Alexandra van Huffelen: ‘We hebben deze strategie niet geformuleerd om vervolgens in een la te leggen’
-
Alexandra van Huffelen. Foto: Dick van Aalst
Het maken van de nieuwe Radboud-strategie was voor Alexandra van Huffelen een 'fijne eerste opdracht'. Die strategie is nu klaar en moet zijn stempel drukken op toekomstig onderzoek, onderwijs en campusbeleid. Tegelijk is de wind in politiek Den Haag gedraaid, maar bezuinigingen blijven nodig, zegt de collegevoorzitter in een interview.
Die anderhalf miljard euro aan onderwijsbezuinigingen worden geschrapt door het nieuwe kabinet. Daarin heeft collegevoorzitter Alexandra van Huffelen alle vertrouwen. ‘Als er een akkoord is dat aangeeft dat het de bedoeling is om bezuinigingen terug te draaien, dan moet dat ook gaan gebeuren. Hoe dan precies is natuurlijk nog wel van belang. Want het akkoord gaat over de onderwijsbezuiniging in het algemeen, dus niet alleen over het hoger onderwijs. De discussie voor de komende tijd zal gaan over hoe dat eruit gaat zien, en wat dat vervolgens betekent voor onze financiële situatie.’
Terugdraaien betekent niet automatisch dat de bezuinigingen aan de Radboud Universiteit van tafel gaan, vertelde de nieuwe vicevoorzitter ad interim, Marcel Wintels, in een eerder interview aan Vox.
Van Huffelen beaamt dat: ‘Financieel gezien hebben wij nog twee andere onderwerpen die spelen. Allereerst het landelijk dalend aantal studenten, ook in onze regio. Onze financiering is onder andere daarop gebaseerd. In de nieuwe strategie zeggen we daarom heel duidelijk dat we willen dat de omvang van onze studentenpopulatie op niveau blijft. Voor een deel door aantrekkelijke opleidingen te verzorgen, zodat mensen hier graag willen komen studeren. Maar ook door aantrekkelijk te zijn voor internationale studenten.’
Korte lijntjes
‘Verder zijn de kosten (energie, inflatie en hogere salarissen, red.) in de afgelopen jaren erg gestegen. De actuele problematiek in het Midden-Oosten kan daarop mogelijk een extra effect hebben. Dus, zoals de Engelsen zeggen: we are not out of the woods yet.’
Als het nieuwe kabinet inderdaad die bezuinigingen terugdraait, wat betekent dat dan wél voor de universiteit?
‘Het positieve effect zit dan vooral in extra middelen voor onderwijs en onderzoek. De discussie die er was, en waar we ook de rechtszaak voor hebben aangespannen, ging over het aantrekken van jonge wetenschappers om onderzoek te doen. Dat geld was er opeens niet meer, dus die mensen konden we niet aantrekken, of we konden hun contracten niet verlengen. Ik hoop vooral dat dat weer terugkomt.’
U bent naast collegevoorzitter ook partijvoorzitter van D66. De grootste partij in ons land, die bovendien de nieuwe onderwijsminister Rianne Letschert levert. Is er een voordeel voor de Radboud Universiteit dat u elkaar kent?
‘Nou dat is altijd fijn, maar ook alle andere universiteiten hebben hele korte lijntjes met haar, want Rianne Letschert zat als voorzitter van de Universiteit van Maastricht in de appgroep van bestuurders van universiteiten. En ik mag hopen dat zij alle universiteiten in Nederland verder helpt.’
Onlangs presenteerde de universiteit haar nieuwe strategie ‘Connected for Impact’. Universiteiten zijn verplicht om iedere zes jaar zo’n instellingsplan te maken. Ervaart het College van Bestuur dat ook als iets wat nou eenmaal moet?
‘Ik vond het juist heel fijn dat het maken van een nieuwe strategie mijn eerste opdracht was toen ik vorig jaar startte. Want het was ontzettend nodig. We werden en worden geconfronteerd met een groot aantal ontwikkelingen, variërend van dalende inkomsten tot mensen die steeds minder waarde aan wetenschap hechten. En ook technologische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld AI, die grote invloed zullen hebben op hoe we hier onderwijs geven en onderzoek doen.’
