Word niet zwanger was het advies twee jaar geleden, maar vanuit deze afdeling kwam juist ‘een boodschap van hoop’
-
Emily Bergner, Anne Lieke Ebbers en Jet Wildeman (vlnr). Foto: Frank Schaffels
Bij de afdeling Economie en Bedrijfseconomie is een ware babyboom aan de gang. Maar liefst elf medewerkers kregen de afgelopen jaren een of meerdere kinderen – of zijn nu in verwachting. Dat terwijl er twee jaar terug nog veel commotie was over het advies voor promovendi en postdocs om ‘niet zwanger te worden’.
Word niet zwanger en neem geen ouderschapsverlof op. Dat ‘advies’ kregen promovendi en postdocs van de managementfaculteit zo’n twee jaar geleden, toen de faculteit in financieel zwaar nood verkeerde. Het zou de kans op hun aanstelling verkleinen.
Die boodschap bleek aan dovemansoren gericht bij Economie en Bedrijfseconomie, één van de vijf afdelingen van de faculteit. De afgelopen jaren kregen daar elf medewerkers – zowel vrouwen als mannen – één of zelfs meerdere kinderen. Ook zijn enkele medewerkers op dit moment in verwachting.
Situatie Managementfaculteit
Medewerkers die geïntimideerd en gediscrimineerd worden, beloftes die niet nagekomen worden, carrièrekansen die ingeperkt worden en een torenhoge werkdruk waardoor de kwaliteit van het onderwijs in het geding kwam. De situatie binnen de Managementfaculteit was begin 2024 flink mis.
De situatie stond echter niet op zichzelf. Begin van dat jaar bleek er plots een financieel tekort van zo’n 9 miljoen euro te zijn. Ook was er sprake van een vertrouwensbreuk tussen de medezeggenschap en het bestuur van de faculteit.
De vakbonden schreven een brandbrief. De ophef die ontstond was groot. Nadat Saskia Lavrijssen in april van dat jaar aantrad als decaan werden de gesprekken weer opgepakt en verbeterde het onderlinge vertrouwens. De bezuinigingen waar de universiteit – en dus ook de faculteit – mee te kampen kreeg liepen echter op.
Brandbrief
De oproep van twee jaar terug stond niet op zichzelf, er was op dat moment meer mis binnen de faculteit. De situatie was zo schrijnend dat vakbonden een brandbrief aan het faculteitsbestuur overhandigden. Daarin schreven zij dat medewerkers met tijdelijke aanstellingen – waaronder PhD’ers en postdocs – te horen hadden gekregen om ‘beter niet zwanger te worden’ omdat dat hun carrièrekansen in de weg zou staan.
‘Laten we voorop stellen dat er nooit een perfect moment is om zwanger te worden’, zegt Jet Wildeman. Wildeman is net klaar met haar PhD-traject, waarin ze twee zoontjes kreeg. ‘Vooral de eerste keer was het voor mij wat ingewikkeld op werk, omdat ik niet wist bij wie ik precies waarvoor moest zijn. Maar mijn begeleider was behulpzaam en ik begrijp dat er inmiddels ook een helder document voor leidinggevenden en HR ligt, over de mogelijkheden van zwangerschapsverlof voor promovendi.’
De dagen dat Wildeman zwangerschap- en later ouderschapsverlof opnam, kreeg ze uiteindelijk gecompenseerd ‘bovenop’ haar contract. Maar ze kreeg daarmee dus géén verlenging voor het afronden van haar promotieonderzoek, benadrukt ze. Het aantal uren bleef hetzelfde als wanneer dat ze geen kinderen had gekregen. ‘Anders was het afronden van mijn onderzoek een stuk moeilijker geworden’, zegt ze.

Hetzelfde geldt voor collega-promovendus Anne Lieke Ebbers, die momenteel in verwachting is van haar eerste kind: ook zij krijgt de dagen die zij straks thuiszit terug aan het eind haar contract. ‘Dat geeft wel wat meer rust, ik weet niet zo goed hoe de komende maanden eruit komen te zien’, zegt ze.
Voor PhD’er Emily Bergner, van hetzelfde onderzoeksteam, is de situatie ingewikkelder. Zij heeft een zesjarig contract, in tegenstelling tot haar collega’s. Momenteel zit ze thuis met zwangerschapsverlof. Maar het was nog wel even de vraag of dit verlof – in verband met de lengte van haar contract – na haar aanstelling weer gecompenseerd zou worden.
‘Als ik me minder voel kan ik makkelijk een uurtje eerder stoppen met werk’
‘Dat gaf wel wat onzekerheid’, vertelt ze. ‘Maar gelukkig heb ik recent goed nieuws gekregen dat mijn contract kan worden verlengd voor de duur van mijn zwangerschap- en ouderschapsverlof. En gelukkig dacht de afdeling goed mee en was mijn onderwijstijd al tijdelijk naar beneden gehaald – dat kan ik aan het eind van mijn contract weer inhalen.’
Onrust
Zelf hebben de drie nooit direct het advies gekregen om niet zwanger te worden. Maar binnen de afdeling zorgde het wél voor onrust, vertellen ze. ‘Vooral binnen de Doctoral School (een afdeling binnen de faculteit die promovendi helpt, red.) zijn er veel gesprekken over gevoerd’, aldus Wildeman. ‘Onze begeleider, hoogleraar Natascha Wagner, heeft zelf ook niet zo lang geleden een kind gekregen. Dat heeft denk ik ook wel geholpen in dat ze meedacht met het vinden van oplossingen.’
Daarmee willen de drie ook maar benadrukken dat er binnen hun afdeling veel goed gaat rondom zwangerschapsverlof. Het eerdergenoemde HR-document is daar een goed voorbeeld van, volgens de wetenschappers. En er is ruimte voor flexibiliteit, geeft Ebbers aan. ‘Ik zit in een onderzoeksperiode, dus ik kan mijn tijd relatief vrij indelen. Als ik me minder voel, kan ik makkelijk een uurtje eerder stoppen met werk.’
Ebbers werkt nog tot december op de Radboud Universiteit, exclusief de verlenging die ze bovenop haar contract krijgt in verband met haar zwangerschap. Haar onderzoek staat er goed voor, vertelt ze. ‘Maar zonder die verlenging zou het wel lastig worden.’
Voor Bergner duurt het nog even voordat het eind van haar dienstverband in zicht is. Ze zet haar beslissing om moeder te worden in perspectief. ‘Een kind krijgen is een hele persoonlijke beslissing voor mij, die gaat over mijn leven. Werk is uiteindelijk ook maar slechts een deel van mijn leven namelijk.’
Reactie begeleider
Natascha Wagner, hoogleraar Internationale Economie en begeleider van de drie, is trots, laat ze weten.
‘Hoewel de faculteit der Managementwetenschappen grotendeels weer uit het negatieve nieuws is verdwenen, is de druk van buitenaf toegenomen. Alle medewerkers ondervinden de gevolgen van de stijgende inflatie, in combinatie met afnemende werkzekerheid, toenemende werkdruk en een steeds grotere onzekerheid over de toekomst. Toch zien we dat jonge vrouwen – en mannen – kiezen voor kinderen, ondanks die onzekerheden. Dit is een boodschap van hoop vanuit onze afdeling.’
‘Mijn team denkt niet alleen aan de toekomst wanneer ze belangrijke maatschappelijke en beleidsvraagstukken met hun onderzoek proberen aan te pakken. Ook is het bereid het risico te nemen en in de toekomst te investeren door kinderen te krijgen.’
