Column Adriaan Duiveman: Potjeslatijn verwijt de kapitalenketel
-
Adriaan Duiveman. Foto: Dick van Aalst
Emeritus hoogleraar Pieter Leroy beklaagde zich in Vox over het potjeslatijn van pro-rectors. Columnist Adriaan Duiveman ergerde zich op zijn beurt weer aan een talige dwaling in Leroys stuk: atheïstische overcorrectie.
Toen José Sanders het podium van De Vereeniging besteeg spitste ik mijn oren. Vol spanning wachtte ik op wat zou ze zeggen. En dan bedoel ik niet haar pleidooi voor ideologische diversiteit in de wetenschap (top!), oproep tot internationalisering (meh) of de vele soorten geletterdheid die we blijkbaar moeten onderwijzen (AI-geletterdheid, duurzaamheidgeletterdheid, geletterdheidgeletterdheid?). Ik had maar één grote vraag: zegt ze agimûs of agimoes?
Deze nieuwe obsessie had ik te danken aan Pieter Leroy, emeritus hoogleraar milieukunde. Hij schreef een opiniestuk waarin hij zich beklaagde over het potjeslatijn waarmee pro-rectors tijdens academische zittingen het gebed – pardon, ‘de woorden’ – afraffelen. Kan dat niet wat stijlvoller? En kunnen we niet één norm stellen over hoe die woorden uitgesproken moeten worden?
Nu is die norm stellen nogal lastig, zo legt de Nijmeegse classicus Paul Hulsenboom me uit. Ja, er zijn reconstructies van hoe het Latijn geklonken moet hebben in bepaalde periodes. En ja, er zijn nog mensen die het vloeiend spreken, al zijn dat vooral vrome priesters die zichzelf geselen met genitieven. Zelfs zij zullen echter niet zo snel claimen dat ze Latijn spreken zoals dé oude Romeinen.
Immers, welk Latijn neem je dan als norm? Het oorspronkelijke geknauw van de boer in Latium in de achtste eeuw voor Christus? Of de welsprekendheid van Cicero’s redevoeringen in de senaat zeven eeuwen later? Als je kiest voor dat laatste: zelfs Cicero beklaagde zich in zijn boek Brutus over de verloedering van het Latijn in zijn tijd. ‘Vroeger sprak men nog correct.’
Hulsenboom heeft wel zijn persoonlijke voorkeuren, maar die wisselen per taal. In het Nederlands heeft hij het over seezar en sieszero, als hij Latijn voordraagt is hij kamp kaisar en kikerò. Hij is dus geen fonetische scherpslijper. ‘Ik vind het niet zo erg als mensen variëren in de uitspraak.’
Hoewel ik het zelf met Leroy eens ben dat het gebed wel eens wat trager en statiger voorgedragen mag worden, kan het juiste accent mij bar weinig boeien. Ik zat me in zijn opiniestuk dan weer op te vreten over een andere talige dwaling: atheïstische overcorrectie.
‘Donald Duck en Harry Potter zijn fictieve karakters, maar die geef je ook gewoon hoofdletters’
Leroy verwijst in het stuk meerdere keren naar de abrahimitische godheid, ook wel bekend als YHWH, Allah, Adonai, Heere of gewoon God. Leroy maakt de keuze om geen eerbiedskapitalen te gebruiken wanneer hij naar Hem verwijst en gebruikt zelfs het voornaamwoord ‘je’. Dat mag. Feministische theologen pleitten al langer tegen het patriarchaat van ‘Hij’, ‘Hem’ en ‘U’. Ik verkies zelf de hoofdletter-Hij, maar ik snap de bezwaren.
Echter, Leroy gaat een stap verder. Om aan te tonen dat hij echt niet aan die gelovige gekkigheid doet, schrijft Leroy ook ‘God’ en ‘Heilige Geest’ zonder hoofdletters. Hier gaat het mis. Immers, als je naar God als eigennaam verwijst is het wel degelijk ‘God’ met een hoofdletter. De god (soortnaam) van de christenen heet immers God (eigennaam). Zelfs als je niet in God gelooft. Immers, Donald Duck en Harry Potter zijn fictieve karakters, maar die geef je ook gewoon hoofdletters.
In zijn poging om maar een weldenkende atheïst te zijn, tart Leroy zelf de taalregels. (Terzijde: misschien is het een ding onder Vlamingen van een zekere leeftijd, want ik zag dat de gewaardeerde collega-columnist Willem Halffman zich hier ook aan bezondigde.)
De in Nijmegen gepromoveerde taalkundige Marten van der Meulen merkte eens op dat in elke tirade tegen anglicismen een anderstalig leenwoord verstopt zit. ‘Verkwanselen’, bijvoorbeeld, hebben we eens geïmporteerd uit het Duits. Misschien kun je deze wet van Van der Meulen nog iets breder trekken: in iedere betweterige taalfoutcorrectie zit onvermijdelijk zelf weer een taalfout. Dat geldt voor Leroy. En dat geldt vast ook weer voor mij.
Of zoals Horatius schreef: Mutato nomine de te fabula narratur. Verander de naam en het verhaal gaat over jou.
Lees alle columns van Adriaan Duiveman