Nieuwe vicevoorzitter wil graag een student in het college van bestuur: ‘Dan krijg je een beter beeld van wat er leeft’
-
Stephan van Galen. Foto: Dick van Aalst
Met een student-assessor in het college van bestuur had Stephan van Galen goede ervaringen aan de Rijksuniversiteit Groningen. En de nieuwe vicevoorzitter wil onderzoeken hoe de ondersteunende diensten en het vastgoed op de campus efficiënter kunnen worden ingericht. ‘Bezuinigen biedt ook kansen, omdat je dan kunt nadenken hoe iets slimmer kan.’
Hij is gek op experimenteel koken en op fermenteren. Hij heeft er zelfs een aparte koelkast voor. Ook noemt hij zichzelf open, optimistisch en vrolijk.
Dat vertelt Stephan van Galen (55), de nieuwe vicevoorzitter van de Radboud Universiteit, in zijn werkkamer op de begane grond van het Berchmanianum waarvan hij op de maandag van de introductie net de sleutel van heeft gekregen. ‘Zoals we in Groningen zeggen: “‘t kon minder’”, zegt hij, terwijl hij tevreden de kamer in zich opneemt.
Officieel begint Van Galen pas 1 september in zijn nieuwe rol als vicevoorzitter aan de Radboud Universiteit. Tot die tijd werkt hij nog aan de Rijksuniversiteit Groningen, waarover hij per ongeluk nog even in de wij-vorm spreekt. En hoewel hij al goed op de hoogte is van verschillende dossiers die de afgelopen jaren in Nijmegen speelden, wil hij zich over de meeste onderwerpen nog niet uitspreken. ‘Laat me eerst maar met iedereen kennismaken’, aldus Van Galen. ‘Honderd dagen na mijn komst praten we verder.’
Van Galen heeft gewoon gesolliciteerd op de functie voor vicevoorzitter aan de Radboud Universiteit, die het afgelopen jaar twee keer werd opengesteld: na het vertrek van Agnes Muskens en na het interimschap van Marcel Wintels. ‘De eerste keer heb ik niet gesolliciteerd’, zegt hij. ‘Ik was toen nog heel druk op mijn werk en nog niet echt bezig met een volgende stap, de kinderen hadden nog examens. Maar komend jaar doet mijn jongste zoon eindexamen, dus dan begint er een nieuwe fase waarin mijn vrouw en ik met z’n tweeën zijn. En dit soort functies komen niet zo heel vaak voorbij.’
‘Na elf jaar adviseren, voorbereiden en uitvoeren, wilde ik ook zélf wel eens de beslissingen nemen.’
Was u klaar in Groningen?
‘Ik heb er behoorlijk lang gewerkt. Als secretaris was ik niet alleen de hoogste adviseur van het college, maar ik was ook algemeen directeur van de ondersteunende diensten. Na elf jaar adviseren, voorbereiden en uitvoeren, wilde ik ook zélf wel eens de beslissingen nemen. Het wordt tijd om zelf die verantwoordelijkheid te nemen en te voelen. En voor de universiteit is het ook goed als mensen af en toe wisselen.’
Waarom koos u voor de Radboud Universiteit?
‘Nijmegen, Leiden, Groningen: ik vind dat allemaal brede, klassieke universiteiten die een beetje op elkaar lijken. Het zijn universiteiten met sterke faculteiten, want ik heb begrepen dat de facultaire autonomie hier stevig wordt bewaakt. En Nijmegen is natuurlijk een mooie stad met een rijke historie.
Wilt u hier naartoe verhuizen, aangezien u momenteel nog in Groningen woont?
‘Ja, ik heb vanochtend (maandag 17 augustus, red.) zelfs ja gezegd op een appartement. Doordeweeks heen en weer rijden naar Groningen, dat zie ik niet zitten. Ik vind het belangrijk dat mijn aandacht hier is. Dat hoort bij deze functie: het is niet negen tot vijf.’
Kende u de andere collegeleden, José Sanders en Alexandra van Huffelen, al?
‘Ik heb Alexandra vorig jaar leren kennen bij de Brusselse lobbyorganisatie The Guild of European Research-Intensive Universities, waar Groningen en Nijmegen allebei lid van zijn. Daar verving ik Jouke de Vries, de Groningse collegevoorzitter.’
U dacht: daar kan ik wel mee werken?
‘Ja, dat was een heel plezierige kennismaking.’
Wat was de moeilijkste vraag die u tijdens het sollicitatiegesprek heeft gekregen?
‘Goh, dat weet ik niet meer. Een onderwerp waar ik zelf wel heel erg in geïnteresseerd was, is de katholieke identiteit van de Radboud Universiteit. Wat betekent dat nog? Heeft het invloed op de Radboud Universiteit als emancipatoire universiteit, die ook echt opkomt voor bepaalde groepen en sociale mobiliteit hoog in het vaandel heeft staan? Ik ben zelf Nederlands hervormd opgevoed, maar ik vind dat wel heel interessant.’
Net als uw voorganger Marcel Wintels heeft u een CDA-achtergrond.
‘Klopt. In mijn jeugd ben ik daar actief geweest.’
Heeft u hem gesproken voordat u hier begon?
‘Nee, maar dat komt nog. We hebben binnenkort een afspraak staan voor een overdracht.’
Bent u al een beetje ingewerkt?
‘Ik begin pas echt op 1 september, maar heb al even op de introductie rondgelopen en ik ben bij de opening van het academisch jaar aanwezig, de dag voordat ik officieel begin. Echt ingewerkt ben ik dus nog niet.’
Ziet u al grote verschillen met Groningen?
‘De Radboud Universiteit is echt een campusuniversiteit, Groningen niet. Dus de koffietentjes en restaurants, dat zijn in Groningen gewoon stadsgelegenheden waar iedereen komt. Als gevolg daarvan zijn we daar de restauratievoorzieningen een beetje kwijtgeraakt: de cateraar kon daar gewoon niet meer tegenop. Hier in Nijmegen zie ik die kwaliteit nog wel. Verder is het een mooie, groene omgeving. Mensen zeggen ook allemaal tegen me: “Oh, Nijmegen, dat is echt een leuke plek”. “Net als Groningen”, zeggen ze daar overigens vaak bij.’
Het kan ook een onrustige plek zijn.
‘Groningen ook hoor! Dat is net als Nijmegen ook een linkse, activistische stad. Het Groningse college van B&W gaat er zelfs prat op dat ze het meest linkse college zijn. Kneiterlinks, noemen ze dat zelf. Het Groningse Academiegebouw is een paar keer bezet om aandacht voor de kamernood te vragen. En in Groningen waren er ook Pro-Palestinademonstraties.’
Heeft u hier de onrust rond het vertrek van de Letterendecaan gevolgd?
‘Daar heb ik over gelezen. Ik vind het lastig om daar nu al iets over te zeggen, omdat ik me daar graag nog verder in wil verdiepen. We gaan met het college nog een ronde maken langs de faculteiten en ik denk dat het goed is om dan zelf te luisteren naar medewerkers en studenten. Dat is volgens mij ook wat van mij gevraagd wordt.’
Hoe enthousiast bent u over consultants?
‘Je hebt af en toe consultants nodig, als je vraagstukken hebt waar je zelf de expertise niet voor hebt. Of als je snel een resultaat nodig hebt.’
Speelde de discussie daarover ook in Groningen?
‘Nee. En in de achtergrond van die discussie in Nijmegen heb ik me nog niet echt verdiept.’
Dan komen we er op een dag wel op terug natuurlijk.
‘Dat is goed. Maar dan is het ook iets waar je als college met z’n drieën een opvatting over hebt.’
Dan zal het ook gaan over de bezuinigingen. De Radboud Universiteit moet in 2030 55 miljoen bezuinigd hebben. Dat wordt ook uw taak. Heeft u in het sollicitatiegesprek gevraagd hoe de universiteit ervoor staat?
