Theo Engelen: ‘Dit is geen sleutelroman’

25-04-2018

Met Marathon debuteert hoogleraar historische demografie Theo Engelen met een boek voor volwassenen. Wie in de roman denkt te lezen waarom Engelen in 2015 stopte als rector, heeft het volgens de auteur bij het verkeerde eind. ‘Dit is geen Nijmeegse versie van Onder Professoren.’

Na veertien jeugdboeken is er nu Marathon, de langverwachte roman van hoogleraar, oud-rector en auteur Theo Engelen. In het boek loopt hoofdpersonage Bart de marathon van Dublin om zijn besognes achter zich te laten. Zijn vrouw wil hem verlaten en zijn baas Peter probeert hem met heel wat smerige trucjes buiten te werken.

De voormalige rector magnificus benadrukt dat Peter en Bart niet model staan voor de toenmalige collegevoorzitter Gerard Meijer en hijzelf. In oktober 2015 kondigde Engelen immers na één jaar al zijn vertrek als rector aan. Over de reden van zijn opstappen werd destijds niet gecommuniceerd, wel wemelde het van de geruchten – een van de hardnekkigste betrof botsende karakters in het college van bestuur.

In een interview uit datzelfde jaar liet Engelen al weten dat hij mogelijk een tipje van de sluier zou oplichten in een roman die hij destijds aan het schrijven was, maar dat ontkent hij vandaag. ‘Ik kan niemand weerhouden om dingen te herkennen in dit boek’, zegt Engelen, ‘maar dit verhaal is fictie.’

In Marathon verschijnt de getergde Bart zonder veel training aan de start van de 42,195 kilometer lange loopwedstrijd van Dublin. ‘En dan wordt het gauw een helletocht’, zegt Engelen die eveneens zijn marathondebuut maakte in Dublin, weliswaar beter voorbereid dan Bart. ‘Als je 67 bent, moet je op sportief gebied geen al te gekke dingen doen zonder een goede training en een medische check-up.’

Wat is er toch zo bijzonder aan het lopen van een marathon?

‘Dat vraag ik me na driekwart van de wedstrijd ook altijd af (lacht). Uiteindelijk wil je je bewijzen: een moeilijke opdracht uitvoeren, laten zien wat je in je mars hebt. Eerlijk gezegd denk ik ook niet dat het gezond is. Mijn voorkeur gaat uit naar halve marathons, die kan je op je gemak uitlopen.’

Hoofdpersonage Bart noemt de marathon ‘een test die enkel door de sterkeren kan worden gehaald’.

‘Ik denk dat dat klopt. Wie een marathon loopt, wil aantonen dat hij of zij karakter heeft en tegen een stootje kan. Ik vergelijk het graag met het schrijven van een proefschrift. Vier jaar wijden aan één onderwerp vergt een bepaalde veerkracht. Dat is het soort karakter dat je nodig hebt om de marathon te lopen. Doorzetten, ook als het even tegenzit en moeilijk is.’

Theo Engelen tijdens de halve marathon van Londen.

Bart voert tijdens de marathon veel gesprekken met mensen rondom hem. Gebeurt dat wel vaker?

‘Het verbaasde me in Dublin dat mensen tijdens het lopen gesprekken voeren met wildvreemden. Binus, de praatgrage marathonloper uit het boek, bestaat echt. “Houden jullie nog van elkaar?”, vroeg hij aan een Amerikaans echtpaar dat de marathon samen liep. Zelf praat ik niet veel tijdens wedstrijden, ik heb al mijn adem nodig om te lopen.’

‘Er heerst een grote solidariteit onder marathonlopers’

‘Door de bank genomen zijn marathonlopers rustige, sociale mensen die hetzelfde doel nastreven. Als er tijdens een marathon iemand valt of andere problemen heeft, wordt die persoon altijd geholpen. Wie het moeilijk heeft, wordt bemoedigend toegesproken. Er heerst een grote solidariteit onder marathonlopers.’

Bart loopt de marathon om de problemen in zijn relatie en op zijn werk te vergeten. Is lopen een vorm van therapie?

Sporten is de beste manier om je hoofd leeg te maken. Na drukke werkdagen ga ik een uurtje hardlopen. Als ik onder de douche vandaan kom, ben ik weer helemaal fit.’

De manier waarop Peter Bart op het werk probeert buiten te werken is niet bepaald fraai. Hij verspreidt onder andere de roddel dat Bart een affaire zou hebben met zijn secretaresse. Zou zoiets ook in het echte leven kunnen gebeuren?