Waar hoopt u op? Hoe zal de Radboud Universiteit er over zes jaar uitzien?
‘Het is onze opdracht om onze prachtige universiteit verder te laten groeien en bloeien. Daarvoor is het van belang dat onze strategische ambities ook worden waargemaakt. Ik hoop bijvoorbeeld dat we in staat zijn om het aantal studenten minimaal op die 25 duizend te houden. Een mooie mix van mensen uit Nederland, maar ook vanuit het buitenland. En ook dat het lukt om het interfacultaire onderwijs makkelijker in te richten. Zodat het voor studenten eenvoudiger wordt om ook vakken bij andere faculteiten te volgen.’

‘Verder willen we heel graag dat de campus een nog levendiger plek wordt. Een plek waar studenten wonen – we zetten flink in op studentenhuisvesting op de campus – en waar je de hele dag door dingen kunt doen. Niet alleen sporten, zoals nu al goed kan, maar een plek waar je ook veel meer culturele en debat-activiteiten hebt, waar je met je bandje kan oefenen, waar mensen uit de buurt een hapje komen eten in de Refter, waar er misschien een tweedehands kledingwinkel is en waar de kroeg niet om zes uur dicht gaat.’
‘Ik hoop dat we in staat zijn om het aantal studenten minimaal op die 25 duizend te houden’
‘Onze universiteit als een plek van ontmoeting tussen studenten, medewerkers, partners en bezoekers. Ik hoop dat onze universiteit daarnaast een duidelijker gezicht krijgt en veel meer gaat samenwerken met organisaties in onze regio.’
De inzet om te ‘excelleren op thema’s’ is een opvallende keuze in de nieuwe strategie, hoe is die tot stand gekomen?
‘Voor ik daar antwoord op geef wil ik benadrukken dat we zijn begonnen met de vraag: wat zijn onze wortels? Wat zijn wij voor instelling? Waar komen we vandaan, waar zijn we voor opgericht en wat nemen we daarvan mee?’
Profileren
‘De emancipatiegedachte bijvoorbeeld, dat dit een plek is waar je je welkom kunt voelen en ontwikkelen, ook als je niet al de zoveelste generatie student in jouw familie bent. Je komt hier niet alleen maar een papiertje halen, maar hebt daadwerkelijk de ruimte om je breed te ontwikkelen. Ook op het gebied van kunst, cultuur en debat, of door vakken buiten de eigen opleiding om te volgen.’
Connected for Impact
De nieuwe strategie is gebaseerd op vijf ‘strategische ambities’. Eén van die ambities is dat de Radboud Universiteit een brede universiteit is, een andere dat zij excelleert op vijf themagebieden. Dat zijn: de werking van het brein; waardengedreven AI en digitalisering; fundamenten van ruimte en materie; duurzame gezondheid; en ongelijkheid en emancipatie.
De overige drie ambities stellen dat de Radboud Universiteit een ‘katalysator voor de regio’ is, een ‘verbindende gemeenschap’ en als organisatie ‘wendbaar en weerbaar’. Dan is er nog een zogenaamde rode draad die door de strategie heen loopt, namelijk: ‘Hoe we ons verhouden tot AI en onze ambitie op duurzaamheid’.
‘We hechten ook veel belang aan het idee van de campus als community van mensen die hier werken, studeren en onderzoek doen. En daarom staat in de eerste ambitie van de strategie ook heel duidelijk dat we juist ook op het gebied van onderwijs die brede universiteit willen blijven. We geloven in de waarde van verschillende disciplines en willen er tegelijkertijd aan bouwen dat we tussen die disciplines meer gaan samenwerken. Door interfacultair onderwijs en onderzoek te organiseren.’
Op themagebieden inzetten is een opvallende keuze als de Radboud Universiteit een brede universiteit wil zijn. Waarom is daarvoor gekozen?