‘Ja, natuurlijk vraag je dat. Kijk, universiteiten zijn de afgelopen decennia vooral gegroeid. We hebben een hele lange periode gehad waarin alles groter werd en waarin er meer kon. Nu moeten alle universiteiten in Nederland krimpen, zeker aan de randen van het land. Maar het biedt ook kansen, omdat je nog beter gaat nadenken hoe iets slimmer kan.’
Het was geen reden voor u om juist niet te kiezen voor een grensuniversiteit?
‘Nee. Alle universiteiten, ook in de rest van Europa, hebben te maken met die demografische krimp. Ik heb in mei met Europese collega’s een summer school georganiseerd over de vraag: hoe ga je om met die krimp, terwijl je ook bijvoorbeeld nog te maken hebt met geopolitieke ontwikkelingen, met AI en met digital natives.’
Veel universiteiten willen het onderwijs een beetje sparen. Hoe staat u daarin?
‘Daar kan ik nog niks over zeggen. Ik ken de details van de begroting van de Radboud Universiteit niet. Ik weet nog niet hoe het geld wordt verdeeld.’
‘Het is goed dat niet iedereen in de buitenwereld weet welke vastgoed je precies wil afstoten en voor welke prijs’
Is bezuinigen wel het belangrijkste onderdeel van uw takenpakket?
‘Het verdeelmodel zal een belangrijk vraagstuk zijn, maar een andere belangrijke kwestie is de invoering van een nieuw ERP-systeem (Enterprise Resource Planning, red.). Dat is niet alleen een computersysteem om HR en finance te organiseren, maar daarmee bepaal je voor een groot deel hoe het werk ingericht wordt. Zo kun je ook efficiëntieslagen maken en zo kan het werk van medewerkers worden vereenvoudigd. Vergelijk het met de bankwereld. Mensen komen nog amper in een bankgebouw, omdat veel activiteiten zijn overgenomen door de smartphone. Dat is ook efficiënter.’
Bedoelt u daarmee dat u gebouwen op de campus wilt afstoten, zoals het Berchmanianum?
‘Met minder studenten en minder medewerkers heb je ook minder vierkante meters nodig, dat is duidelijk. Dus dat is de makkelijkste manier om geld te besparen. Maar ik kan nog niets zeggen over welke gebouwen moeten blijven en welke weg moeten. Bij zo’n vastgoedvraagstuk moet je nadenken over de komende dertig tot vijftig jaar, dus dat moet je heel zorgvuldig wegen. En het is goed dat niet iedereen in de buitenwereld weet welke vastgoed je precies wil afstoten en voor welke prijs.’
Wat worden de andere dossiers in uw portefeuille?
‘Het faciliteren van interfacultaire samenwerking. Dat is een speerpunt in de strategie, maar dan moet de bedrijfsvoering die samenwerking tussen faculteiten ook mogelijk maken. Denk aan meer gezamenlijkheid in de roosters voor verschillende faculteiten, maar ook aan een uniforme vergoeding als je een docent uitleent of aan de mogelijkheid om ruimtes te reserveren in elkaars gebouwen. Vaak zien we overigens ook extern, bij de NWO bijvoorbeeld, dat het moeilijker is om geld te krijgen voor interdisciplinair onderzoek dan voor monodisciplinair onderzoek. Daar zouden we ook naar kunnen kijken.’
Nog een discussie: de toevoeging van een student-assessor aan het college van bestuur.
‘Ik ben daar in principe een voorstander van. In Groningen was die er al voordat ik begon. Ik heb dus elf jaar met een student-assessor in het college van bestuur gewerkt. En met heel veel plezier.’
Het Nijmeegse CvB wilde de mening van de nieuwe vicevoorzitter over dit onderwerp afwachten alvorens een knoop door te hakken, zeiden ze eerder.
‘Dat kwam in mijn sollicitatie ook ter sprake, dus die kennen ze nu. Maar het moet natuurlijk praktisch haalbaar zijn. Je moet goed nadenken over de opdracht, de aanstellingsprocedure en het mandaat.’
