Bart Kiemeney overleeft gevreesde rit in de Vogezen

11 jul 2019 ,

Hij moest hard op de pedalen stampen en trekken en duwen aan zijn stuur, maar Bart Kiemeney bracht de gevreesde Vogezenrit tot een goed einde. De hoogleraar rijdt de Tour de France-etappes één dag voor de profrenners om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. ‘Er komen nog zware bergetappes, maar niet zo lomp steil als vandaag.’

Zes uur ’s ochtends. In een ontbijtzaal van een hotel in Mulhouse, een stadje in de Elzas, werkt Bart Kiemeney achtereenvolgens melk met ontbijtgranen, een pot yoghurt en een broodje jam naar binnen. ‘Het is wel proppen hoor’, zegt hij. ‘Ik proef al niet meer wat ik eet. Maar in een rit als vandaag verbrand je duizenden calorieën, die moeten aangevuld worden.’

Markstein

Vandaag staat de eerste bergrit van de Tour op het programma. De amateur-wielrenners moeten zes cols over in de Vogezen. Vooral de slotklim naar La Planche des Belles Filles, een berg van zeven kilometer met op sommige stukken een stijgingspercentage van meer dan de twintig procent, boezemt angst in.

Nadat hij zijn koffer in een van de volgwagens heeft ingeladen, rijdt Kiemeney naar de start. Vanaf daar gaat het meteen omhoog. In de bergen fietst Kiemeney het liefst alleen, om zichzelf niet over de kop te rijden. Tussen de bomen van de Markstein, de eerste klim van de dag, probeert de hoogleraar nog te genieten van de rust en het gefluit van de vogels. ‘Anders heb je er ook niets aan.’

‘Kom op Bart!’ Kiemeney wordt luid aangemoedigd door zijn zus en zwager. Op de terugweg van een vakantie in Spanje volgen ze de hoogleraar een dag. Een avond eerder stonden ze plots voor zijn neus in het restaurant, onaangekondigd, om hem een hart onder de riem te steken. ‘We zijn heel trots op hem’, zegt zijn zus.

De Markstein zit er inmiddels op. Bij een busje van de organisatie neemt Bart een koffie en een banaan, hij propt ook nog wat extra eten in zijn achterzak. ‘Tot nog toe gaat alles volgens plan.’

Kreng

Zeven kilometer verder ligt de top van Le Grand Ballon, met een hoogte van 1.336 meter de hoogste berg van de dag. Van daar stort Kiemeney zich als een gier naar beneden, hij haalt snelheden tot wel tachtig kilometer per uur. De haarspeldbochten snijdt hij scherp aan, maar zonder zichzelf of anderen in gevaar te brengen.

Voor de slotklim ligt nog de korte maar steile Col des Chevrères. Kiemeney, die zichzelf niet als een klimmer maar een kilometervreter typeert, moet hard op de pedalen stampen. ‘Wat een kreng, deze berg’, zucht hij.

In Plancher-les-Mines, aan de voet van La Planche des Belles Filles, staan tientallen campers langs de weg geparkeerd – de berg zelf is al afgesloten voor doorgaand verkeer. Nederlandse, Belgische, Franse, Britse, Deense en Amerikaanse wielerliefhebbers verbroederen er en drinken bier. Sommigen zijn al behoorlijk beschonken, terwijl de échte Tour pas een dag later langskomt.

Alpen en Pyreneeën

Kiemeney rijdt de berg in zijn eigen tempo omhoog. Met meer dan 160 kilometer in de benen rijdt hij niet meer op souplesse, maar op karakter. In de laatste kilometer, waar wegwerkers eerder de dag nog enkele stroken met gravel hadden aangestampt met een pletwals, geeft Bart alles. Onder applaus van andere wielrenners bereikt hij de top.

En zo zit het eerste grote examen in deze Tour er voor de hoogleraar op. Parijs is nog ver, maar Kiemeney kan met vertrouwen toeleven naar de volgende ritten. ‘In de Alpen en de Pyreneeën komen nog heel zware bergetappes, maar die zijn niet zo lomp steil als vandaag. Nu kan mij niets meer gebeuren (lacht).’

Met zijn sportieve prestatie wil Kiemeney geld ophalen voor het Radboud Oncologie Fonds. Na de zesde etappe staat de teller op 19.490 euro. Doneren kan via deze link.

Meer lezen over De Tour van Bart? Bekijk dan ons dossier.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands