Universitair hoofddocenten kunnen promotierecht krijgen: ‘Goede stap, maar we zijn er nog niet’

06 jan 2026

Alle universitair hoofddocenten aan de Radboud Universiteit kunnen vanaf dit voorjaar het promotierecht krijgen. Goed nieuws, vindt Suzanne van de Liefvoort van de Radboud Jonge Akademie, maar ze denkt ook al aan de volgende stap. ‘Waarom geven we het promotierecht ook niet aan alle universitair docenten?’

Een mijlpaal. Zo noemt Suzanne van de Liefvoort de beslissing van de Radboud Universiteit om het promotierecht voortaan toe te kennen aan alle universitair hoofddocenten (UHD’s), op voorwaarde dat ze aan een aantal criteria voldoen. Met het promotierecht – ook bekend onder de Latijnse naam ius promovendi – kunnen wetenschappers de graad van doctor toekennen aan een andere wetenschapper.

Suzanne van de Liefvoort. Foto: RU

Aan de Nijmeegse universiteit was dat recht tot lange tijd voorbehouden aan hoogleraren. Sinds 2017 kunnen UHD’s volgens de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs (WHW) als promotor worden aangewezen, als ze naar oordeel van het college voor promoties over voldoende bekwaamheid beschikken. In de praktijk leidde dit er echter toe dat het ius ongelijk was verdeeld over verschillende faculteiten aan de Nijmeegse universiteit.

Een nieuwe regeling moet daar een einde aan maken. Vanaf april 2026 komen alle UHD’s die minimaal twee promotieprojecten succesvol hebben begeleid én een cursus voor begeleiders hebben gevolgd in aanmerking voor het promotierecht. Sinds afgelopen oktober is er ook een overgangsregeling.

Vieren

Dat is mede te danken aan het lobbywerk van de Radboud Jonge Akademie (RJA) en enkele andere partijen op de campus, zoals het Promovendi Overleg Nijmegen. In 2024 brachten twee leden van de RJA bijvoorbeeld in kaart hoe het ius promovendi aan de Radboud Universiteit is verdeeld. Daaruit bleek onder andere dat alle faculteiten op een andere manier omsprongen met het promotierecht. Met de nieuwe regeling is dat niet langer het geval.

‘Dat het promotierecht niet alleen meer is voorbehouden aan hoogleraren, is iets wat we echt wel mogen vieren’, zegt Van de Liefvoort. Als coördinator van de graduate school aan de letterenfaculteit merkt ze dat het echte werk in de begeleiding van promovendi vaak wordt gedaan door UHD’s en universitair docenten (UD’s), en minder door de hoogleraar die het promotierecht heeft.

Tot die conclusie kwam Van de Liefvoort al bij haar promotie, tien jaar geleden. De dagelijkse begeleiding van haar proefschrift lag voornamelijk in handen van twee medewerkers die toen nog geen promotierecht hadden. ‘Zij verrichtten het meeste werk, terwijl het gebruikelijk is de hoogleraar, hiërarchisch gezien de eindverantwoordelijke, als eerste in het dankwoord te noemen. Dat wringt’, zegt ze.

Overwinning in mineur

Met het promotierecht voor UHD’s is de strijd nog niet gestreden: de insteek van de Radboud Jonge Akademie was altijd om het promotierecht ook toe te kennen aan UD’s met voldoende ervaring in de begeleiding van promovendi. Dat is bijvoorbeeld al het geval aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Een collega in de faculteit noemde dit zelfs een overwinning in mineur. Dat is een mooie beschrijving: we mogen blij zijn met de stap die nu gezet is, maar we zijn er nog niet.’

‘Het is steeds moeilijker om uit te leggen waarom hetzelfde werk op een andere manier wordt beloond’

Ervaring in de begeleiding van promovendi is niet voorbehouden aan hoogleraren, zegt Van de Liefvoort: wie succesvolle trajecten tot aan de verdediging heeft begeleid, verdient volgens haar het vertrouwen om die eindverantwoordelijkheid te dragen, en de erkenning voor dat werk. Ze verwijst naar het programma Erkennen en Waarderen. ‘Dat programma maakt de academische wereld eerlijker. Het is steeds moeilijker om uit te leggen waarom hetzelfde werk op een andere manier wordt beloond.’

Verlichting

Aan de letterenfaculteit, vertelt de graduate school coördinator, werken veel UD’s met ervaring in het begeleiden van promovendi die op dit moment niet als promotor mogen optreden. ‘Terwijl een bijzonder hoogleraar zonder ervaring wel meteen het promotierecht krijgt.’

Van de Liefvoort wil tot slot nog één ding nuanceren. ‘Het is niet zo dat hoogleraren geen goede begeleiders zijn, maar omdat er zo veel aan hen gevraagd wordt, komt er vaak veel werk op de schouders van UD’s en UHD’s terecht. Het promotierecht breder toepassen is dus niet alleen een vorm van erkenning en waardering voor deze medewerkers, het is in zekere zin ook een verlichting van de taken van hoogleraren.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

2 reacties

  1. Herman schreef op 6 januari 2026 om 11:41

    Beetje misleidend verhaal. UHD’s kunnen inderdaad al sinds 2017 promotierecht krijgen. Die regeling gold ook voor de hele universiteit. Enige verschil is dat de criteria in de eerdere regeling wat vager (“een aantal” i.p.v. twee promoties afgerond) en daarmee potentieel ook ruimer toepasbaar waren. De cursus is nieuw. Alhoewel zo’n cursus misschien wel een goed idee is, wordt het er de facto echt niet veel makkelijker (en in sommige gevallen juist moeilijker) op om het ius te bemachtigen.

    • Sanne schreef op 6 januari 2026 om 14:32

      Bij mijn weten was het wel mogelijk om ius promovendi te krijgen, maar geen automatisme voor UHD’s. Dus je moest als UHD aan de eisen voldoen en dan kon je het aanvragen, maar dan kon het alsnog worden afgewezen. En dat kan nu niet meer als je aan de eisen voldoet. Dat is toch wel een aanzienlijk verschil, als ik dat niet verkeerd heb begrepen tenminste.

      Bij onze faculteit was dat aantal succesvol begeleide promoties trouwens uitgewerkt als 3. Dus dat is wel versoepeld.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!