Van wetenschapper naar universiteitsbestuurder
Stephan van Galen studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden en aan King’s College en de School of Oriental and African Studies in Londen. ‘Daar heb ik ook mijn vrouw ontmoet. Zij studeerde ook in Leiden, maar we hebben elkaar in de British Library beter leren kennen. Ik ben uiteindelijk gepromoveerd op de geschiedenis van Birma, Zuidoost-Azië.’
Naast de wetenschap houdt Van Galen ook van besturen. Als student geschiedenis zat hij al in het vakgroepsbestuur, later was hij voorzitter van het Promovendi-overleg. ‘Ik vond de universiteit als organisatie heel erg interessant’, zegt hij. ‘Het vakgroepsbestuur in Leiden bestond uit toen nog uit alle medewerkers. De Vlaamse voorzitter, Wim Blockmans, leidde dat magistraal door altijd op vrijdagmiddag om drie uur te vergaderen, zodat de mensen ook een keer naar huis wilden.
Hoewel Van Galen uiteindelijk niet koos voor een carrière in de wetenschap, bleef hij wel aan de universiteit werken: eerst als secretaris en directeur, en vanaf 1 september als bestuurder. ‘Ik vind het gewoon heel fijn om met mensen te werken.’
Zijn er in Groningen echt andere besluiten genomen door de toevoeging van een student aan het CvB?
‘Je krijgt in elk geval een beter beeld van wat er leeft onder studenten en van de impact van je besluiten op de studentengemeenschap. Vaak komen assessoren uit het actieve studentenleven, dus hebben ze een groot netwerk binnen studie- en studentenverenigingen. Maar goed, het wisselt ook per assessor. Sommigen zijn er heel goed in, anderen minder.’
‘De andere kant is dat die student-assessor ook een soort demystificerende rol kan spelen. Zonder iets vertrouwelijks te delen, kun je misschien teruggeven hoe ingewikkeld iets is of hoe moeilijk een college het zelf vindt om ergens een besluit over te nemen.’
Wordt een student-assessor doorgaans milder over het college, gedurende het jaar?
‘Ze worden er meestal onderdeel van. Sommigen gingen zich zelfs te veel met het college identificeren en gingen er zelfs voor lobbyen. Dat is ook weer niet de bedoeling. Hoe dan ook: wij hebben er altijd baat bij gehad. Het was eigenlijk altijd leuk en verstandig.’
We gaan het volgen, wat uw invloed op de besluitvorming is…
‘Ja, haha, het kan best zijn dat het één tegen twee is, dan komt de assessor er niet.’
Iets anders: wat doet een algemeen directeur en secretaris anders dan een vicevoorzitter?
‘Er zit wel overlap in: in Groningen was ik verantwoordelijk voor een groot deel van de portefeuilles waar ik hier als vicevoorzitter ook verantwoordelijk voor ben. Alleen ben ik straks bestuurder en niet meer de manager die de directeuren direct aanstuurt. Dat is het grote verschil.’
De mens Stephan van Galen, hoe zou u die samenvatten?
‘Ik ben erg optimistisch, vrolijk en open. Ik geloof erin dat delen met mensen meer effect heeft dan dingen voor jezelf houden. Wat ik wel bij mezelf zie: het is eigenlijk nooit klaar. Dat heb ik een beetje van huis uit meegekregen.’
Vertel.
‘Mijn grootvader is op zijn twaalfde gaan werken en die baalde ervan dat hij nooit heeft kunnen studeren. Dus in de familie hangt er wel zo’n cultuur van: je moet er wel voor werken. Het is nooit af.’
Laatste vraag: Marcel Wintels was kort vicevoorzitter, maar dat was ook de bedoeling. Hoe lang wilt u vicevoorzitter zijn?
‘Mijn doel is gewoon twee termijnen van vier jaar vol te maken. Anders wilden we ook niet naar Nijmegen verhuizen. We kijken er heel erg naar uit.’
