Nieuwe socialistische partij leunt op Radboudstudenten: ‘We willen mensen laten zien dat er meer is dan het huidige politieke systeem’
-
Ties van den Bogaard en Ru Dahm op de plek waar voorheen het pro-Palestina tentenkamp stond. Foto: Frank Schaffels
De Revolutionair Socialistische Partij doet voor het eerst mee aan de gemeenteraadsverkiezingen in Nijmegen. Maar liefst 17 van de 20 kandidaten op de lijst hebben een connectie met de Radboud Universiteit. Gaat de nieuwkomer een zetel halen?
Toen enkele mannen van de omstreden christelijke groep TFP Student Action vorige week op de campus tegen abortus kwamen protesteren, ontstond er al snel een flinke tegendemonstratie. Een groep van zo’n tachtig demonstranten liet met bordjes, muziek en vlaggen horen dat vrouwenrechten gewoon gelden op de Radboudcampus. Tussen hen in ook drie felrode jassen met daarop groot het partijlogo van de Revolutionair Socialistische Partij (RSP).
Dat RSP-leden op het universiteitsterrein staan te demonstreren mag geen toeval heten. Van de twintig verkiesbare kandidaten zijn er zestien studenten aan de Radboud Universiteit – of recent afgestudeerd. Een zeventiende studeert aan het ROC, maar werkt op de universiteit. Met andere woorden: de campus is de broedplaats voor deze partij.
Tentenkamp
Terwijl het geluid van de demonstraties in de verte nog zacht te horen is, zitten Ties van den Bogaard (voormalig filosofiestudent – partijbestuur) en Ru Dahm (student data science – nummer 6 op de lijst) aan de picknicktafels op het grasveld naast het Maria Montessorigebouw. Hier stond in 2024 een groot tentenkamp, als steunbetuiging aan Palestina. De missie: het college van bestuur van de universiteit overhalen om banden met Israëlische instellingen door te snijden. Vanuit het kampement werden lezingen, workshops, protestmarsen en gebouwbezettingen georganiseerd.
De RSP speelde een sleutelrol bij de totstandkoming van het kampement, vertelt Van den Bogaard. ‘Dat is vanuit de RSP aangezwengeld: denk aan de opbouw, coördinatie en het optrommelen van mensen. De RSP is voortgekomen uit ROOD, de voormalige jongerenbeweging van de SP, en was altijd echt een actiebeweging. Zo waren we daarvoor bezig met demonstraties tegen de krappe woningmarkt, het uitdelen van menstruatieproducten en bij antifascistische acties.’

De RSP is nu minder actief binnen de pro-Palestinabeweging op de campus. Van den Bogaard: ‘De demonstraties bestaan nu meer uit een ingewijde groep mensen die van zich laat horen. We geloven niet zozeer in kleine, radicale acties. De RSP is meer voor het op de been krijgen van de massa.’
‘Je ziet dat het maatschappelijke beeld is gekanteld: het is niet meer controversieel om tegen het beleid van Israël te zijn’, voegt Dahm daar aan toe. ‘Actievoeren voor Palestina wordt breder gedragen. Je ziet nu dat zelfs partijen als D66 zich achter de demonstraties scharen, terwijl in 2024 de partijen zich niet of nauwelijks openlijk uitlieten. Daardoor neemt de interesse in actievoeren af: mensen zien het als een ‘normale vorm’ van politiek bedrijven, niet als meer knokken voor een gezamenlijk doel. Dat laatste zouden wij graag terugzien. Want laat een ding duidelijk zijn: de situatie in Palestina is nog steeds onverminderd erg.’
Haalbare- en niet haalbare ideeën
De RSP – voorheen ‘de socialisten’ – is ontstaan uit ROOD, de voormalige jongerenafdeling van de SP. De lijntjes met studentenvakbond AKKU zijn, niet gek, kort: een groot deel van de kandidaten op de lijst is lid (geweest). Actievoeren is dan ook hét kernpunt van de RSP. Politieke akkoordjes sluiten, daar moet de partij niets van hebben, vertellen de twee.
‘We zijn klaar met partijen die roepen dat ze opkomen voor de burger, om vervolgens politieke dealtjes te sluiten en nauwelijks echt iets aan de situatie te veranderen’, licht Van den Bogaard toe. ‘Denk aan het kamertekort, al sinds ik hier studeer is dat een probleem. En het loopt alleen maar op. Het is tijd dat er dingen drastisch veranderen, wij komen écht voor de burger in actie.’
‘Ons programma bestaat uit een mix van haalbare ideeën en ideeën die niet haalbaar zijn’, gaat hij verder. Als voorbeeld noemt hij huisjesmelkers. ‘Die gaan vaak flink over de schreef, ten koste van studenten. Wij vinden dat een gemeente moet kunnen ingrijpen als een huiseigenaar meermaals verzaakt de boel op orde te hebben, door het huis te onteigenen. Volgens de wet kan dat echter niet, maar het gaat ons er vooral om dat we laten zien dat er wel degelijk oplossingen zijn voor bepaalde problemen, maar die moet je wel bottom-up afdwingen.’

De twee zijn realistisch met het oog op de aankomende verkiezingen. Dahm: ‘We zijn al blij als we één zetel halen. Onze deelname is niet zo zeer bedoeld om in de gemeenteraad te komen, maar vooral om de beweging te laten groeien. Om mensen te laten zien dat er meer is dan het huidige politieke systeem.’
Met een partij die zo geworteld is in de universitaire gemeenschap, spreek je dan niet alleen de eigen bubbel aan? Van den Bogaard: ‘We komen in principe op voor iedereen die werkt. Onze lijsttrekker (Radboudalumnus Willem Gloudemans, red.) is afgestudeerd in economie maar werkt nu ook in een magazijn omdat hij geen baan kan vinden. En dat kan iedereen overkomen.’
Dahm: ‘We zijn ook juist wijken als Hatert of Neerbosch-Oost ingegaan om langs de deuren te gaan. Daar zie je veel mensen die afhaken bij de politiek en niet gaan stemmen – we willen hen laten zien dat er meer is dan eens in de zoveel tijd naar de stembus gaan. Juist door zelf de strijd aan te gaan, kan je dingen veranderen.’