stuurden vragenlijsten naar 7.000 emigranten uit 130 landen: zowel families die al meerdere generaties in het buitenland wonen als expats die pas vertrokken zijn. ‘Via ruim 386 Facebookgroepen en -pagina’s voor Nederlanders in het buitenland kwamen we met hen in contact’, zegt de hoogleraar Nederlandse taalkunde Nicoline Van der Sijs, die de studie leidde. Burgerwetenschappers in het buitenland namen ook vragenlijsten af, vooral van oudere en jongere emigranten.

Officieel advies

Wat blijkt? 97 procent van de deelnemers aan de studie spreekt nog wekelijks Nederlands, 64,6 procent meer dan acht uur per week – zowel in privésituaties als op sociale media. Meer dan 85 procent van de ondervraagden ervaart de Nederlandse taal als de kernwaarde van de eigen identiteit. Ook lezen emigranten nog vaak Nederlandstalige boeken en nieuwsberichten, en kijken ze – al dan niet online – naar Nederlandstalige televisie.

De conclusies zijn verrassender dan ze lijken, legt Van der Sijs uit. Uit onderzoek bij Nederlanders en Vlamingen die in de twintigste eeuw naar Australië, de Verenigde Staten en Canada emigreerden, bleek dat zij vaak snel geen Nederlands meer spraken. ‘In de jaren vijftig en zestig was dat trouwens het officiële advies van de Nederlandse overheid, opdat emigranten vlot zouden kunnen integreren in het nieuwe land’, aldus de hoogleraar.

Het lijkt erop dat emigranten tegenwoordig sterker dan vroeger vasthouden aan hun Nederlandse en Vlaamse wortels. Dat komt onder andere door de opkomst van sociale media, die het contact met het thuisfront makkelijker maken. Maar het is ook een bewuste keuze daarvan gebruik te maken.

Toch lopen Nederlandstaligen in het buitenland nog tegen problemen op, blijkt uit de studie. ‘Niet alle emigranten kunnen in het buitenland Nederlandstalige televisie en films bekijken’, zegt Van der Sijs. ‘En sommige mensen vragen zich af hoe ze hun kinderen tweetalig moeten opvoeden en Nederlands kunnen leren.’ Een van de belangrijkste aanbevelingen van de studie is dan ook om een digitaal of fysiek informatiecentrum op te zetten voor Nederlandstalige emigranten dat gericht is op Nederlandse taal, cultuur en onderwijs. Die taak zou de Taalunie samen met organisaties als NOB (Nederlands Onderwijs in het Buitenland) en IVN (Internationale Vereniging voor Neerlandistiek) op zich kunnen nemen.

Tikkie

Nu het contact met de expats is gelegd, ziet Van der Sijs heel wat mogelijkheden voor vervolgonderzoek, bijvoorbeeld naar de taalontwikkeling of het taalbehoud van expats – al moet daar nog subsidie voor gevonden worden. ‘Slagen emigranten er via het internet in om de Nederlandse taal bij te houden, of spreken ze een oudere variant?’, vraagt Van der Sijs zich af. ‘Sommige deelnemers aan de studie melden dat ze nieuwe Nederlandse woorden niet kenden, zoals  Tikkie. Ik zou het leuk vinden om de situatie in Europese landen te vergelijken met die in andere continenten.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!