Zomerinterview (3): Hugo van Iersel wil de beste eenpunter ter wereld worden

23 jun 2022

Topsport staat centraal in het leven van bedrijfskundestudent en rolstoelrugbyer Hugo van Iersel. Nadat hij in 2015 een dwarslaesie opliep, bleef hij trainen op het allerhoogste niveau. De Paralympische Spelen zijn het doel. ‘Ik heb besloten dat ik eruit moet halen wat erin zit.’

Hockeyen op het hoogste niveau. Dat was de droom van Hugo van Iersel uit het Brabantse Sint Anthonis. Vanaf zijn veertiende speelde hij al mee met het eerste van Boxmeer, op zijn zeventiende mocht hij aansluiten bij de A1 van NMHC in Nijmegen, op landelijk niveau.

‘Sporten was mijn leven’, blikt de inmiddels 24-jarige bedrijfskundestudent terug op zijn jaren vóór zijn dwarslaesie. ‘Ik denk nog weleens terug aan hoe mijn carrière had kunnen verlopen … Maar het zal toch echt bij één training en een oefenwedstrijd blijven.’

Want zijn droom als professioneel hockeyer valt in één klap in duigen. Als Van Iersel op zeventienjarige leeftijd met vrienden bij een zwemplas aan het voetballen is en achter een bal aan duikt, komt hij verkeerd terecht en breekt hij zijn nek. Het gevolg: hij is voor de rest van zijn leven afhankelijk van een rolstoel.

‘De bal lag in het water en ik nam vanaf de kant een aanloopje’, kijkt hij terug op het noodlottige incident. ‘Het strandje liep wat schuin af dus ik had een behoorlijke vaart. Toen ik tot aan mijn knieën in het water was, dacht ik: nu kan ik duiken. Maar het bleek veel minder diep dan ik had gedacht. Door de vaart die ik had, kwam ik met mijn hoofd eerst op de grond. Dat groef zich als het ware vast in het zand, waarna mijn lichaam eroverheen klapte.’

‘Ik voelde gelijk dat het foute boel was. Met mijn gezicht lag ik naar beneden, onder water, en ik kon een groot deel van mijn lichaam niet meer bewegen. Ik wist dat ik de aandacht van mijn vrienden moest trekken, omdat ik anders zou verdrinken. Het enige wat ik kon doen, was spartelen in de hoop dat iemand me op tijd zou zien.’

Gelukkig zien zijn vrienden hem bijtijds en weten ze hem uit het water te halen, waarna de hulpdiensten massaal arriveren. Wat er daarna precies is gebeurd, weet Van Iersel niet meer. ‘Alles is een beetje een waas. Ook de dagen erna. Ik weet wel dat ik vrij snel te horen kreeg dat ik een dwarslaesie had opgelopen.’

Een dwarslaesie C5/C6 om precies te zijn: een breuk bij de vijfde en zesde wervelkolom in de nek. ‘In het begin kon ik niks. Langzaamaan kwam het een en ander terug: nu kan ik mijn schouders en armen bewegen. Maar ook niet helemaal.’

Foto: Johannes Fiebig

Met enthousiaste bewegingen laat Van Iersel zien hoe mobiel hij nog is. ‘Mijn rechter-triceps doet het bijvoorbeeld niet, links wel. Ook kan ik minder met mijn polsen en vingers. Maar dankzij een operatie waarbij ze spieren en pezen in mijn arm hebben verlegd en aan elkaar hebben gemaakt, kan ik met links nu dingen vastpakken. Met rechts kan ik dat ondanks de verminderde functie wel al aardig.’

Opvallend is de nuchterheid waarmee Van Iersel vertelt over zijn handicap. Regelmatig verschijnt er een lach op zijn gelaat of zet hij zichzelf te kakken. ‘Mijn situatie zal heus niet veranderen als ik zielig ga doen’, zegt hij. ‘Ik heb na het ongeluk meteen besloten dat ik door moest en eruit moest halen wat erin zit.’

‘Die insteek had ik ook tijdens de revalidatie. Die begon in de zomer. In eerdere jaren ging ik in de zomer altijd op hockeykamp.’ Van Iersel begint hardop te lachen. ‘Mensen om je heen die voor je zorgen, lekker eten zonder zelf te hoeven koken, iedere dag sporten: de revalidatie voelde meer als een zomerkamp.’

Fanatisme
Hij ziet zijn handicap meer als een uitdaging dan als een beperking. ‘Als ik alleen thuis ben en ik wil een pak hagelslag uit de kast halen, dan kan ik ook niet om hulp vragen. Dan bedenk ik wel iets met een stok en een haak waarmee ik dat pak uit de kast kan hengelen. Of als ik in bed lig en iets net buiten mijn bereik op het nachtkastje ligt, dan is het ook gewoon hannesen met wat ik heb.’

Die strijdvaardigheid is kenmerkend voor de Brabander: al tijdens zijn revalidatie pakte hij het sporten weer op. ‘Ik pushte mezelf door de oefeningen van de fysio steeds zo goed mogelijk uit te voeren. Na een tijdje deed ik een paar keer mee met de Mavericks (het rolstoelrugbyteam in de Maartenskliniek, red.). Dat beviel goed: de sport is lekker fysiek, ik kon mijn energie kwijt en het was heerlijk om even mijn hoofd leeg te maken.’

'Als ik op het veld sta, wil ik alles geven'

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Rolstoel of niet, rustig sporten bestaat niet voor Van Iersel. Lachend: ‘Je gaat toch niet ergens naartoe om een beetje rustig te sporten? Als ik op het veld sta, wil ik alles geven.’

