Het gaat fantastisch met demonstraties, zegt burgemeester Bruls in debat over demonstratierecht
-
De politie sluit tegendemonstranten van een anti-abortusprotest in. Foto: Johannes Fiebig
Voor demonstraties op de universiteit gelden geen andere regels dan op andere plekken in de stad, zei burgemeester Bruls in een debat op de campus. ‘Als u wil dat ik studenten anders ga behandelen als NEC-supporters dan moet u een andere burgemeester zoeken.’
In een karig gevulde collegezaal wonen zo’n veertig bezoekers het debat van Radboud Reflects bij waar de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls met juriste Lize Glas en politiek filosoof Mathijs van de Sande in gesprek gaat over het demonstratierecht.
De burgemeester perkte in het verleden het demonstratierecht op de campus in. Ook over het politie-ingrijpen tijdens een tegendemonstratie op de campus is er met de burgemeester overlegd. Over of Bruls het demonstratierecht goed interpreteert heeft onder andere Lize Glas in het verleden kritisch uitgelaten.
Openbare orde
Bruls geeft in het begin van de bijeenkomst aan dat hij vaak niet vooraf wordt geïnformeerd als de politie besluit in te grijpen op de campus. ‘Als een demonstratie wordt aangekondigd dan is het mijn rol om te bepalen of er regels moeten worden opgesteld. Wanneer de openbare orde in het geding komt, dan komt de politie in actie. Ook wanneer de universiteit zelf de politie belt. Dan gaan ze niet telkens mij bellen.’
Hiermee verwijst Bruls naar de gebeurtenissen op 7 mei, toen een student na een protest op de campus door een politiehond werd gebeten. ‘Vreselijk’, oordeelt Bruls. ‘Maar ook een kwestie van actie en reactie. Dit gaat om een demonstratie die niet was aangekondigd, maar je kunt het ook zien als een ordeverstoring gemaskeerd als demonstratie.’
Fantastisch
Bruls wijst op de vele demonstraties in Nijmegen die doorgang vinden en vreedzaam verlopen. De burgemeester spreekt over 150 demonstraties in de stad per jaar, waar hij naar eigen zeggen slechts in drie gevallen beperkende maatregelen heeft opgelegd. ‘Het gaat fantastisch met demonstraties in Nijmegen. Laat u niet gek maken door de paar demonstraties die uit de hand lopen.’
‘Wanneer wordt aangekondigd dat het Keizer Karelplein een uur wordt geblokkeerd dan verbied ik die demonstratie. Maar de grondhouding is dat we het door laten gaan. Het maakt daarbij niet uit waar het plaatsvindt. Het terrein van de universiteit is openbaar toegankelijk en daar moet ik over oordelen.’
Demonstratierecht

Lize Glas brengt als juridisch standpunt in dat het demonstratierecht enkel beperkt kan worden als rekening wordt gehouden met drie punten. Allereerst moeten er wettelijke gronden zijn om een beperking in te stellen, ten tweede moet duidelijk zijn met welk doel die beperkingen er zijn en ten derde moeten ze proportioneel zijn. Op dat punt is het de vraag welke geweldsmiddelen je in mag zetten.
‘Als u nu zegt dat ik NEC-supporters die voor de Goffert staan te rellen anders moet gaan behandelen dan studenten dan is dat juridische flauwekul.’
Zowel Glas als Mathijs van de Sande opperen dat demonstreren op de universiteit extra belangrijk is en dat het hoort bij studenten en medewerkers om kritisch naar de wereld en de eigen beleidsmakers te kijken. Hierin ziet Bruls een suggestie waar hij fel op reageert.
‘Vanuit filosofisch standpunt snap ik dit nog, maar juridisch vind ik het zeer bezwaarlijk wat u zegt. Als u nu zegt dat ik NEC-supporters die voor de Goffert staan te rellen anders moet gaan behandelen dan studenten dan is dat juridische flauwekul. Ik behandel iedereen gelijk in deze stad en als dat anders moet dan zoekt u maar een nieuwe burgemeester.’
Politieke framing
Het rechtlijnige standpunt van Bruls botst ook met de filosofische insteek van Van de Sande die wijst op de rol van de autoriteiten die tijdens een demonstratie ook eigen macht demonstreren, door regels op te stellen of door aanwezig te zijn, eventueel met machtsmiddelen als honden of wapens. Van de Sande: ‘Het wordt gepresenteerd als een neutrale interventie, maar dat is in de optiek van de demonstranten niet zo. Door wat je uitstraalt of zegt, word je een partij in een conflict. Als de politie op 25 september aankondigt dat de antifa-demonstratie is beëindigd, terwijl niemand zich uit als antifa, dan is de politie met politieke framing bezig. Daar moeten ze zich beter bewust van zijn.’
‘De politie is er niet altijd bewust van dat ze ook met politieke framing bezig zijn.’
Volgens Bruls gebeurt er in deze gevallen meer dan wat voor omstanders zichtbaar is. Ook de tegenwerking van Van de Sande dat de politie-inzet op 7 mei tot arbitrair geweld heeft geleid en een zwaktebod was, leidt tot bezwaar van Bruls. ‘Ik vind dat wat flauw. Bij geweld moet je niet alleen maar naar de politie wijzen. Zo lijkt u tegen studenten te zeggen: ga je gang maar.’
Parkeerterrein
In juni 2024 perkt Bruls het demonstratierecht in op de campus. Palestinaprotesten mogen alleen nog op een parkeerterrein. Bruls krijgt de vraag of hij in dat geval toch niet zich inhoudelijk bemoeit met een protest.

‘Ik had geen oordeel over de inhoud van de demonstratie’, antwoordt Bruls. ‘Er was serieus wat aan de hand op de campus. Onder de vlag van dat thema was al van alles misgegaan. En ik zei destijds ook tegen toenmalig collegevoorzitter Wigboldus: je geduld is bewonderenswaardig. Daarom heb ik een rustpauze van een maand ingelast op de campus. Dat is een vergaand middel dat ik nooit eerder heb toegepast en wil toepassen.’
Diesviering
Vanuit de zaal komt de recente verstoring van de diesviering aan bod. Er wordt gevraagd of we de verstoringen als de nieuwe traditie moeten gaan beschouwen.
‘Het cvb kan besluiten dat het risico van een demonstratie wordt geaccepteerd, zeker wanneer het alternatief – politie op de campus – een groter risico geeft.’
Volgens Van de Sande is het niet nodig om protest eng en polariserend te vinden. ‘We vinden allemaal dat het mag, zolang we er maar geen last van hebben. Een disruptie is nu eenmaal onderdeel van een protest. Je zou er ook begrip voor kunnen opbrengen, zoals je misschien bij een staking van spoorwegpersoneel doet. Een manier om ermee om te gaan is om weg te lopen. Er zijn momenten dat een College van Bestuur kan besluiten dat het risico van een demonstratie moet worden geaccepteerd, zeker wanneer het alternatief – politie op de campus – een groter risico geeft.’
Collegevoorzitter Alexandra van Huffelen krijgt bij de bijeenkomst het laatste woord om te benadrukken hoe belangrijk ze het demonstratierecht vindt. ‘Voor ons ligt de grens bij geweld en gevaar. Het is niet fijn om de politie te moeten bellen, dat vinden wij ook een zwaktebod. Maar daarom doe ik ook een oproep aan demonstranten: Denk na wat je doet.’