Nieuwe vicevoorzitter Marcel Wintels moet bezuinigingen in goede banen leiden: ‘Een botte bijl is niet nodig’
-
Het Berchmanianum. Foto: Dick van Aalst
Wat de bezuinigingen aan de Radboud Universiteit betreft is het uur van de waarheid aangebroken. Aan Marcel Wintels, de nieuwe vicevoorzitter ad interim, de taak om het proces in goede banen te leiden. ‘Als we het zorgvuldig aanpakken’, zegt hij in zijn eerste interview, ‘blijven gedwongen ontslagen beperkt.’
Marcel Wintels houdt van fietsen. Niet gek, want veertien jaar lang was hij voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Wielerunie. ‘Twee keer per week zit ik op de racefiets’, zegt hij in zijn kamer in het Berchmanianum. ‘Daar ben ik best fanatiek in. Als ik mijn vaste trainingsrondje tien seconden trager rijd dan gehoopt, kan ik een uur lang chagrijnig zijn.’
Sinds 5 januari is Wintels (62) vicevoorzitter ad interim aan de Radboud Universiteit, waar hij de bezuinigingen bij ondersteunende diensten in goede banen moet leiden. Voorheen was hij onder meer directeur van trainingsinstituut de Baak, voorzitter van wielrenbond KNWU en voorzitter van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) en Fontys.
In Nijmegen voelt Wintels zich naar eigen zeggen als een vis in een water. ‘Ik heb hier op de middelbare school gezeten. Hubert Bruls was hier wethouder toen ik bij de HAN werkte. Ik voel me bevoorrecht om deze functie te mogen doen.’
U bent interim. Tot wanneer blijft u?
‘Tot er een opvolger gevonden is. Wellicht een maand of vier, maar het kan ook wat meer of wat minder zijn.’
Zou het ook kunnen dat u de nieuwe vicevoorzitter wordt?
‘Dat is niet aan de orde.’
Maar ook niet uitgesloten?
‘In het leven kun je niets uitsluiten, maar ik heb bewust gekozen voor de interim-rol.’
Hoe is de universiteit eigenlijk bij u uitgekomen?
‘De afgelopen twee jaar hadden mijn vrouw en ik een sabbatical genomen en zijn we door Europa gefietst. Bij terugkomst, afgelopen najaar, werd ik benaderd door een headhunter met de vraag of ik deze rol hier zou willen vervullen. Ik heb gezegd dat ik het de moeite waard vond om dat gesprek aan te gaan. Daaruit bleek dat dit wel een mooie match kon zijn.’
U bent actief voor het CDA. Kende u collegevoorzitter Alexandra van Huffelen al uit Den Haag?
‘Nee. Ik zei onlangs nog tegen Alexandra: best knap dat we elkaar nooit eerder zijn tegengekomen. Ook (rector magnificus, red.) José Sanders kende ik niet. Maar mijn eerste indrukken van beide collega’s zijn erg positief.’
Hoe zijn uw eerste dagen aan de universiteit bevallen?
‘De organisatie en het type vraagstukken waarmee de universiteit geconfronteerd wordt, zijn niet nieuw voor mij. De bestuurlijke rol ook niet. Ik heb het idee dat ik vanaf het eerste moment mee kan denken en iets kan toevoegen. Maar de vraagstukken waar we voor staan zijn wel heel uitdagend.’
Wat zijn die vraagstukken precies?
‘Mijn portefeuille is dezelfde als die van mijn voorganger Agnes Muskens. Het besparingsprogramma een paar stappen verder brengen is heel belangrijk. Zorgen dat we de strategie op een goede manier vormgeven. De ondersteunende diensten herinrichten, ook los van de bezuinigingen. Daarnaast spelen er tal van actuele kwesties.
‘Er valt me op dat er veel programma’s, trajecten en regiegroepen zijn in de organisatie. Ik wil kijken waar we dat kunnen vereenvoudigen, zodat lijnen helderder zijn.’
Kunt u als ‘interimmer’ met een botte bijl door de organisatie gaan omdat u binnen vier maanden toch weer weg bent?
‘Nee, een botte bijl is niet nodig. Wel duidelijke keuzes maken en helderheid bieden over waarom iets moet. Ik heb de overtuiging dat we op een goede, zorgvuldige manier bezig zijn, maar de daadkracht mag nog wel wat omhoog. Ik ben wel van het doen. Op een rustige en normale manier, met oog voor mensen.’
Uw zoon Ivo Wintels is lid van de Universitaire Studentenraad, binnenkort komen jullie elkaar tegen in de Universitaire Gezamenlijke Vergaderingen.
‘Bij mijn sollicitatie is dat expliciet besproken. Als dat een belemmering was geweest voor mijn functie, dan was ik er niet aan begonnen. Ik kan dat professioneel managen en mijn zoon ook. Belangrijker nog is of de organisatie dat ook wil. Dat bleek het geval, en is netjes afgedicht in een document met afspraken daarover.’
Wat is er dan precies vastgelegd?
‘Waar de belangen elkaar in de weg zitten, wordt dit expliciet benoemd en indien nodig buiten mij of bij een collega neergelegd. Juristen hebben hiernaar gekeken.’