‘Ten eerste om duidelijk te maken aan de wereld waarvoor je bij de Radboud Universiteit moet zijn. Wat voor soort onderscheidend onderzoek en onderwijs doen we hier nou precies? Wat zijn de thema’s waarin we ons verder willen bekwamen? Maar ook om te kijken of we met die inzet op thema’s de samenwerking tussen wetenschappers en binnen het onderwijs kunnen vergemakkelijken.’
Wie hebben die thema’s gekozen?
‘Die zijn gekozen door de decanen en vice-decanen, dus de mensen uit de wetenschap zelf. Onze rector was daar uiteraard ook bij betrokken. En later ook andere wetenschappers. Het zijn onderwerpen waarvan we denken dat ze belangrijk zijn om ons verder in te bekwamen en op te profileren.’
‘Maar het zijn ook onderwerpen waar we al een sterke basis in hebben. Denk aan het thema ‘fundamenten van ruimte en materie’, we hebben natuurlijk al een hele sterke bètafaculteit. Of ‘waardengedreven AI’, ook een interfacultair onderwerp waar we heel sterk in zijn.’
‘Al die belastingbetalers die het ons mogelijk maken ons werk te doen, willen natuurlijk ook iets begrijpen van wat we vervolgens met dat geld doen’
‘Maatschappelijke impact is ook een belangrijke reden om te werken met thema’s. Binnen het thema ‘gelijkheid en emancipatie’ denk ik dan bijvoorbeeld aan armoede. We weten dat de gemeente Nijmegen het interessant vindt om met ons te praten over hoe je de verschillende facetten van de armoedeproblematiek kunt aanpakken. Welke wetenschappelijke kennis kun je daarvoor inzetten?’
Wat betekent de focus op themagebieden voor wetenschappers die onderzoek doen naar onderwerpen met maar weinig tot geen raakvlakken met de gekozen thema’s?
‘Tegen wetenschappers die denken “ik pas eigenlijk niet in zo’n hokje, dan doe ik er zeker niet zo toe?” vind ik het heel belangrijk om te zeggen: dat is volstrekt niet waar. De kern van die brede universiteit is vooral een brede waaier aan sterke expertises en daarvoor is het juist belangrijk dat we ervoor zorgen dat iedereen onderzoek kan doen naar datgene wat hij of zij relevant en interessant vindt.’

‘We willen daarom ook zogenaamde hotspots creëren. Dus als jij met een aantal mensen een onderwerp hebt waar je je verder in wil bekwamen, in samenwerking met anderen, dan kan dat. En zo’n hotspot kan misschien weer uitgroeien tot een nieuw thema.’
‘De gekozen themagebieden staan niet voor honderd jaar vast, die zullen we blijven evalueren. Er kan er ook eentje verdwijnen, als wij dat met zijn allen niet meer zo interessant vinden.’
Hoe werkt dat in de praktijk, bijvoorbeeld qua financiering? Hebben die vijf themagebieden prioriteit en moeten anderen meer hun best doen om geld te krijgen voor onderzoek?
‘Het idee is juist niet om daar een soort financieel instrumentarium achter te zetten. We willen dat mensen inhoudelijk makkelijker met elkaar kunnen samenwerken, – met andere universiteiten en met ander typen kennisinstellingen – en dat ze door betere proposities te maken meer financiering kunnen krijgen. En dan bedoel ik niet financiering vanuit de universiteit, maar bijvoorbeeld van de NWO of in Europees verband, of door samen te werken met maatschappelijke organisaties en bedrijven. Want het zijn allemaal onderwerpen waarvan wij zien dat die door subsidiegevers en financiers, nationaal en internationaal, gezien worden als belangrijke en interessante thema’s.’
Wat betekent dat concreet?
‘Het zou kunnen dat je zegt: we geven mensen een plek waar ze makkelijker bij elkaar kunnen komen en onder leiding van een energieke trekker van daaruit verder groeien. We willen het voor mensen die dat willen mogelijk maken om zich op deze thema’s meer te profileren. Daarnaast willen we natuurlijk iedereen die geweldig onderzoek doet blijven faciliteren.’