Dat blijkt in de praktijk ook. Al snel weet Van Iersel zich als jong talent in de kijker te spelen bij het Nederlands rolstoelrugbyteam. Om de week rijdt hij in het weekend met zijn aangepaste bus naar Sporthallen Zuid in Amsterdam, om daar twee dagen met het Nederlands team te trainen. Inmiddels is hij al enkele jaren een vaste waarde in de nationale selectie. Hoeveel interlands hij op zijn naam heeft staan, weet Van Iersel niet precies. ‘Je speelt altijd toernooien met meerdere wedstrijden, daarvan heb ik er een hoop gespeeld. Daarnaast heb ik nog op drie Europese Kampioenschappen gestaan.’

Foto: Johannes Fiebig

Die wedstrijden gaan er hard aan toe. Met hoge snelheden knallen de spelers tegen elkaars rolstoelen aan. Niet zelden komt Van Iersel op de grond terecht. ‘Dat hoort erbij. Het enige wat ik dan wil, is zo snel mogelijk weer overeind staan om verder te kunnen’, zegt hij vastberaden.

Zijn fanatisme blijkt ook bij de Mavericks, waar Van Iersel overal op het veld te vinden is en continu aanwijzingen geeft aan anderen. ‘Het niveau ligt hier natuurlijk veel lager dan in het nationaal team, maar dat is niet erg. Voor mij is het zaak om hier zoveel mogelijk mezelf uit te dagen. Ik sta hier graag tegenover Ruben, die ook bij het Nederlands team speelt. Met hem vecht ik graag onderlinge duels uit.’

Inzicht
Een rolstoelrugbyteam mag in totaal acht punten hebben. Hoe zwaarder iemands handicap, hoe lager die persoon in de punten zit. Omdat Van Iersel door zijn dwarslaesie weinig kan, is hij één punt waard, wat hem een zogeheten eenpunter maakt. ‘Maar ondanks dat lage aantal, kan ik vrij goed bewegen’, zegt hij. ‘Normaal heb je als speler met een laag puntenaantal vooral een dienende rol waarin je anderen probeert vrij te spelen. Maar ik kan ook veel mét de bal: ik heb een goed inzicht en kan een aardige pass geven. Daar ligt mijn kracht.’

Van Iersel hoopt zich de komende jaren verder te kunnen ontwikkelen. De lat heeft hij voor zichzelf in ieder geval hoog gelegd. ‘Met het nationaal team hebben we als doel om naar de Paralympische Spelen van 2024 in Parijs te gaan. Dat gaat lastig worden, want op het laatste EK hebben we helaas slecht gepresteerd, waardoor kwalificatie moeilijk wordt. Maar als we hard werken zou het moeten lukken.’

Foto: Johannes Fiebig

Ook op persoonlijk vlak wil Van Iersel niets minder dan het hoogst haalbare, vertelt hij. ‘Ik wil de beste eenpunter ter wereld worden. Of dat mogelijk is? Natuurlijk. Ik train zes keer per week, waaronder fitness, trainingen met de Mavericks en met het nationaal team. Als ik mezelf blijf uitdagen, moet dat mogelijk zijn.’

‘Maar het ligt ook aan waar je iemand op beoordeelt. Iemand met een andere handicap kan bijvoorbeeld eveneens als eenpunter worden geclassificeerd. Maar als een speler bijvoorbeeld wél zijn torso kan aanspannen – wat ik niet kan – dan is hij wendbaarder én sneller. Ik kan trainen wat ik wil, maar fysiek zal ik daar nooit aan kunnen tippen. Ik moet het écht van het inzicht hebben.’

Verbrande handen
Hoewel het op sportief vlak goed gaat, merkt Van Iersel vaak genoeg dat het leven met een handicap niet altijd even gemakkelijk is. Voorheen was hij afhankelijk van zijn ouders, maar dankzij een grote bus met ingebouwde lift en een ingenieus besturingssysteem kan hij nu zelf van Sint Anthonis naar de universiteit of zijn trainingen rijden.

‘Op de campus en bij de Maartenskliniek kan ik de bus makkelijk kwijt op een invalideplek, maar die zijn niet overal, hoor. Door de grootte van de bus én het feit dat ik ook nog ruimte aan de achterkant nodig heb om erin en eruit te komen, is parkeren een hele opgave.’

De campus kan volgens Van Iersel nog wel wat rolstoelvriendelijker worden gemaakt. ‘Kijk naar de ingang van het Maria Montessorigebouw. Dat is een gloednieuw gebouw, hè? Supermooi en modern, maar de paden naar de ingang lopen schuin naar beneden. Dat is voor iemand in een rolstoel lastig: naar beneden moet je continu remmen. Maar dat kan alleen door je wielen met je handen tegen te houden, waardoor die bijna verbranden. Terug omhoog is nog lastiger. Ik ben vrij fit, maar door het steile pad kost het me alsnog moeite. Iemand die minder fit is, komt misschien helemaal niet omhoog.’

Toch heeft de student verder weinig te klagen. Over het algemeen is het goed geregeld op de universiteit. En veel is hij er toch niet, zegt hij. ‘Tijdens corona is er veel geïnvesteerd in online onderwijs. Dat is voor mij ideaal: dan hoef ik niet helemaal naar de campus te komen, dat kost namelijk veel tijd. Én ik kan colleges terugkijken op een later moment, waardoor ik geen trainingen hoef te missen.’

Een topsportbestaan en continu rekening moeten houden met je handicap: het is geen doorsnee studentenleven voor Van Iersel. Dan verschijnt wéér die lach op zijn gezicht. ‘Maar dat betekent niet dat ik nooit een biertje drink, hoor. Een feestje of een keertje op stap, daar hou ik zeker wel van.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

  1. Huub schreef op 23 juni 2022 om 18:12

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!