Heeft u inmiddels een goed overzicht van uw opdracht wat betreft de bezuinigingen?
‘Dat kan ik ondertussen aardig doorzien.’
Worden de bezuinigingsdoelen van 20 miljoen euro voor de ondersteunende diensten als geheel gehaald?
‘Daar heb ik geen enkele twijfel over. Op veel plekken in de organisatie is al voorbereidend werk gedaan, nu breekt de fase van de uitvoering aan.
‘Het is belangrijk dat we doorpakken en daarover duidelijk zijn naar medewerkers en studenten’
‘Sinds anderhalf jaar is duidelijk dat het anders moet. Afgelopen jaar is daarom al zuiniger gewerkt, wat al een effect heeft op het kostenpatroon. De komende maanden moeten we de plannen in een stevig tempo doorvoeren. Het is belangrijk dat we doorpakken en daarover duidelijk zijn naar medewerkers en studenten.’
Dus de komende maanden wordt duidelijk wat de impact van de bezuinigingen is op medewerkers?
‘De aanloop heeft lang geduurd. Nu is het scherp en ronden we het voorbereidende werk af. Daarna moet je het ook gaan uitvoeren, in samenspraak met de medezeggenschap.
Komen er reorganisaties aan te pas?
‘Ik vind het nog te prematuur om daar iets over te zeggen, het is pas mijn negende dag als vicevoorzitter (het interview vond plaats op donderdag 15 januari, red.). Maar we zullen de organisatie wendbaarder moeten maken. Dat betekent zuiniger en efficiënter werken, zodat investeringen in onderwijs en onderzoek mogelijk blijven. Ook de ondersteuning moet slimmer worden ingericht. Dat vraagt tijd en zorgvuldigheid.’
Moeten er mensen weg?
‘Als we het zorgvuldig aanpakken, blijven gedwongen ontslagen beperkt. Wel zullen sommige zaken anders worden aangestuurd en zullen sommige functies in de toekomst anders worden. Door de omvang van de organisatie zijn er bovendien veel mogelijkheden om mensen elders te herplaatsen.’
Is inmiddels bekend wat de bezuinigingsdoelen in de kolommen Onderwijs- en Onderzoeksondersteuning zijn?
‘Academic Affairs, zo noem ik het maar even, is een hele complexe en belangrijke kolom. Ze is bovendien cruciaal voor onderwijs en onderzoek. Die kolom vraagt daarom wat extra tijd. De hele operatie die daar loopt moet nog een keer zorgvuldig worden voorbereid.’
En wat staat er te gebeuren met Algemene Zaken, de ondersteunende dienst van het college van bestuur?
‘Daarover verwacht ik sneller duidelijkheid, maar een concreet besparingsdoel kan ik op dit moment nog niet noemen.’
Binnenkort komt er een nieuw kabinet, de formerende partijen lijken te willen investeren in hoger onderwijs. En mogelijk gaat er nog een streep door een deel van de onderwijsbezuinigingen. Is het nog wel nodig om zo sterk te bezuinigen?
‘De universiteit heeft de plicht en verantwoordelijkheid haar ondersteuning zo effectief mogelijk in te richten’
‘Zeker wel. De bezuinigingen bij de ondersteunende diensten zijn nodig vanwege de totale financiële positie van de universiteit, waarbij inflatie en lagere inkomsten een rol spelen. Het is alleen al daarom echt noodzakelijk om het met 20 miljoen minder te doen. Extra middelen uit Den Haag kunnen dan direct naar onderwijs en onderzoek. Los van de financiële druk heeft de universiteit bovendien de plicht en verantwoordelijkheid haar ondersteuning zo effectief mogelijk in te richten.’
Was deze oefening voor de ondersteunende diensten dan sowieso nodig, los van de bezuinigingen?
‘Met het beperkte inzicht dat ik na negen werkdagen heb, durf ik te zeggen dat de ondersteunende diensten efficiënter kunnen. Er wordt goed werk geleverd, maar op onderdelen lopen de processen achter: door hoe zaken georganiseerd zijn, wordt soms dubbel of handmatig werk gedaan. Bepaalde processen bij HR kunnen bijvoorbeeld verregaand gedigitaliseerd worden. Ongeacht of er minder of meer geld is, moet je middelen zo inzetten dat ze maximaal ten goede komen aan onderwijs en onderzoek.’
In een van uw vorige functies, bij Zorgpartners Friesland, was er gedoe om een bezoldiging. Begrijpt u dat dit gevoelig ligt op een universiteit waar bezuinigd moet worden?
‘Dat begrijp ik. Maar in die eerdere functie ging het niet om de bezoldiging zelf, maar om governance: omdat de structuur van de organisatie veranderde, moesten beloningen worden aangepast. Alles verliep keurig binnen de Wet Normering Topinkomens. De publiciteit werd niet veroorzaakt door onregelmatigheden maar wegens een herstructurering van de organisatie. Ik heb me altijd aan de regels gehouden. Als dat niet het geval was, dan had ik deze loopbaan niet kunnen lopen.’
