‘We stevenen hard af op een opwarming van drie graden’

21 dec 2018

Klimaatonderhandelaars lukte het tijdens de top in Polen niet om overeenstemming te bereiken om de maximale wereldwijde temperatuurstijging te verlagen tot anderhalve graad. De doelstelling blijft staan op 'minder dan twee graden', tot teleurstelling van Radboud-klimaatexpert Heleen de Coninck. Al blijft er hoop. ‘Gelukkig hangt niet alles af van dit soort akkoorden.’

Afgelopen zaterdag eindigde de klimaattop in het Poolse Katowice. Daar onderhandelden bijna tweehonderd landen over de praktische uitwerking van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. In Polen spraken de landen onder andere regels af over hoe ze hun CO2-uitstoot gaan meten en hoe ze elkaar daaraan gaan houden. Er zijn ‘duizend kleine stapjes’ gemaakt, zei topvoorzitter Michal Kurtyka na afloop tegen de media.

Over grote zaken werd echter geen overeenstemming bereikt, zoals over de handel in de emissierechten van broeikasgassen. Ook lukte het niet om de doelstelling over de maximale temperatuurstijging te verlagen van twee naar anderhalve graad, een wens van veel landen. Die lagere grens zorgt namelijk voor minder klimaatgevolgen én is ook haalbaar, concludeerde VN-klimaatpanel IPCC onlangs.

Klimaatexpert Heleen de Coninck, universitair hoofddocent bij de afdeling Milieukunde (FNWI), was een van de hoofdauteurs van dit IPCC-rapport. Hoe kijkt zij naar de uitkomsten van de klimaattop?

Is het teleurstellend dat er geen grote afspraken zijn gemaakt?

‘Nee, dat verbaast me niet. De klimaatafspraken in Parijs waren echt een big bang. Ik loop intussen al lang genoeg mee om te weten dat dat meestal niet gebeurt bij een klimaattop. Ik had wel een klein beetje hoop dat er afgesproken zou worden om de temperatuurdoelstelling aan te passen naar anderhalve graad, vanwege ons rapport. Een temperatuurstijging die boven die waarde uitkomt zorgt namelijk voor nog meer onomkeerbare klimaatgevolgen. Dan moet je denken aan het afsterven van al het koraal, tien keer zo vaak een ijsvrije noordpool in de zomer, en mogelijk ook kantelpunten in klimaatsystemen, zoals een verandering in de warme Golfstroom. Dat zou voor Nederland grote gevolgen hebben.’

Waarom is het niet gelukt om tot een akkoord te komen hierover?

Heleen de Coninck. Foto: Dick van Aalst

‘Nou, de klimaatmaatregelen die nodig zijn om de temperatuurstijging te beperken hebben veel economische – en daardoor ook politieke – impact. Letterlijk overal, maar met name in olie- en gasexporterende landen. Het is niet voor niets dat die landen juist de dwarsliggers waren in Polen. Rusland, Saoedi-Arabië en Koeweit waren niet blij met de conclusies van ons IPCC-rapport. En de VS natuurlijk, maar daar is het politieke klimaat momenteel gewoon niet gunstig.’

Heeft de top überhaupt wel zin gehad dan?

‘Jazeker. Er zijn nu onder andere duidelijke afspraken gemaakt over hoe landen hun uitstoot gaan rapporteren, dat is echt winst. Dat was vooral bij armere landen namelijk nog niet goed geregeld, met name voor de emissies van broeikasgassen anders dan CO2, zoals methaan en lachgas.’

Maar is de doelstelling van 1,5 graad nog wel haalbaar?

‘Het gaat zeker niet snel genoeg, we stevenen nu hard af op drie graden opwarming. Maar je moet ook realistisch zijn. Je hebt te maken met 195 landen. Die moeten het samen eens zien te worden, terwijl veel landen in de loop der jaren nog wel eens van mening veranderen, bijvoorbeeld vanwege regeringswisselingen.’

Dat stemt niet positief over de toekomst.

‘Gelukkig hangt niet alles wat er op klimaatgebied gebeurt af van dit soort mondiale afspraken. Je ziet nu al dat er bijna geen bank meer te vinden is die nieuwe kolencentrales wil financieren, dat vinden ze veel te risicovol vanwege het steeds lager wordende politieke en maatschappelijke draagvlak. Bovendien zien zij ook dat wind- en vooral zonne-energie op veel plekken kan concurreren met kolencentrales, zoals hier in Zuid-Afrika, waar ik nu op sabbatical ben. Er is dus een alternatief.’

‘Daarbij helpt het ook dat er altijd landen zijn die meer doen dan de rest. Die zorgen voor innovatie, bijvoorbeeld door technieken te ontwikkelen die duurzame energie opwekken, waardoor de kosten vervolgens omlaag gaan.’

Dus er is nog hoop?

‘Jazeker, Ik ben altijd hoopvol! Tegelijkertijd ben ik niet naïef. De huidige realiteit stemt niet per se optimistisch. We kunnen de toekomst veranderen, maar daarvoor is wel verandering nodig in álle hoeken en gaten van de samenleving en in alle landen van de wereld. Daar ligt ook een rol voor universiteiten, daar heb je goed opgeleide mensen voor nodig. Die komen er niet vanzelf, zeker niet in ontwikkelingslanden waar goed onderwijs sowieso al een uitdaging is.’

‘Ik geef je een voorbeeld: van alle verwarmingsexperts in ons land bestaat het leeuwendeel uit monteurs die een gasgestookte cv-ketel kunnen plaatsen. Slechts een klein deel zijn installateurs van warmtepompen of zonneboilers. Daar hebben we er echt veel meer van nodig willen we de shift kunnen maken naar duurzaam verwarmen. De overheid kan hier een veel actievere rol in spelen, bijvoorbeeld door te investeren in bijscholing van installateurs, maar ook het bedrijfsleven moet de noodzaak hiervan inzien.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands