Microbioloog Mike Jetten wil na zijn vertrek nooit meer mail: ‘Stuurt u maar een brief’
-
Mike Jetten bij het verpleeghuis. Foto: Johannes Fiebig
Hij leerde de taal, kent het land en werkt er als gastprofessor. Microbioloog Mike Jetten, die afscheid neemt van de Radboud Universiteit, is een nieuw leven begonnen in Zweden. Maar hij blijft nooit langer dan twee weken achter elkaar in Lund. Dan wordt zijn vrouw in het Nijmeegse verpleeghuis onrustig.
Op het terras naast het verpleeghuis leest Mike Jetten (64) Pippi Langkous voor. Het is een verzamelbundel. Taal: Zweeds. Dit boek kocht hij voor zijn vrouw, maar net zo goed voor zichzelf. Zij houdt ervan als hij haar voorleest, hij wilde graag Zweeds leren in verband met zijn nieuwe aanstelling aan de universiteit van Lund. De microbioloog is daar één dag in de week gastprofessor.
Zijn stem klinkt zangerig in het Zweeds. ‘Er zit meer melodie in die taal dan in het Nederlands’, zal hij later thuis uitleggen. Maar hij maakt het voorlezen ook levendig omdat hij Mieke wil vermaken. Af en toe stelt hij haar een vraag over het verhaal, die zij beantwoordt. In het Zweeds.
‘Er zit meer melodie in het Zweeds dan in het Nederlands’
Dat laatste is bijzonder, want de Nederlandse Mieke kreeg zeven jaar geleden een hersenbloeding. Sindsdien is de communicatieadviseur haar levensverhaal kwijt. Toch blijkt ze in staat een nieuwe taal tot zich te nemen.
‘Ze begrijpt bijna alles wat ik zeg’, vertelt Mike Jetten met lichte trots. ‘In het begin moest ik elke zin voor haar vertalen, maar dat hoeft al lang niet meer.’
Jaar van uitersten
Zijn leven veranderde drastisch op 4 maart 2019, de dag dat Mieke met een ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Hij vertelde er eerder over in Vox. Het was coronatijd. Toen ze net in het verpleeghuis woonde, mocht hij niet bij haar op bezoek, kon alleen vanuit de tuin tegen haar praten – iets waar zij niets van snapte. In datzelfde jaar sleepte hij met collega Caroline Slomp een Europese megasubsidie binnen van 7,7 miljoen euro. Voor Mike Jetten was het een jaar van uitersten.
2026 zal ook niet geruisloos in de boeken verdwijnen. Op 1 februari begon hij met zijn nieuwe baan in het zuiden van Zweden, op 29 mei zwaait hij af aan de Radboud Universiteit. ‘Toen ik de laatste keer terug van Lund naar Nijmegen reed, heb ik hardop mijn afscheidsrede geoefend’, vertelt hij. ‘Ik had toch niets anders te doen in de auto.’
Het gezicht van Jetten staat in de lachstand. Maar dat staat het eigenlijk altijd. Of hij nu thuis Zweedse kaneelbollen aanbiedt voor bij de koffie of vertelt over zijn frustraties over het aantal mails dat hij per dag ontvangt: glimlach.
Ik zag Mieke ook lachen toen u net aan het voorlezen was. Hoe weet u wat zij fijn vindt?
‘Door het haar te vragen. Op een gegeven moment kreeg ik door dat ze heel leuk vond als ik haar voorlas. Omdat het een intiem moment is dat je samen deelt. Zo was het vroeger als we de kinderen voorlazen bij het naar bed gaan, en zo is het tussen volwassenen ook. Ik vroeg haar: hoe zou je het vinden als ik Zweedse boeken zou lezen? Dan kan ik oefenen. Vond ze ook leuk, zei ze.
We zijn met de klassieke kinderboeken begonnen. In mijn Pippi Langkousbundel kun je zien hoeveel aantekeningen ik eerst maakte. Dat hoeft nu niet meer. We zijn overgestapt op detectives en hebben een tiendelige serie gelezen die zich afspeelt in Lund, de stad waar ik nu werk.’
Het lijkt erop dat u een nieuw leven bent begonnen. Een Zweeds leven. Hoe kwam dat zo?
‘Zo kun je het wel noemen. Ik ben beter op de hoogte van wat er in Zweden gebeurt dan wat er in Nederland speelt. Ik kijk nog maar heel af en toe naar het journaal hier. Ik heb mijn computer zo geprogrammeerd dat ik Zweeds tegen hem praat en dat ‘ie me verbetert als ik fouten maak.’
Praat de computer ook Zweeds terug?
‘Nee, dat heb ik nog niet. Mijn telefoon kan dat al wel.’
Excuus, we waren bij de vraag hoe dat zo kwam…
‘Ja, daar waren we. Ik werk al sinds 2003 samen met universiteiten in Zweden voor microbiologisch en biogeochemisch onderzoek. We gingen er ook vaak op vakantie. Tijdens een congres wees collega Caroline Slomp me op een nieuwe functie van gastprofessor bij het Lund University Programme for Global Excellence.
Ik was op het juiste moment op de juiste plek, zeg maar. Ik heb contact gezocht. Het scheelde dat ik al Zweeds aan het leren was, ik kon in hun eigen taal met de commissie communiceren.’
Wat houdt de functie in?
‘Het gaat om de leukste dingen van het werk als hoogleraar: jonge, getalenteerde mensen helpen nog beter te worden. Ik geef cursussen en help ze bij het meedingen naar Europese beurzen. Als ze op gesprek mogen, help ik ze hun presentatie tiptop in orde te maken. Ik bereid ze voor op het interview.’
Is de cultuur aan een Zweedse universiteit anders dan aan een Nederlandse?
‘De Zweden zijn minder competitief. Er is een betere balans tussen privé en werk. Dat heeft ook zijn nadelen: er was aan de universiteit van Lund een excellence programme nodig om het vuurtje op te stoken. Toevallig hadden we het bij taalles deze week over het Zweedse begrip ‘lagom’. Dat staat voor niet te heet, niet te koud, maar precies goed. Daaronder valt ook: niet teveel werken en niet te weinig, maar effectief. Dat is heel Zweeds.
Het geldt niet voor alles hoor, want Armand Duplantis werd wereldkampioen polsstokhoogspringen omdat hij gewoon de beste wilde zijn en als de Zweden ijshockey spelen tegen Finland, willen ze absoluut winnen.’

Vijf minuten fietsen
De kaneelbollen die Mike Jetten serveert, zijn zijn favoriete Zweedse gebak. Hij koopt ze elke keer als hij in Scandinavië is bij dezelfde bakker. Met veertig tegelijk. Die stopt hij thuis in de vriezer. Wie op bezoek komt, krijgt er eentje bij de koffie. Even opwarmen in de magnetron en klaar.
In het appartement waar we de smakelijke deegbollen met kardemom opeten, woont hij nog maar negen maanden. Hij verhuisde, terwijl zijn twee studerende zoons in de oude woning achterbleven. ‘Papa gaat het huis uit’, kondigde hij aan. Papa ging dichter bij mama in het verpleeghuis wonen, zodat hij maar vijf minuten hoefde te fietsen om bij haar te zijn, in plaats van een half uur.
Kunnen anammox-bacteriën stroom maken?
Het onderzoek van Mike Jetten richt zich op de methaan- en stikstofcyclus met de anammox bacterie als bijzonderheid. Die komt onder meer voor in kustgebieden en kan ammonium omzetten in stikstofgas zonder daarbij zuurstof te gebruiken. De bacterie wordt ingezet om stikstof te verwijderen uit afvalwater. Het is een energiezuinige en duurzame manier van afvalwaterzuivering.
Bij de omzetting van methaan en ammonium kunnen bacteriën ook elektronen vrijmaken, die kunnen worden gebruikt voor het produceren van elektriciteit. De vraag waar Jetten en zijn collega’s zich nu mee bezig houden is: kunnen we anammox-bacteriën ook verleiden tot het maken van stroom uit afvalwater? Dat blijkt zo te zijn. Het team is nu op zoek naar andere organismen in de natuur die deze reactie misschien nog wel beter kunnen uitvoeren.
Op het eerste huis in Nijmegen-West zat nog maar weinig hypotheek. Als de jongens daar met z’n tweeën bleven wonen, waren ze goedkoper uit dan als ze allebei op kamers gingen, redeneerde Jetten.
Voor zichzelf kocht hij een appartement dat praktisch op de Nijmeegse universiteitscampus ligt. Vanuit zijn raam kijkt hij op het torentje van het Berchmanianum. ‘Als ik internationale gasten heb op de universiteit, neem ik ze vaak mee naar huis om te lunchen’, vertelt hij. ‘Hier kunnen we heerlijk rustig zitten.’
Hij draagt sloffen en heeft zijn bezoek gevraagd dat ook te doen – er ligt een voorraadje hotelpantoffels in de gangkast. De houten vloer is net nieuw, vandaar.
Reist u nu op en neer tussen Nijmegen en Lund?
‘Ik heb daar een aanstelling voor een dag in de week. De Lundse dagen spaar ik op, en dan ga ik meestal om de vier of vijf weken een week naar Zweden. Ik combineer zo’n trip met veldonderzoek in Denemarken. Het ligt niet ver uit elkaar. Maar langer dan twee weken zal ik nooit wegblijven, uit ervaring weet ik dat Mieke dan onrustig wordt.’
Ziet u haar in Nijmegen elke dag?
‘Ja. Meestal lunchen we samen, en vaak ga ik ’s avonds ook nog even bij haar op bezoek. Als ik in het buitenland ben, nemen mijn zoons het over. Voor Mieke haar hersenbloeding kreeg, hadden we het wel eens over hoe we samen oud wilden worden. Samen oud worden doen we nu, al is het op een totaal andere manier dan we ooit hadden kunnen bedenken.
Ik mis de oude Mieke nog elke dag hoor, dat gaat nooit over. Maar het doet niet meer zo’n pijn als zes, zeven jaar geleden. We hebben een routine gevonden, zij is tevreden en bij mij heeft het een plekje gekregen. Maar leuk is anders natuurlijk.’
Hoge werkdruk
Jetten heeft – behalve het Zweedse avontuur – geen grootse plannen voor zijn emeritaat. Misschien ’s ochtends een beetje werken en na het bezoek aan zijn vrouw iets leuks doen. Sporten of ergens naartoe fietsen. ‘Gewoon, rustig aan…’
Vier promovendi heeft hij nog, die zal hij zo goed mogelijk op weg helpen. En het onderzoek dat hij onder meer in Denemarken doet, loopt nog een jaar door. Dat is waar hij met een team die ERC Synergy Grant van 7,7 miljoen voor kreeg in 2019. De biologen, aangevoerd door Nijmegen en Utrecht, bestuderen anaerobe processen in de zeebodem.
Als u terugkijkt op uw carrière, wat waren dan de mooiste jaren?
‘In 2007 werd de ERC, de European Research Council, in het leven geroepen. Ik had er weinig oren naar om een beurs aan te vragen, want ik had het al druk genoeg. Maar de toenmalige decaan zei: “Mike, jij moet echt een aanvraag schrijven.”
‘De toenmalige decaan zei: “Mike, jij moet echt een beursaanvraag schrijven”‘
Ik heb toen twintig dagen de tijd genomen om na te denken over een voorstel. Alleen dat al is zo goed geweest, zelfs als er niets was uitgekomen. Twintig dagen afstand nemen en reflecteren op de vraag wat je de komende vijf jaar wilt gaan doen. Die Advanced Grant kreeg ik een jaar later, ik kon wat ik bedacht had nog gaan uitvoeren ook. Het geeft in de wetenschap rust om voldoende funding te hebben. Als je een goeie onderzoeker op het oog hebt, kun je die gewoon inhuren.
Er volgden meer beurzen. Het waren prachtige, stabiele jaren voor mijn onderzoek. En toen ik eenmaal doorhad hoe het werkte, schreef ik meer aanvragen. Drie tegelijk zelfs, in 2012. Ik dacht, dan haal ik er wel eentje binnen. Ik kreeg ze alle drie, twee Zwaartekrachtsubsidies en nog een Advanced Grant. Dat was wel even aanpoten. Maar het leidt ertoe dat je dan ook extra staf en extra talentvolle mensen aan kunt nemen. Dat is heel erg mooi.’
Het leidt ook tot een hoge werkdruk.
‘Absoluut. Voor de administratie moest ik toen mijn uren gaan bijhouden. O shit, dacht ik, werk ik echt zoveel? Van zestig uur in de week heb ik geprobeerd onder de vijftig te komen. Ik heb in mijn loopbaan helaas heel veel jonge mensen zien omvallen.
Binnen mijn eigen afdeling heb ik altijd geprobeerd een zo gezond mogelijk werkklimaat neer te zetten, maar ook daar gebeurde het. Mensen leggen zichzelf een ambitieniveau op wat bijna onhaalbaar is. En er wordt te veel van ze gevraagd.’
Als u één ding mocht noemen waar de universiteit direct mee moet stoppen om de werkdruk tegen te gaan, wat zou dat dan zijn?
‘E-mail. Mijn grootste wens zou zijn dat e-mail niet meer bestaat. Gewoon helemaal niet meer. Ik probeer zelf echt minder te mailen. Hoe meer berichten je stuurt, hoe meer je terugkrijgt.’
Wat moeten we dan doen? Bellen? Appen?
‘Dat zou al helpen ja, want je telefoon kun je uitzetten. Maar begin eens met het opwerpen van een drempel. Vraag jezelf af voor je gaat mailen: is het echt nodig dat ik mijn collega nu bestook met dit bericht? Op een goeie dag krijg ik minder dan tweehonderd e-mails. Die probeer ik steeds meer automatisch te laten beantwoorden, want een groot deel is van de strekking: mag ik bij jou komen werken?
Ik lees wel alle berichten, dat durf ik nog niet aan AI over te laten, maar ik omarm dus deze nieuwe technologie. AI maakt mijn leven makkelijker. Ik ken de negatieve geluiden dat je AI ook kunt misbruiken voor van alles, maar daar heb ik weinig mee. Dat geldt voor buskruit ook.’
Administratieve ruzies
Hoogleraar Jetten roept al jaren dat de universiteit zuiniger op haar mensen zou moeten zijn. In 2020 zei hij tegen Vox: ‘Laat de Radboud Universiteit de meest zorgzame universiteit van Nederland worden.’ Zelf had hij aan den lijve ondervonden hoe het was om je collega’s in de steek te laten als gevolg van ziekte.
Mieke had net haar hersenbloeding gehad, hij bezat niet de concentratie om fulltime te kunnen werken en schakelde terug naar vijftig procent. Het gevolg was dat zijn afdeling een halve fte kwijt was en geen vervanger mocht inhuren.

Collega’s moesten de gaten dichtlopen, wat hem een akelig gevoel gaf. Zij moesten nu nóg harder werken, terwijl ze al zo druk waren. Hij pleitte voor een solidariteitsafspraak, een soort collectieve verzekering die uitkeert als er iemand uitvalt. Binnen zijn eigen onderzoeksinstituut hadden de hoogleraren dat met elkaar geregeld.
Samen met collega’s wendde hij zich tot het faculteits- en universiteitsbestuur voor een universiteitsbrede variant, maar die kwam er tot zijn teleurstelling nooit.
Zelf was hij tijdens zijn loopbaan een paar jaar vicedecaan van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. Hij vond het interessant om dichtbij het vuur te zitten en probeerde in die rol de omstandigheden voor onderzoek en onderwijs beter te maken, maar besturen was niet echt zijn ding.
‘Ik was met 101 triviale administratieve ruzies bezig. Daar heb ik veel van geleerd, onder meer dat ik er het geduld niet voor heb.’
Het gaat te veel over Oracle-evaluatieformulieren en te weinig over vertrouwen
De universiteit is doorgeschoten in regeltjes en het optuigen van controlemechanismen, vindt hij. Het gaat te veel over Oracle-evaluatieformulieren en te weinig over vertrouwen of menselijkheid.
Laat hem maar in zijn dry suit in de modder staan om sedimentmonsters te nemen. Vervolgens uitzoeken welke bacteriën erin zitten. Liefst met een paar promovendi naast zich.
Op zijn telefoon laat hij foto’s zien van zijn meest recente veldwerk in Denemarken, eerder deze maand. Onder een strakblauwe hemel vaart een onderzoeksbootje. Medebiologen staan op een parkeerplaats met auto’s vol meetapparatuur. ‘Heerlijk’, verzucht hij.
77 promovendi
In zijn veertig werkzame jaren begeleidde hij 77 promovendi. Daarvan komen er meer dan vijftig naar zijn afscheidsrede op 29 mei. De jonkies die nog aan het begin van hun carrière staan, heeft hij al geïnstrueerd met wie ze die dag kunnen netwerken. Niet dat ze anders niet aan een baan komen, want de meesten worden al weggekocht voor ze überhaupt hun diploma hebben, maar toch. ‘Als mijn laatste vier promovendi straks ook klaar zijn, ga ik dat wel missen’, voorspelt hij. ‘Die jonge mensen. Dat is echt het allerleukste.’
Mieke zal er niet bij zijn die dag. Omdat ze er zelf niets aan heeft, en omdat Jetten dan alleen maar oog zou hebben voor hoe het met háár gaat. Daags na het afscheidsfeestje stapt hij weer in de auto naar Lund. ‘Een one way-ticket,’ noemt hij het met een grimas. Symbolisch dan, want hij zal altijd binnen twee weken terugkeren naar zijn vrouw, maar zijn leven aan de Radboud Universiteit ligt dan achter hem.
‘Weet je wat ik ga doen?’ denkt hij hardop. ‘Ik zet de out of office aan op mijn RU-account. Boodschap: dit mailaccount wordt nooit meer gelezen. Als u iets van professor Jetten wilt, dan stuurt u maar een brief.’
De biografie van Mike Jetten
Geboren: Roermond, 1962
Studie: Moleculaire wetenschappen aan de Universiteit van Wageningen, in 1991 promotie (cum laude) aan diezelfde universiteit.
Loopbaan: Verrichtte tot 1994 onderzoek aan het Massachusetts Institute of Technology | Van 1994 tot 2000 verbonden aan de Technische Universiteit Delft | In 2000 benoemd tot hoogleraar Ecologische Microbiologie aan de Radboud Universiteit | Van 2004 tot 2010 directeur van het door hemzelf opgerichte Institute for Water and Wetland Research | 2023: Eredoctoraat TU Delft | 2024: Mike Jetten Award ingesteld voor beste master thesis | 2026: Gast professor te Lund, Zweden.
Beurzen: 2008: ERC Advanced Grant (€ 2,5 miljoen) | 2012: Spinozapremie (€ 2,5 miljoen) | 2013: Zwaartekrachtsubsidie (bijna € 23 miljoen, samen met Soehngen Institute of Anaerobic Microbiology) | 2013: NESSC Zwaartekrachtsubsidie (bijna € 28 miljoen)| 2013: Tweede ERC Advanced Grant (€ 2,5 miljoen) | 2019: ERC Synergy Grant (€ 7,7 miljoen) voor onderzoek naar anaerobe processen in de zeebodem, samen met Universiteit Utrecht.