‘Weet je, dit is een roman. Maar dit zou in het echte leven zomaar kunnen gebeuren. Natuurlijk zijn er situaties waarbij mensen zoals Peter de macht misbruiken om dingen voor elkaar te krijgen.’

Ook aan de universiteit?

‘Nou, in principe geloof ik dat aan een universiteit alleen maar beschaafde academici werken, dus ik denk niet dat het zich daar zou voordoen. Als het wel zou gebeuren, dan is de persoon die zijn macht verkeerd probeert uit te oefenen daar niet op zijn plek.’

Toen u stopte als rector deden er veel geruchten de ronde over uw reden van aftreden. In een interview uit 2015 in Vox vertelde u dat u mogelijk een tipje van de sluier zou oplichten in de roman die u destijds aan het schrijven was: dit boek.

‘Neen, dit is fictie. Kijk, ik kan niemand weerhouden om in dit boek dingen te lezen of te willen herkennen, maar dit verhaal is fictie.’

Mensen zouden in de verhouding tussen Peter en Bart gemakkelijk de relatie tussen de toenmalige voorzitter Gerard Meijer en u kunnen herkennen.

‘Nou ja, nogmaals: er zullen vast mensen zijn die dat doen. Maar dat is ten onrechte, want het boek is fictie.’

‘Het zal duidelijk zijn: ik ben opgestapt omdat de chemie binnen het college niet optimaal was’

‘Het zal duidelijk zijn: ik ben opgestapt omdat de chemie binnen dat college niet optimaal was. Maar dat is toch heel anders dan wat er in dit boek geschetst wordt.’

Bent u ook niet met hetzelfde ethisch dilemma als Bart geconfronteerd? Ofwel veel geld krijgen en weggaan maar zwijgen, ofwel blijven en vechten tegen het onrecht.

‘Ik heb niet veel geld gekregen, dus dat is sowieso niet aan de orde. Aan de top van een universiteit moet een team staan dat goed onderling kan samenwerken, dat is in het belang van de universiteit. Als je daar deel van uitmaakt, zit je daar niet voor je eigen wel en wee, maar voor de goede zaak: de universiteit. Als je besluit weg te gaan, dan geldt hetzelfde. Dat zwijgen is ook een kwestie van te zeggen: ik ben niet belangrijk, het gaat om de universiteit.’

‘De universiteit moet goed bestuurd worden op een manier die verantwoord is. Alles wat ik over mijn vertrek zou zeggen, is te veel. Er gingen allerlei verhalen rond waarvan ik dacht: het is goed, verzin het maar, maar ik houd mijn mond want daar is niemand mee gediend.’

Maar begrijpt u dat deze vragen opkomen tijdens het lezen van dit boek?

‘Tuurlijk. Ik heb me tijdens het schrijven van dit boek gerealiseerd dat mensen daar weer van alles achter zouden zoeken. Ik kan alleen maar zeggen: wat ik geschreven heb, is fictie.’

Dit is dus geen Nijmeegse versie van Onder Professoren?

‘Dit is geen sleutelroman, neen.’

Bent u alweer bezig aan een volgend boek?

‘Tijdens de Vierdaagse verschijnt er bij een lokale uitgever altijd een crimi. Aangezien ik niet deelneem aan de Vierdaagse maar wel aan de Zevenheuvelenloop, vond ik dat er ook een Zevenheuvelenthriller moest komen. Dat beschouw ik als een leuke bezigheid. Tegelijk werk ik aan een meer serieuze roman die zich afspeelt op een katholieke middelbare school in de jaren zestig. Ik vertel het verhaal vanuit het perspectief van de conciërge van de school. Toen ik onlangs De Trooster van Esther Gerritsen las, schrok ik wel even: ook dat verhaal wordt verteld vanuit de conciërge of klusjesman.’

Waar vindt u eigenlijk de tijd om al die boeken te schrijven?

‘Ik gebruik mijn tijd efficiënt. Vroeger besteedde ik mijn avonden en weekends altijd aan mijn werk: wetenschap, colleges voorbereiden, onderzoek. Tegenwoordig wijd ik me overdag aan de wetenschap en schrijf ik ’s avonds en in het weekend. Ik ben niet iemand die last heeft van een writer’s block. Ik weet altijd precies hoe ik verder moet. Als ik ga zitten, ga ik meteen weer aan het schrijven. Dat is maar goed ook, want op 1 oktober ga ik na 42 jaar aan deze universiteit met emeritaat en krijg ik veel tijd voor het schrijven van fictie.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands