Welters’ weemoedige wereld: Zwart
Ik ben de weg kwijt. Een grote onderwijsklus afronden, twee nieuwe opstarten, wat stages afhandelen, roostertechnische kwesties pareren en een gastcollege voorbereiden. Van alles een beetje, maar niks echt volmondig. De bomen en het bos. In de woorden van de grote 17e eeuwse melancholicus Robert Burton: “for I had a heavy heart, hatchling in my head, a kind of imposthume (abces, rw) in my head, which I was very desirous to be unladen of.”
Gelukkig bliept er dan een mailtje binnen met de mededeling dat ik mijn wachtwoord voor mijn RU-account moet vernieuwen. Minstens één cijfer, één hoofdletter en, jawel, één diakritisch teken erin – en Kees is weer klaar voor een jaar. Al doende zie ik dat via de functie ‘accountgevens’ ook mijn identiteit kan managen. Mooi, als het me niet van binnenuit lukt dan maar van buitenaf. Ter zake. Ik ben vanuit Letteren gedetacheerd bij Natuurwetenschappen. Heb weliswaar daar inmiddels een e-mailadres met de extensie ‘science’ weten te bemachtigen, maar studenten die me via Blackboard met lieve digitale vraagjes over klein leed en stukjes onduidelijkheid bestoken vinden tot hun niet geringe verbazing het illustere achtervoegsel ‘honours’ achter mijn naam. Dit omdat ik in mijn nadagen bij Letteren tijdelijk bij dat prestigieuze academische bijspijkerprogramma ben ondergebracht.
Maar helaas, mijn digi-adres veranderen blijkt niet zomaar mogelijk via mijn RU-account. Daar moet ik vast de een of andere functionaris voor hebben, die daar hopelijk beleid op heeft ontwikkeld. Maar wie? Vanwege reeds aanzwellende woede-aanvallen en de onvermijdelijke Catch-22 situaties laat ik het er a priori maar bij zitten.
A propos die wondere multimediale state of the art digitale leeromgeving die Blackboard heet: twee weken terug kreeg ik een missive met de waarschuwing dat dit systeem voor grijpgrage studentenhandjes zo lek is als de gemiddelde Nederlandse penitentiaire inrichting. Bewaar er vooral geen toetsen in die pas vanaf moment x online mogen. En gebruik ook liever de gradebook-functie niet, dat is een gieter zonder weerga. Moraal: maak ouderwetse papieren tentamens en sla eindcijfers op in je bloedeigen pc.
Grappig overigens om te merken dat zo’n high tech bèta-faculteit als die waaraan ik nu mag verpozen juist zweert bij dat ouderwets piepende schoolbord, met krijt en spons. Want studenten invoeren in de thermodynamica en de laatste stelling van Fermat blijkt een kwestie van hardop denken, ingewikkelde formules op een bord krassen, een vraag stellen met de rug naar het kroost, een door de een of andere brillemans opgemerkte, doelbewust gemaakte fout raar grinnikend uitvegen en weer verder krijten. Dat werk.
Als woordenman hoef ik trouwens niet eens zo’n bord. Wat ik ga doen is de peripateticus uithangen, als een imitatie-Aristoteles met zijn leerlingen door de zuilengalerijen van onze de winterkilte afschuddende universiteit lopen orakelen, halve, maar wel doorleefde waarheden debiteren. De deeltjesdichtheid van het tegengas dat ik ontvang druk ik dan wel uit in een mooi rond punt dat ik in mijn hoofd en hart en wie weet ook nog elders opsla. Wees je tijd vooruit, laat alles bij het oude.