Werken als arts (en reservist) in Afghanistan: militairen krijgen voorrang boven burgers
-
Foto: Edward Tan
Edward Tan is traumachirurg en reservist. Hij werd verschillende keren uitgezonden naar Afghanistan. Vanuit het Radboudumc bereidt hij nu collega’s voor op iets wat hij zelf al van dichtbij zag: een wereld in crisis.
Traumachirurg Edward Tan (54) draagt dagelijks een witte jas, maar heeft thuis op zolder ook een groen uniform hangen. Dat moet hij snel aan kunnen trekken als hij op uitzending gaat naar een land in oorlog.
De laatste keer dat dat gebeurde is ruim tien jaar geleden; hij heeft vijf uitzendingen op zijn naam staan. ‘Mijn eerste missie was naar Uruzgan, Afghanistan’, vertelt hij in het restaurant van het Radboudumc. ‘Vooral in het begin moest ik bijna dag en nacht opereren. Het was ontzettend druk, ik was in Kamp Holland de enige chirurg.’
Nieuw magazine
Dit artikel komt uit het nieuwe Vox-magazine, een special over Defensie. Hoe moet de Radboud Universiteit omgaan met Defensie? Welke samenwerkingen zijn er – en hoe ethisch is het hebben van banden met Defensie in tijden van oorlog? Je kunt het nieuwe magazine ook lezen via deze link.
Werken, eten, sporten, slapen. Drie maanden lang was dat zijn ritme. Hij hoefde geen enkele avond te koken of na te denken over welke kleding hij eens aan zou doen. Kamp Holland was een militaire basis met ongeveer 1200 Nederlandse en 400 Australische militairen. Hun opdracht: de veiligheid bewaken in een regio waar de Taliban onrust veroorzaakte. Het chirurgisch team mocht het kamp niet verlaten.
Militair in deeltijd
Tan was er niet als beroepsmilitair, maar als reservist – een militair in deeltijd. Hij werd gevraagd voor die functie toen hij in 2006 net klaar was met zijn opleiding en een baan kreeg in het Radboudumc. Defensie werkte – en werkt – samen met het Nijmeegse ziekenhuis (zie kader onderaan). In crisistijd konden artsen die tevens reservist waren op verzoek van de krijgsmacht worden uitgezonden. De chirurg kreeg een spoedcursus van acht weken bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Daar leerde hij marcheren, schieten, rennen met een schermvest en een helm en het onderscheiden van de verschillende rangen in het leger.
Jaarlijks moet hij terug om zijn basisvaardigheden te onderhouden. In Kamp Holland stond een ziekenhuis, gebouwd van containers. Klein, sober, functioneel. De taak van een chirurgisch team is in eerste instantie het leven van een patiënt te redden. Maar in een conflictsetting kan alleen het hoogstnoodzakelijke gedaan worden. Patiënten worden zo behandeld dat ze bij voorkeur in het gebied kunnen blijven. Als dat niet gaat, worden ze gestabiliseerd en zo snel mogelijk gerepatrieerd. Er was een bescheiden intensive care met twee bedden.
‘Jouw primaire missie als arts is dat je er bent voor de militairen en niet voor de gezondheidszorg in Afghanistan’
‘Een ziekenhuis in een militair kamp is feitelijk alleen bedoeld voor mensen die betrokken zijn bij oorlogshandelingen’, zegt Tan. ‘In ons geval waren dat militairen van onder meer Amerikaanse, Britse, Canadese en Australische origine. Maar ook Afghaanse troepen, die met ons samenwerkten. En als een burgervoertuig op een bermbom rijdt in een oorlogszone, mogen die slachtoffers ook in ons systeem behandeld worden.’

Maar de regel is: militairen krijgen altijd voorrang boven burgers. Van een chirurg vraagt dat het vermogen om snel te kiezen. Zonder aarzeling. ‘We hadden natuurlijk een gelimiteerde hoeveelheid bloed. Die kun je niet allemaal aan één patiënt geven, je moet prioriteiten stellen. Jouw primaire missie als arts is dat je er bent voor de ISAF-militairen (ISAF staat voor International Security Assistance Force, red.) en niet voor de gezondheidszorg in Afghanistan. Stel dat je een burger krijgt die dialysebehoeftig wordt, dan moet je die op een gegeven moment afstoten naar het lokale gezondheidszorgsysteem. Als daar de apparatuur ontbreekt, betekent dat dat die patiënt komt te overlijden.’
Slachtoffer van een explosie
Een arts op uitzending leert snel. De medische middelen zijn beperkt, improviseren is aan de orde van de dag. Tan vertelt hoe een chirurg in een gewoon ziekenhuis altijd collega’s tot zijn beschikking heeft om in moeilijke situaties mee te overleggen, maar die zijn er niet in een militair kamp. Ook de aard van het letsel is anders dan op de Nederlandse spoedeisende hulp. Veel patiënten zijn slachtoffer geworden van een explosie. Ze hebben scherven in hun lijf of zijn ernstig verminkt.
Militairen die overlijden, worden opgenomen in het mortuarium van het kamp. Een militair mortuariummedewerker doet er zijn uiterste best het slachtoffer zo mooi mogelijk op te baren. ‘Het heeft veel impact als iemand uit het kamp is overleden. Dat kan iemand zijn in hetzelfde uniform als jij die je bij wijze van spreken een dag eerder nog in de kantine hebt gezien.’
Gezin met kinderen
Tan ging in zes jaar tijd vijf keer naar het buitenland. Tegenwoordig werken in het Radboudumc ook beroepsmilitairen die traumachirurg zijn. Zij zijn in dienst van Defensie en worden als eerste op missie gestuurd wanneer ergens een crisis is, wat betekent dat op Tan niet zo snel meer een beroep wordt gedaan. ‘Het voordeel van reservist zijn, is dat je ook nee kan zeggen. Ben je beroeps, dan moet je echt direct je spullen pakken en vertrekken.’ Voor wie een gezin met kinderen heeft – zoals Tan – is dat niet altijd even wenselijk.
Zijn laatste missie was op zee. Drie maanden voer hij mee op de Zr. Ms. Johan de Witt van de Nederlandse marine. Het schip patrouilleerde voor de kust van Somalië om scheepvaartroutes te beveiligen tegen piraten. Deze uitzending was een stuk minder spannend, vertelt hij.

‘In drie maanden tijd heb ik één blindedarmoperatie gedaan.’ De reden dat er altijd een chirurgisch team aanwezig moet zijn, is dat er schermutselingen kunnen ontstaan tussen zeerovers en de marine. ‘Dan moet je meteen kunnen ingrijpen. Je staat stand-by, een beetje als de brandweer.’
Werktechnisch was er voor hem dus weinig te doen, maar hij zag wel een boel van Afrika. Het schip meerde regelmatig aan in een haven, en dan mocht hij van boord. ‘We zijn op de Seychellen geweest, heel bijzonder. De kust van Somalië is bovendien heel mooi, er zitten veel dolfijnen en walvissen.’
Crisismanagement
Na de periode van uitzendingen werd Edward Tan hoofd van de Spoedeisende Hulp van het Radboudumc. Nu houdt hij zich nog steeds bezig met crises, maar dan vanuit het ziekenhuis. Als ‘medisch regisseur disaster prepareness’ in het crisismanagementteam is hij verantwoordelijk voor de opleiding en training van collega’s en bereidt hij hen voor op onvoorziene situaties. Dat kan een plotselinge stroom patiënten zijn – ‘als er een bus de Waal in rijdt’ – of een langdurige afwijkende situatie, zoals de corona-epidemie van een paar jaar geleden. ‘In zo’n geval moeten er andere keuzes gemaakt worden, dan kunnen we bijvoorbeeld besluiten dat niet-spoedeisende ingrepen even niet meer worden gedaan.’
Het crisismanagementteam denkt ook na over oorlog. Hoe lang kan het ziekenhuis zichzelf redden als de stroom en het water uitvallen? Het Radboudumc heeft een eigen watervoorraad voor noodgevallen, maar wat als die op is? En wat als er geen diesel meer is voor de noodaggregaat? Deze vraagstukken vallen onder de noemer ‘weerbare zorg’. Net als burgers door de overheid worden voorbereid om zich 72 uur zelf te redden, geldt dat ook voor ziekenhuizen. Door zijn ervaring in oorlogsgebied weet de man met de witte én groene jas wat er op het spel staat.
Relaties met ziekenhuizen
Het Radboudumc is een van de veertien ziekenhuizen waar Defensie mee samenwerkt, dat zijn de zogeheten relatieziekenhuizen. Het Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR) is verantwoordelijk voor het opleiden, voorbereiden en beschikbaar stellen van chirurgische teams voor militaire inzet. Dergelijke teams bestaan onder meer uit chirurgen, anesthesiologen en operatieassistenten. Zij werken in gewone ziekenhuizen op de momenten dat ze niet nodig zijn voor de krijgsmacht. Het IDR traint ook de zorgprofessionals die geen beroepsmilitair zijn, maar reservist – zoals traumachirurg Edward Tan. Een beroepsmilitair die tevens arts is, heeft de rang kolonel, een reservist medisch specialist mag zich luitenant-kolonel noemen. Het Radboudumc verzorgt ook cursussen voor chirurgische teams die kunnen worden uitgezonden. In een jaarlijkse, tweedaagse training leren ze hoe ze beslissingen kunnen nemen in crisissituaties en oefenen met ernstige trauma’s.