‘Het profileren op thema’s is overigens niet een model dat nergens bestaat. De Universiteit van Utrecht doet dit bijvoorbeeld ook. En ze hebben gezien dat dit hen helpt, bijvoorbeeld op het gebied van impact maken. Dat bedrijven, maatschappelijke instellingen of overheden naar de universiteit toe komen als een plek waarvan ze weten dat er mensen zijn die over bepaalde onderwerpen nadenken en daarin misschien wat voor hen kunnen betekenen.’
Maar wordt het dan voor onderzoekers die met heel andere thema’s bezig zijn uiteindelijk toch niet lastiger om zichzelf te profileren en om misschien ook financiering te vinden?
‘Dat hoop ik niet. De thema’s zijn sowieso vrij breed, dus ik denk dat veel van onze onderzoekers daar ook gebruik van kunnen maken. Maar het is niet zo dat als je onderzoek doet op een heel ander terrein, dat je dan niet gezien wordt. Alle wetenschappers willen wij de kansen geven om zich naar hun beste vermogen te laten zien.’

‘Tegelijkertijd weten we ook dat het voor veel mensen onduidelijk was wat de Radboud Universiteit eigenlijk voor universiteit is. Dus wat voor onderzoek doen die? Waar profileren die zich op? Waar zijn ze goed in? Voor mijzelf was dat voordat ik hier kwam werken ook onduidelijk.’
‘Ik vind het heel belangrijk om de stap naar de maatschappij te maken en te laten zien wat de waarde van wetenschap is. Want al die belastingbetalers die het ons mogelijk maken om ons werk te doen, willen natuurlijk ook iets begrijpen van wat we vervolgens met dat geld doen. Profilering helpt om die bijdrage beter zichtbaar en begrijpelijk te maken.’
‘In de nieuwe strategie maken we daarom de keuze om meer te investeren in impact. Dus veel meer samenwerken met bedrijven en organisaties om ons heen. En uiteraard doen we dat volgens onze wetenschappelijke standaarden. Dus we gaan geen onderzoek doen waarbij iemand anders bepaalt wat de uitkomsten zijn.’
Hoe kan zo’n samenwerking er uitzien?
‘Denk bijvoorbeeld aan de Semicon-industrie, de halfgeleiderindustrie met bedrijven als Nexperia, die hier in de regio gevestigd zijn. Die willen zich de komende tijd gaan verdubbelen, ook gesteund door de gemeente. Wij kunnen wetenschappelijk gezien bijdragen leveren aan bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe chips die heel veel energiezuiniger zijn, of kijken hoe we de toepassingen daarvan veel verantwoorder kunnen maken.’
Dashboards
In de strategietekst staat dat ‘dashboards met de belangrijkste resultaatindicatoren’ inzicht moeten gaan geven of de doelen behaald worden. Woorden waar hoogleraar Marc van Oostendorp een kritische column over schreef. Wat bedoelt u daarmee?
‘We hebben deze strategie niet geformuleerd om hem vervolgens in een la te leggen en te denken: nu doen we gewoon weer wat we iedere dag al deden. We willen graag dat het ook werkelijkheid wordt.’
‘En dat betekent dat de voornemens moeten worden omgezet in concrete resultaten. Willen we interfacultair onderwijs makkelijker maken? Dan is het zaak dat onderwijsroosters beter op elkaar worden afgestemd, en moeten we ook volgen of dit leidt tot meer uitwisseling van cursussen. En als je inzet op profilering op thema’s, dan is het interessant om te kijken of dat inderdaad leidt tot meer samenwerking, interessante projecten en meer subsidies.’
‘Dus we willen niet alleen maar dingen zeggen en beloven en mooie dromen creëren, maar ook zorgen dat die werkelijkheid worden. Vanuit onze collectieve opdracht om onze universiteit te laten groeien en bloeien. Voor nu en toekomstige generaties.’