Stemming beïnvloedt herinnering
Na het zien van een verdrietige film herinneren mensen zich meer negatieve woorden en na het zien van een vrolijke film kunnen mensen meer positieve woorden reproduceren. Iemands stemming is van invloed op diens herinnering. Onderzoekers van het Donders Institute maakten dat als eersten zichtbaar in de hersenen.
Films
De onderzoekers lieten vierentwintig proefpersonen in een scanner op twee verschillende dagen naar twee films kijken: Sophie’s Choice (tragisch) en naar Happy Feet (positief). De ene dag zagen de proefpersonen vier fragmenten van ongeveer dertig minuten uit de tragische film, onderbroken door vier sessies waarin ze woorden kregen te zien met een positieve, negatieve of neutrale betekenis, zoals: angst, straat, liefde, haat, vriendschap, doden. Na elke sessie werd hen gevraagd welke woorden ze zich herinnerden. Degenen die naar de tragische film keken, noemden spontaan de negatieve woorden, degenen die naar de vrolijke film keken, herinnerden zich vooral de positieve woorden. Met behulp van fMRI-scans bekeken de onderzoekers de hersenactiviteit tijdens het lezen, maar ook die tijdens het in het geheugen opnemen van de woorden en het reproduceren van de woorden.
Voorwaarde
Hersenonderzoeker Daniel Fitzgerald: ‘De hippocampus is een belangrijk gebied voor het geheugen. Stemmingen en ervaringen worden verwerkt in de prefrontale cortex. Wat we vonden was dat bij het encoderen – het bekijken en in het geheugen opslaan van de woorden – er veel activiteit is in dat hersengebied. Als proefpersonen in een bepaalde stemming (blij of verdrietig) de woorden noemen die ze zich herinneren, gaat dat gepaard met veel activiteit in het prefrontale gebied. Kennelijk is die activiteit een voorwaarde voor het selecteren en reproduceren van de woorden in een bepaalde stemming.’
Depressie 
De Nijmeegse onderzoekers hebben als eersten heel precies wetenschappelijk kunnen vaststellen hoe de twee hersenengebieden reageren op het oproepen van herinneringen van mensen in een bepaalde gemoedstoestand. ‘Een belangrijke stap’, meent onderzoeksleider Daniel Fitzgerald. ‘Nu we weten hoe onze hersenen reageren op emoties onder invloed van stemmingen, denk aan depressiviteit, kunnen we trainingen ontwikkelen om de emoties te controleren. Bijvoorbeeld met behulp van biofeedback.’
De onderzoekers werkten samen met collega’s neurologen, psychiaters en sociaal psychologen. Ze publiceerden over hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Neuroimage van 1 juni. /Bets Berntsen